Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiseres
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen, dan wel een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden en de intrekking van haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd vanaf 1 juli 2023. Eiseres is het niet eens met deze afwijzingen en zij heeft meerdere beroepsgronden aangevoerd. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
Procesverloop
EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. Subsidiair heeft zij een aanvraag ingediend om een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden. Ter onderbouwing heeft eiseres het vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Noord-Holland van 26 april 2022 verstrekt waarin bewezen is verklaard dat de heer [persoon 1] op 13 maart 2020 eiseres heeft aangerand waarvoor hem een (voorwaardelijke) gevangenisstraf en een taakstraf is opgelegd. Eiseres vraagt deze informatie bij de aanvraag te betrekken.
Beoordeling door de rechtbank
13 maart 2020 bewezen verklaard, terwijl huiselijk geweld eerder niet bewezen was. Hiermee is sprake van een nieuw feit of veranderde omstandigheid. Verweerder heeft het verzoek tot herziening in behandeling genomen en geconcludeerd er geen aanleiding is om tot herziening over te gaan.
31 oktober 2019. Uit deze stukken komt het beeld op dat het huiselijk geweld niet beperkt is geweest tot de aanranding op 13 maart 2020. Daarom kan verweerder ook niet zonder meer vasthouden aan het standpunt dat eiseres niet in aanmerking kwam voor een verblijfsvergunning op niet-tijdelijke humanitaire gronden, omdat de aanranding heeft plaatsgevonden na het beëindigen van de relatie.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit voor zover dat ziet op het verzoek om herziening;
- draagt verweerder op om binnen acht weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van eiseres met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 934.
mr.I.G.A. Karregat, griffier.