Eiser, een Ghanese man die zich als homoseksueel presenteert, diende op 22 juli 2025 een asielaanvraag in. De minister wees deze aanvraag af op grond van ongeloofwaardigheid van zijn seksuele gerichtheid en de daaruit voortvloeiende problemen. De rechtbank oordeelt dat de minister ten onrechte heeft aangenomen dat eiser vaag en tegenstrijdig verklaarde over zijn seksuele geaardheid.
De rechtbank stelt vast dat eiser zijn homoseksualiteit voldoende heeft toegelicht, onder meer door zijn jeugd, relaties en de mishandeling die hij ondervond. De minister heeft onvoldoende gemotiveerd waarom hij de verklaringen ongeloofwaardig acht, met name door de tegenwerping dat eiser zichzelf tijdens het nader gehoor biseksueel noemde, terwijl uit het dossier blijkt dat hij feitelijk homoseksueel is.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de geloofwaardigheid van de homoseksualiteit opnieuw en zorgvuldig moet worden beoordeeld. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser.