Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7220

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
31 maart 2026
Zaaknummer
NL25.48073
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Proces-verbaal
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
WI 2024/6
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens onvoldoende onderzoek reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Egypte

Eiser, een Egyptische arts en voormalig politiek activist, vroeg asiel aan na zijn vertrek uit Egypte en verblijf in Bahrein, waar hij geen veilig heenkomen meer had. De minister wees zijn aanvraag af, waarbij de geloofwaardigheid van zijn politieke activiteiten deels werd erkend, maar het risico op vervolging werd betwist.

De rechtbank oordeelde dat de minister onvoldoende onderzoek had gedaan naar het reële risico op ernstige schade bij terugkeer naar Egypte. De minister had documenten die eiser over zijn situatie en die van zijn familieleden overlegd had, niet adequaat betrokken in zijn beoordeling, wat in strijd was met het zorgvuldigheidsbeginsel.

Daarnaast was het motiveringsbeginsel geschonden doordat het bestreden besluit niet duidelijk maakte hoe de minister de documenten in samenhang had gewogen en welke gevolgen dit had voor de geloofwaardigheidsbeoordeling. De rechtbank stelde dat nader onderzoek noodzakelijk is en vernietigde het besluit, met een opdracht aan de minister om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.

De rechtbank veroordeelde de minister tevens tot betaling van proceskosten aan eiser en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van de minister wordt vernietigd met opdracht tot nieuw onderzoek en besluitvorming.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Amsterdam
Bestuursrecht
Zaaknummer: NL25.48073
[V-Nummer]
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] ,

geboren op [geboortedag] 1983, van Egyptische nationaliteit, eiser,
(gemachtigde: mr. N.C. Blomjous),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. C.A. van Es).

Inleiding

1. Bij besluit van 25 september 2025 (het bestreden besluit) heeft de minister de aanvraag van eiser tot verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen als ongegrond.
1.1.
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
1.2.
De rechtbank heeft de zaak op 20 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser, H. Azir als tolk in de Arabische taal en de gemachtigde van de minister.
1.3.
Na afloop van de behandeling van de zaak ter zitting heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en onmiddellijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank geeft de minister hiervoor zes weken na de dag van het verzenden [1] van deze uitspraak; en
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.868,- aan proceskosten aan eiser.

