ECLI:NL:RBDHA:2026:7174

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 maart 2026
Publicatiedatum
30 maart 2026
Zaaknummer
NL25.10700
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 28 Vw 2000Art. 30b, eerste lid, onder c, Vw 2000Art. 30b, eerste lid, onder e, Vw 2000Art. 31, zesde lid, onder b, Vw 2000Art. 31, zesde lid, onder c, Vw 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging afwijzing asielaanvraag wegens onzorgvuldige leeftijdsbepaling

Eiseres, afkomstig uit Ethiopië en behorend tot de Tigray-bevolkingsgroep, diende op 2 augustus 2023 een asielaanvraag in met de geboortedatum 1 juli 2006. Verweerder paste deze datum aan naar 1994 en wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond wegens vermeende misleiding over identiteit en tegenstrijdige verklaringen.

De rechtbank oordeelt dat verweerder het vermoeden van minderjarigheid niet adequaat heeft ontzenuwd en onvoldoende onderzoek heeft verricht, zoals voorgeschreven in Werkinstructie 2025/1. De verklaringen van eiseres over het vermeende frauduleuze paspoort en het ontbreken van officiële documenten zijn niet onredelijk afgewezen.

Verder heeft verweerder de overige elementen van het asielrelaas, waaronder ernstige traumatische gebeurtenissen en de situatie in Tigray, niet inhoudelijk beoordeeld. Daarom is het bestreden besluit onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd.

De rechtbank vernietigt het besluit en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij alle relevante feiten en omstandigheden integraal moeten worden meegewogen. Tevens worden proceskosten van €1.868,- aan verweerder opgelegd.

Uitkomst: De rechtbank vernietigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens onzorgvuldige leeftijdsbepaling en draagt op tot een nieuw besluit binnen acht weken.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.10700

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres], V-nummer: [nummer], eiseres

