Eiser is bij besluit van 4 juli 2025 verplicht terug te keren naar Marokko met een vertrektermijn van vier weken. Hij stelde beroep in tegen dit besluit en voerde aan dat zijn persoonlijke omstandigheden, waaronder zijn relatie met een Spaanse vriendin en zijn medische situatie, onvoldoende zijn meegewogen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet heeft aangetoond rechtmatig verblijf te hebben op grond van zijn relatie met een EU-gemeenschapsonderdaan. Zijn verklaring over de relatie en het verlopen verblijfsrecht in Spanje werden niet ondersteund door bewijsstukken. Ook is niet gebleken dat hij een aanvraag voor verblijf als familielid van een Unieburger heeft ingediend.
Ten aanzien van zijn medische situatie concludeert de rechtbank dat de medicatie die eiser gebruikt ook in Marokko beschikbaar is, waardoor dit geen reden is om af te zien van het terugkeerbesluit. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.