Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 11 maart 2026 in de zaak tussen
de minister van Buitenlandse Zaken, de minister
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
mr. L.S. Lodder, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eisers, van Pakistaanse nationaliteit en woonachtig in Koeweit, vroegen een visum voor kort verblijf aan met als doel toerisme. De minister weigerde dit visum omdat er twijfel bestond over hun tijdige terugkeer naar Koeweit, vanwege onvoldoende sociale en economische binding met dat land en onvoldoende onderbouwing van het reisdoel.
De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom er twijfel bestaat over de binding met Koeweit, waardoor sprake is van een motiveringsgebrek. Dit maakt het bestreden besluit ondeugdelijk.
Desondanks heeft de minister in het verweerschrift en ter zitting voldoende onderbouwd waarom de twijfel over tijdige terugkeer gerechtvaardigd is, met name vanwege de geringe sociale binding en het feit dat het gezin gezamenlijk reist. De rechtbank laat daarom de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het besluit, maar draagt op dat de rechtsgevolgen blijven gelden. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eisers vergoed. Er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.