Uitspraak
Rechtbank den haag
1.De procedure
2.De feiten
3 november 2025 aan [eiseres] betekend en haar gedagvaard om te verschijnen op de (rol)zitting van 11 november 2025. [eiseres] is in de procedure verschenen en op de rolzitting van 11 november 2025 is aan haar een termijn verleend tot de rolzitting van 9 december 2025 voor het mondeling of schriftelijk nemen van een conclusie van antwoord. Vervolgens is aan [eiseres] een tweede (en laatste) termijn verleend tot de rolzitting van 6 januari 2026 om een conclusie van antwoord te nemen. [eiseres] is op deze laatste rolzitting niet verschenen en heeft ook niet op een andere wijze geantwoord. Op grond daarvan heeft de kantonrechter vonnis bepaald op 11 februari 2026.
(ii) binnen twee dagen een bedrag van € 4.690,11 te betalen en (iii) binnen veertien dagen de proceskosten van € 696,95 te betalen. Ook heeft de deurwaarder [eiseres] aangezegd dat, als zij de woning weigert te ontruimen, [gedaagde] het vonnis ten uitvoer zal laten leggen door gedwongen ontruiming van de woning, die alvast is vastgesteld op 12 maart 2026.