(gemachtigde: mr. H.C. van Asperen),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. F.E. Mahler).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de asielaanvraag van eiseres als bedoeld in artikel 28 van Pro de Vw 2000 [1] . Eiseres is het hier niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de asielaanvraag.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de afwijzing van de asielaanvraag niet in stand kan blijven. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft op 2 augustus 2023 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd (asielaanvraag) ingediend. Zij stelt van Ethiopische nationaliteit te zijn, te behoren tot de Tigray bevolkingsgroep en te zijn geboren op [geboortedatum 1] 2006. Op 12 december 2024 heeft verweerder een kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens genomen en de geboortedatum van eiseres aangepast naar [geboortedatum 2] 1994. Met het bestreden besluit van 28 februari 2025 heeft verweerder de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond.
4. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
5. De rechtbank heeft het beroep op 24 juli 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [naam] als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Het asielrelaas
6. Eiseres heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat Amhaarse soldaten haar huis zijn binnengedrongen en eiseres hebben verkracht. De soldaten hebben eiseres tijdens de verkrachting gefilmd en dit filmpje achteraf aan haar laten zien. Daarna hebben zij de moeder van eiseres voor haar ogen vermoord. Eiseres is hierna buiten bewustzijn geraakt en is twee weken later bij haar buurvrouw bij kennis gekomen. Zij heeft daarna nog een jaar bij verschillende buren gewoond en vervolgens nog ongeveer tien maanden in Addis Abeba. Daarna heeft zij Ethiopië verlaten. Bij terugkeer naar Ethiopië vreest eiseres voor militairen, omdat zij Tigreëers vermoorden.
Het bestreden besluit
7. Het asielrelaas van eiseres bevat volgens verweerder de volgende relevante elementen:
  • Identiteit, nationaliteit en herkomst;
  • Problemen met Amhaarse soldaten.
Verweerder vindt de nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig, maar vindt de identiteit van eiseres niet geloofwaardig. Verweerder heeft de problemen met de Amhaarse soldaten niet inhoudelijk getoetst.
8. Verweerder heeft de asielaanvraag van eiseres afgewezen als kennelijk ongegrond, omdat eiseres verweerder heeft misleid over haar identiteit (artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw) en zij verklaringen heeft afgelegd die zijn beoordeeld als kennelijk inconsequent en tegenstrijdig (artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw). Verweerder heeft eiseres een terugkeerbesluit opgelegd (artikel 62, tweede lid, aanhef en onder b, van de Vw) en een inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen eiseres uitgevaardigd.
De beroepsgronden
9. Eiseres voert aan dat verweerder haar identiteit ten onrechte niet geloofwaardig vindt. Zij betoogt dat de toekenning van geboortedatum [geboortedatum 2] 1994 in strijd is met Werkinstructie 2025/1 (WI 2025/1) en dat verweerder ondeugdelijk heeft gemotiveerd waarom eiseres niet wordt gevolgd in de door haar opgegeven geboortedatum 1 juli 2006. Eiseres voert ook aan dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld door eiseres geboortedatum [geboortedatum 2] 1994 toe te kennen. Zij betoogt verder dat verweerder haar asielaanvraag ten onrechte heeft afgewezen als kennelijk ongegrond en in het verlengde hiervan geen vertrektermijn mocht onthouden en geen inreisverbod tegen eiseres mocht uitvaardigen.
Het oordeel van de rechtbank
Geboortedatum
10. Eiseres heeft bij het indienen van haar asielaanvraag op 2 augustus 2023 te kennen gegeven dat zij is geboren op 1 juli 2006. Hiervan uitgaande was zij minderjarig op het moment van de door haar ingediende asielaanvraag.
11. Volgens WI 2025/1 moet de IND bij een vreemdeling die stelt minderjarig te zijn, maar aan welke minderjarigheid hij twijfelt, in beginsel uitgaan van het vermoeden dat de vreemdeling minderjarig is en deze vreemdeling als minderjarige behandelen. Het is aan de IND om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. Er zal dan in beginsel nader onderzoek worden gedaan, en daarbij zal de IND samenwerken met de vreemdeling en eventueel met andere lidstaten. Als na onderzoek de conclusie is dat de twijfel over de minderjarigheid is weggenomen en de IND ervan uitgaat dat de vreemdeling meerderjarig is, dan moet de IND dat motiveren.
12. In WI 2025/1 is uiteengezet hoe verweerder handelt bij twijfel aan een opgegeven leeftijd. Uit paragraaf 3.1 volgt dat iedere alleenstaande minderjarige vreemdeling die zijn gestelde minderjarigheid niet kan aantonen met bewijsmiddelen, bij binnenkomst wordt geschouwd door de DISA of de KMar. Daarnaast rapporteert de medewerker van het aanmeldgehoor een conclusie over de leeftijd. In het geval van eiseres heeft de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) geconcludeerd dat eiseres evident meerderjarig is. De IND-medewerker van het aanmeldgehoor heeft geconcludeerd dat er twijfel bestaat over de opgegeven leeftijd. Dit betekent dat de eindconclusie van de schouwsessies is dat er twijfel is over de minderjarigheid van eiseres.
13. Uit de uitspraak van de Afdeling van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, onder 6.9 tot en met 7.3, volgt dat verweerder in dat geval moet uitgaan van de minderjarigheid van eiseres en dat het aan verweerder is om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. Naar het oordeel van de rechtbank is verweerder daar in dit geval niet in geslaagd. De rechtbank legt dit hieronder uit.
14. Verweerder heeft eiseres tegengeworpen dat zij onvoldoende documenten heeft overgelegd en dat eiseres hiervoor geen goede verklaring heeft (artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw). Eiseres had op haar telefoon een foto van een paspoort, met daarop geboortedatum [geboortedatum 2] 1994. Eiseres heeft verklaard dat zij dit paspoort tijdens haar reis via Rusland en Belarus in de bossen is kwijtgeraakt. Zij werd opgejaagd door honden, moest rennen en is toen haar tas verloren. Dit is volgens rechtbank evident een verschoonbare reden voor het niet kunnen overleggen van het paspoort. Verweerder betwist de geloofwaardigheid van deze verklaring van eiseres niet en kon naar het oordeel van de rechtbank niet overwegen dat dit geen verschoonbare reden is voor het kwijtraken en het dus niet kunnen verstrekken van het paspoort.
15. Verweerder heeft eiseres daarnaast tegengeworpen dat zij wisselend en tegenstrijdig heeft verklaard over het hiervoor genoemde paspoort. Eiseres heeft echter consequent verklaard dat de geboortedatum van [geboortedatum 2] 1994 die in dit paspoort staat niet juist is, dat zij het paspoort niet zelf heeft aangevraagd of opgehaald, het paspoort voor haar is geregeld, vermoedelijke frauduleus verkregen en/of is vervalst (dit weet zij niet) en dat zij in het paspoort ouder is gemaakt omdat zij in dat geval eenvoudiger kon reizen. De door verweerder genoemde informatie uit openbare bronnen, namelijk dat een paspoort niet via een machtiging kan worden aangevraagd, een aanvrager het paspoort zelf moet ophalen en er een kebele kaart aan een paspoort ten grondslag ligt, welke kaart pas vanaf achttien jaar verkrijgbaar is, kan er op duiden dat eiseres niet zelf een paspoort kan hebben verkregen en het paspoort dus frauduleus is verkregen en/of is vervalst, zoals eiseres heeft verklaard. De rechtbank kan verweerder dan ook niet in deze tegenwerping volgen.
16. Eiseres had verder op haar telefoon een foto staan van een Duits pasje, met daarop geboortedatum 20 februari 2004. Eiseres heeft over dit pasje verklaard dat zij niet meer weet waar dit is of waar zij het pasje heeft gelaten nadat zij er een foto van had gemaakt. Zij was toen moe en uitgeput van de reis. Verweerder verwijt eiseres dat zij dit Duitse pasje niet heeft overgelegd, maar verweerder heeft er ook zelf op gewezen dat het Duitse pasje is afgegeven door een internationale humanitaire hulporganisatie en dus geen officieel identificerend document is, zodat het niet zonder meer voor de hand lag dat eiseres dit pasje bewaarde om later haar identiteit te kunnen onderbouwen. Bovendien is niet duidelijk geworden onder welke omstandigheden het Duitse pasje is afgegeven, zodat ook als eiseres dit pasje zou hebben overgelegd, onduidelijk is welke waarde hieraan gehecht kan worden.
17. Verweerder werpt eiseres verder tegen dat haar verklaringen over haar leeftijd geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen (artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw). Hoewel kan worden gevolgd dat eiseres niet altijd eenduidig haar leeftijd heeft kunnen noemen, heeft verweerder er geen blijk van gegeven rekening te hebben gehouden met de traumatische gebeurtenissen die eiseres heeft meegemaakt.
18. De rechtbank betrekt verder dat verweerder op grond van artikel 34 van Pro de Dublinverordening een onderzoek is gestart bij de Duitse autoriteiten. De Duitse autoriteiten hebben, voor zover hier van belang, op 10 november 2023 te kennen gegeven dat eiseres in Duitsland geregistreerd staat met alleen geboortejaar 2006 (dus als minderjarige). Hoewel de Duitse autoriteiten te kennen hebben gegeven dat aan deze registratie geen documenten of leeftijdsonderzoek ten grondslag ligt, is dit geen aanwijzing voor de meerderjarigheid van eiseres.
19. De rechtbank constateert verder dat verweerder geen nader leeftijdsonderzoek heeft laten verrichten naar de leeftijd van eiseres, zoals bedoeld in paragraf 3.7 van WI 2025/1. Dit had naar het oordeel van de rechtbank wel in de rede gelegen. Daarbij betrekt de rechtbank dat sprake is van groot verschil (twaalf jaar) tussen het door eiseres gestelde en in Duitsland geregistreerde geboortejaar (2006) en het geboortejaar (1994) dat in het volgens eiseres frauduleus verkregen en/of vervalste paspoort staat en er bij de schouw van de IND twijfel bestond over de meer- of minderjarigheid van eiseres.
20. Gelet op het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is verweerder er niet in is geslaagd het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. Verweerder heeft daarom niet zonder meer aan de hand van de foto van het paspoort die zich op de telefoon van eiseres bevond kunnen concluderen dat haar geboortedatum [geboortedatum 2] 1994 is en zij dus meerderjarig is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder de leeftijd van eiseres dus niet op zorgvuldige wijze vastgesteld. In het verlengde hiervan is de rechtbank van oordeel dat verweerder de asielaanvraag van eiseres niet heeft kunnen afwijzen als kennelijk ongegrond vanwege misleiding over haar identiteit (artikel 30b, eerste lid, onder c, van de Vw) of kennelijk inconsequente en tegenstrijdige verklaringen (artikel 30b, eerste lid, onder e, van de Vw). Verweerder heeft eiseres daarom ook geen terugkeerbesluit mogen opleggen en geen inreisverbod voor de duur van twee jaar tegen haar mogen uitvaardigen.

