Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
23 januari 2025 te ’s-Gravenhage.
[aangever 1] en/of [aangever 2] ;
3.De bewijsbeslissing
Op de beelden van [bedrijf 2] Supermarkt van de ingang, toonbank en kassa in de winkel, is te zien dat één persoon alle handelingen van de overval binnen de winkel uitvoert. De verdachte heeft bekend dat hij dit is geweest. Dan ligt de vraag voor of voorafgaand aan en/of na de overval de verdachte met een ander zodanig nauw en bewust heeft samengewerkt dat de conclusie gerechtvaardigd is dat sprake is van medeplegen. Het dossier bevat daarvoor geen aanwijzingen. Op beelden van de bakkerij Istanbul, gevestigd verderop in dezelfde straat, zijn in de verte twee personen te zien, onder wie de verdachte. De tweede persoon steekt de straat over en loopt in de richting van de verdachte. Op de beelden is slechts een kort moment te zien waarop deze twee personen elkaar kruisen op straat. Of zij daarbij contact met elkaar hebben, is niet te zien. Andere bewijsmiddelen waaruit samenwerking met de verdachte kan worden afgeleid, bevat het dossier niet. Dat een medeverdachte achteraf geld van de overval in handen zou hebben, zoals te zien zou zijn op foto’s, kan evenmin de conclusie dragen dat de verdachte met diegene in bewuste en nauwe samenwerking de overval heeft gepleegd.
9 februari 2026;
(p. 689-691);
9 februari 2026;
9 februari 2026;
(p. 12-16).
ente doen vergezellen van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [aangever 5] , te plegen met het oogmerk om die voorgenomen diefstal voor te bereiden
engemakkelijk te maken,
heeft getoonden daarbij één of meerdere malen 'kassa, kassa'
heeft geroepen,
[aangever 2] door meermalen
[verbalisant 1] en [verbalisant 2] , verbalisanten van politie, eenheid Den Haag, gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening, in hun tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hen de woorden toe te voegen: "je kanker moeder, hoerenzoon, kankerhoerenkind, kankerhoer, kankerwijf, je kanker dode oma";
envergezeld van bedreiging met geweld tegen [naam] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden
engemakkelijk te maken, door een machete aan die [naam] te tonen en daarbij één of meerdere malen 'geld, geld, geld in de tas doen' te roepen.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De op te leggen straf
3 maanden voorwaardelijk op te leggen met een proeftijd van twee jaren, en daaraan te verbinden de bijzondere voorwaarden zoals deze door de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) zijn geadviseerd.
De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Voor openlijk geweld tegen personen geldt als uitgangspunt een taakstraf vanaf 40 uur, dan wel een daaraan gelijk te stellen jeugddetentie. Voor mishandeling met meerdere klappen en schoppen geldt een uitgangspunt van 40 uur taakstraf en voor belediging van een ambtenaar in functie een taakstraf van 25 uur.
7.De vordering van de benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
€ 250,- per vordering.
20 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van ieder van de slachtoffers, genaamd [aangever 2] en [aangever 1] .
8.De vordering tot tenuitvoerlegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
jeugddetentievoor de duur van
10(
tien) maanden;
1 (één) maand, niet ten uitvoer zal worden gelegd als de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op
twee jarenvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
.gedurende de proeftijd meewerkt aan de begeleiding door een coach, verbonden aan E25 of een soortgelijke instelling, en zich houdt aan de afspraken die daarbij met hem worden gemaakt;
de benadeelde partij [aangever 2]hoofdelijk toe tot een bedrag van € 500,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
de benadeelde partij [aangever 2], een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
de benadeelde partij [aangever 2], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
de benadeelde partij [aangever 2]niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
de benadeelde partij [aangever 2]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
de benadeelde partij [aangever 2]te betalen € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
de benadeelde partij [aangever 2]en omgekeerd;
de benadeelde partij [aangever 1]hoofdelijk toe tot een bedrag van € 500,- en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan
de benadeelde partij [aangever 1], een bedrag van € 500,-, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 20 november 2024 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
de benadeelde partij [aangever 1], zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;
de benadeelde partij [aangever 1]niet-ontvankelijk in het resterende deel van de vordering; bepaalt dat dit deel van de vordering slechts kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
de benadeelde partij [aangever 1]gemaakt, tot op heden aan de zijde van de benadeelde partij begroot op nihil, en in de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;
de benadeelde partij [aangever 1]te betalen € 500,-, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 20 november 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening, en bepaalt daarbij de duur van de gijzeling op 0 (nul) dagen;
de benadeelde partij[aangever 1]en omgekeerd;