Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkmeense nationaliteit dragende persoon, diende op 26 september 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Roemenië op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiser voerde aan dat zijn partner een gezinslid is volgens artikel 10 van Pro de Dublinverordening en dat hun duurzame relatie reeds bestond in het land van herkomst, wat volgens hem niet werd erkend.
De rechtbank oordeelt dat de relatie tussen eiser en zijn partner pas in Nederland is ontstaan en niet reeds in het land van herkomst, zoals vereist in artikel 2g van de Dublinverordening. De overgelegde bewijsstukken, waaronder een islamitisch huwelijkscontract en gezamenlijke inschrijving op hetzelfde adres, veranderen dit oordeel niet.
Verder is overwogen dat verweerder terecht geen toepassing gaf aan artikel 17, eerste lid, van de Dublinverordening, omdat de aangevoerde bijzondere omstandigheden geen onevenredige hardheid opleveren. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat geen gezinslid in de zin van de Dublinverordening is vastgesteld.