Conclusie en gevolgen

21. Het beroep is gegrond. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht en draagt verweerder op binnen acht weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Ten aanzien van het nieuw te nemen besluit overweegt de rechtbank als volgt. Verweerder heeft uitsluitend de geloofwaardigheid van de opgegeven leeftijd van eiseres beoordeeld en de overige elementen van het asielrelaas (waaronder de verkrachting door Amhaarse soldaten en de moord op haar moeder) niet op geloofwaardigheid beoordeeld. Ook heeft verweerder de algemene situatie van eiseres (die tot de Tigray-bevolkingsgroep behoort) in Ethiopië niet betrokken en meegewogen. Hierboven is geoordeeld dat het bestreden besluit op het punt van de geloofwaardigheid van de opgegeven leeftijd op onzorgvuldige wijze is voorbereid en onvoldoende is gemotiveerd. Echter, indien verweerder in het nieuwe besluit opnieuw tot het oordeel zou komen dat de opgegeven leeftijd niet geloofwaardig is, zal verweerder ook de overige elementen van het asielrelaas integraal en in onderlinge samenhang moeten beoordelen en daarbij alle relevante feiten en omstandigheden moeten betrekken, waaronder ook de algemene situatie in Tigray (Ethiopië) en het risico voor eiseres bij terugkeer. De nationaliteit en herkomst van eiseres zijn door verweerder immers geloofwaardig geacht en eiseres is in het bestreden besluit opgedragen om terug te keren naar Ethiopië.
22. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eiseres gemaakte proceskosten. Het bedrag van deze kosten stelt de rechtbank vast op € 1.868,- voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 934,- en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het bestreden besluit;
  • draagt verweerder op binnen acht weken na deze uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
  • veroordeelt verweerder in de proceskosten tot een bedrag van € 1.868,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. T. Boesman, rechter, in aanwezigheid van mr. W. Roozeboom, griffier.
Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000