ECLI:NL:RBDHA:2026:7125

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
AWB 24/16920
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 10 Rva 2005Art. 19 Rva 2005
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling beroep tegen inhouding leefgeld vanwege weigering COA-instructies

Eiser verbleef sinds september 2023 bij het COa en kreeg op 18 oktober 2024 een ROV-2 maatregel opgelegd, waarbij zijn leefgeld twee weken werd ingehouden vanwege herhaalde weigering om te verhuizen en onrespectvol gedrag tegenover COa-medewerkers.

Eiser betwist het besluit en stelt dat hij geen problemen met het COa heeft en zich niet kan verdedigen tegen klachten van anderen. De rechtbank beoordeelt het beroep aan de hand van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 en het COa Maatregelenbeleid.

Uit het dossier blijkt dat eiser sinds april 2024 meerdere malen overlast veroorzaakte, niet meewerkte aan schoonmaak en verhuizing, en zich misdroeg. De rechtbank oordeelt dat het COa terecht een ROV-2 maatregel oplegde, passend bij de middelgrote impact van het incident.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, waarmee het bestreden besluit in stand blijft. De rechtbank ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen de ROV-2 maatregel van het COa wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 24/16920

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2026 in de zaak tussen

[eiser] , uit [plaats 1] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
en

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa

(gemachtigde: mr. R. van Bel).

Samenvatting

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van het COa van 18 oktober 2024, dat strekt tot het gedurende twee weken inhouden van zijn leefgeld ter hoogte van € 14,47 per week (ROV-2 maatregel). Reden daarvoor is dat eiser herhaaldelijk instructies van het COa blijft weigeren. Eiser is het daar niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het COa het leefgeld van eiser mocht inhouden.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het COa aan eiser een ROV-2 maatregel heeft mogen opleggen. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is dus ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
Het COa heeft op 6 januari 2026 een verweerschrift ingediend.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 8 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van het COa. Eiser was niet aanwezig.

Beoordeling door de rechtbank

2. Eiser verbleef sinds 26 september 2023 bij het COa in de opvanglocatie [plaats 2] . Op 12 oktober 2024 heeft het COa aan eiser aangezegd dat hij moet verhuizen naar een andere bungalow, in verband met de overlast die eiser heeft veroorzaakt. Op
18 oktober 2024 was eiser nog steeds niet verhuisd en is hem nogmaals aangezegd dat hij moet verhuizen. Aan eiser is vervolgens een ROV-2 maatregel opgelegd. Het COa heeft hieraan ten grondslag gelegd dat eiser de COa instructies herhaaldelijk blijft weigeren en dat eiser onrespectvol gedrag vertoont tegen de COa medewerkers. Op 21 oktober 2024 is aan eiser een ROV-3 maatregel opgelegd, omdat hij nog steeds niet is verhuisd. Op 9 december 2024 is aan eiser een ROV-4 maatregel opgelegd in verband met verbale agressie en geweld tegen personen.
3. Eiser voert aan dat hij het niet eens is met het bestreden besluit. Eiser heeft geen problemen met het COa. Eiser denkt dat hij een brief heeft geschreven om te klagen over het COA en de werknemers. Eiser voert verder aan dat hij zich niet kan verdedigen of kan bewijzen dat anderen over hem klagen.
4. Op grond van de artikelen 10 en 19 van de Regeling verstrekkingen asielzoekers 2005 (Rva 2005) kan de wekelijkse financiële toelage van asielzoekers worden ingetrokken als de huisregels niet worden nageleefd. Daaronder valt, volgens de huisregels van het COa, het opvolgen van instructies van medewerkers van het COa.
5. De werkwijze van het COa bij het opleggen van maatregelen is neergelegd in het Maatregelenbeleid COa. Hieruit volgt dat een viertal categorieën van maatregelen kunnen worden opgelegd, waaronder maatregelen waarbij verstrekkingen ingehouden kunnen worden, de zogeheten ROV-maatregelen. Deze lopen uiteen van een inhouding van het leefgeld voor de duur van een week tot het ontzeggen van alle verstrekkingen voor altijd. Voor welke maatregel gekozen wordt, hangt af van de impact van het incident op de omgeving (te onderscheiden naar vier impactniveaus).
6. Wanneer er sprake is van een middelgrote impact van een incident/getoonde gedrag van een bewoner kan een ROV-2 maatregel of ROV3-maatregel worden opgelegd. Het gaat hierbij onder andere om overtreding van de huisregels waarbij medebewoners, COa medewerkers en andere personen die op de locatie werkzaam zijn en/of derden lichte schade ondervinden en/of licht gevaar lopen.
7. De rechtbank stelt voorop dat enkel de maatregel die aan eiser is opgelegd bij het bestreden besluit van 18 oktober 2024 in geschil is. Eiser heeft geen beroep ingesteld tegen de overige maatregelen. Deze vallen dan ook buiten de omvang van deze procedure. Dit betekent dat de rechtbank niet zal oordelen over die overige maatregelen.
8. De rechtbank stelt vast dat het COa heeft gehandeld in overeenstemming met het COa Maatregelenbeleid. Uit het dossier volgt dat eiser op 12 oktober 2024 is aangezegd dat hij zijn bungalow moet verlaten en dat hij moet verhuizen naar een andere bungalow. Reden hiervoor is volgens het COa dat er al geruime tijd problemen waren tussen eiser en zijn kamergenoten. Door de verhuizing wilde het COa escalatie tussen eiser en zijn kamergenoten voorkomen. Dit wordt ondersteund door de afdrukken in het Integraal Bewoners Informatie Systeem die het COa bij het verweerschrift heeft overgelegd. Hieruit blijkt dat sinds april 2024 meerdere meldingen van overlast in de bungalow zijn ontvangen. Ook blijkt hieruit dat eiser onder andere geweigerd heeft om schoon te maken en dat hij heeft aangegeven dat hij al zijn kleren in de badkamer gaat gooien. Verder blijkt uit een van de notities dat eiser niet wilde luisteren naar medewerkers en dat hij verwijten bleef maken aan zijn kamergenoten. Eiser heeft aan instructie om te verhuizen niet meegewerkt. Vervolgens heeft het COa op 18 oktober 2024 een gesprek met eiser gevoerd en is hem nogmaals aangezegd dat hij moet verhuizen. Eiser heeft geweigerd hieraan mee te werken. Eiser is in de gelegenheid gesteld om zijn zienswijze kenbaar te maken. De rechtbank is van oordeel dat uit voornoemde gang van zaken volgt dat eiser meermaals de instructies van medewerkers van het COa niet heeft opgevolgd en dat hij zich ook heeft misdragen door niet te willen luisteren naar de medewerkers. Gelet hierop mocht het COa aan eiser een ROV-2 maatregel opleggen.

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is ongegrond. Dit betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.A. Braeken, rechter, in aanwezigheid van
mr.L.S. Lodder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 10 maart 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.