Overwegingen

2.
De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.
3. Eiser heeft op 2 september 2025 asiel aangevraagd. Eiser heeft aan zijn asielrelaas ten grondslag gelegd dat hij in Egypte tijdens en na de Arabische lente actief is geweest voor de Vrijheid en Rechtvaardigheid Partij. Naar aanleiding van de militaire machtsovername van 2013 heeft eiser meegedaan aan demonstraties. Deze demonstraties werden gewelddadig neergeslagen en eiser, die arts is, heeft toen met een bevriende arts veel gewonden verzorgd. Eiser is na de militaire machtsovername in november 2013 uit Egypte vertrokken naar Bahrein, waar zijn ouders toen woonden en van welk land zij de nationaliteit hebben. Daar is hij tot zijn vertrek naar Nederland gebleven. Eiser heeft verklaard dat hij vanwege zijn eerdere politieke activiteiten in de belangstelling staat van de Egyptische autoriteiten. Er loopt bij de rechtbank een anti-terrorismeprocedure tegen hem en een groep oppositieleden. De Egyptische autoriteiten in Bahrein hebben geweigerd om zijn identiteitspapieren te verlengen en hij is erachter gekomen dat zijn kiesrecht in Egypte is ingetrokken. Eiser heeft verklaard dat ook Bahrein voor hem niet langer veilig is. Het is hem eerder niet gelukt om de Bahreinse nationaliteit te verwerven en Bahrein deporteert in toenemende mate Egyptische opposanten naar Egypte, zoals is gebeurd bij een zwager van hem die nu in Egypte in de gevangenis zit.
4. De minister heeft de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiser geloofwaardig geacht. De politieke activiteiten (o.a. voor de Vrijheid en Rechtvaardigheid Partij) en de daaruit volgende problemen heeft de minister gedeeltelijk geloofwaardig geacht. Volgens de minister is wel geloofwaardig dat eiser een politieke overtuiging heeft zoals bedoeld in Informatiebericht 2024/10. Ook is het geloofwaardig dat eiser enige politieke activiteiten verricht heeft, waaronder het uitvoeren van enige activiteiten voor de campagne van de Vrijheid en Rechtvaardigheid Partij en het bijwonen van een aantal protesten. De minister vindt het niet geloofwaardig dat eiser problemen ondervonden heeft vanwege zijn politieke overtuiging en/of activiteiten.
Door eiser tijdens de administratieve procedure verstrekte documenten
5. Ter onderbouwing van zijn asielrelaas heeft eiser bij gelegenheid van zijn nader gehoor de volgende documenten overgelegd:
  • Een kopie van eiser zijn verblijfsvergunning in Bahrein;
  • Een kopie (schermafbeelding) van de verwijzing door het Egyptische Ministerie van een dossier van de geheime dienst naar de rechtbank, waarop de naam van eiser staat genoemd als één van de verdachten;
  • Een kopie (schermafbeelding) van een bericht op Facebook van een advocatenkantoor waarin melding gemaakt wordt van de verwijzing van een juridische procedure naar de rechtbank, waarin de naam van eiser staat bij de verdachten in de zaak;
  • Een kopie (schermafbeelding) van een bericht op de website Vetogate waarin over de tegen eiser aanhangige procedure wordt bericht, met onder andere een beschrijving van de verdenkingen;
  • Twee kopieën (schermafbeeldingen) van nieuwsberichten over deportaties van Egyptische staatsburgers naar Bahrein, waaronder twee medeverdachten in de procedure die volgens de overige overgelegde documenten tegen eiser is gestart;
  • Een kopie (schermafbeelding) van de afwijzing door de Egyptische autoriteiten van de aanvraag van eiser om zijn ID
- Foto’s en schermafbeeldingen met betrekking tot eisers politieke activiteiten in Egypte en zijn politieke activiteiten op Youtube.
Eiser heeft bij zijn gehoor ook een afschrift proberen over te leggen van de beschuldigingen door de Egyptische autoriteiten aan het adres van zijn uit Bahrein gedeporteerde zwager en documenten over de asielverlening door de Duitse autoriteiten aan een zwager van eiser die naar zijn zeggen in vergelijkbare omstandigheden verkeert als eiser. De gehoormedewerker heeft deze documenten niet in ontvangst genomen omdat volgens de gehoormedewerker uitsluitend documenten konden worden ingenomen die zagen op eisers eigen zaak of documenten waar hij zelf in genoemd werd.
5.1.
Direct na het nader gehoor en vóór het voornemen heeft eiser nog de volgende twee documenten nagezonden waarvan hij meende dat deze bij de besluitvorming zouden moeten worden betrokken:
  • Een verklaring van een parlementslid, [persoon 2] , van het parlement dat na de Arabische lente in 2012 verkozen is dat hij eiser kent en kan bevestigen dat eiser politiek actief is geweest en gevaar loopt vanwege zijn politieke activiteiten; en
  • Een verklaring van een vertegenwoordiger van het Egyptian Parliament Abroad, (onder andere) bestaande uit voormalige parlementsleden van het parlement dat na de militaire machtsgreep van 2013 ontbonden is, waarin staat dat eiser een “supporter” was van de Vrijheid en Rechtvaardigheid Partij en gevaar loopt bij terugkeer naar Egypte.
5.2.
Als bijlage bij de zienswijze heeft eiser een afschrift overgelegd van de beschuldigingen van de Egyptische autoriteiten aan het adres van zijn uit Bahrein gedeporteerde zwager, die de gehoormedewerker tijdens het nader gehoor niet in ontvangst wilde nemen.
Door eiser tijdens de administratieve procedure overgelegde informatie ter nadere duiding van de overgelegde documenten en de risico’s waaraan eiser blootstaat bij terugkeer naar Egypte
6. Eiser heeft bij zijn zienswijze een verklaring overgelegd van [persoon 1] , [functie] van het EHRF [3] . In deze verklaring zet de heer [persoon 1] uiteen op welke wijze leden van de (voormalige) oppositie worden onderdrukt, waaronder door het weigeren van de verlenging van identiteitspapieren en door het intrekken van hun kiesrecht.
Door eiser in beroep verstrekte nadere documenten
7. In beroep zijn door eiser de volgende nadere documenten ter ondersteuning van het asielrelaas van eiser overgelegd en ter onderbouwing van de risico’s waaraan hij blootstaat bij een gedwongen terugkeer naar Egypte:
  • Een schermafbeelding van een videogesprek van eiser met [persoon 2] , in welk gesprek de heer [persoon 2] de strekking van zijn eerdere verklaring bevestigt;
  • Een foto waarop eiser te zien is met [persoon 2] en een drietal anderen ten tijde van de parlementsverkiezingen in Egypte van 2012; en
  • Foto’s waarop eiser demonstrerend te zien is in Nederland bij een demonstratie ter nagedachtenis aan de Arabische lente, met daarbij links die verwijzen naar berichten op Facebook en Instagram die hierover berichten.
Door eiser in beroep overgelegde informatie ter nadere duiding van de overgelegde documenten en de risico’s waaraan eiser blootstaat bij terugkeer naar Egypte
8. Eiser heeft in beroep ook stukken overgelegd om de door hem overgelegde documenten ter ondersteuning van zijn asielrelaas en de risico’s bij een gedwongen uitzetting naar Egypte van context en duiding te voorzien. Eiser heeft een artikel overgelegd uit A&MR [4] met de titel “Hoe behandelen de Egyptische autoriteiten eventueel toegedichte politieke tegenstanders?”. Eiser heeft ook een verklaring overgelegd van SHR [5] inzake eiser, waarin geconcludeerd wordt:
“The Shehab Center for Human Rights affirms that Mr. [persoon 3] faces a serious and imminent risk of arbitrary detention, unfair trial, and physical harm should he be forcibly returned to Egypt.”
Beroepsgronden van eiser
9. De rechtbank begrijpt de kern van de beroepsgronden van eiser zo dat, in het licht van de door eiser verstrekte documenten en de context en landeninformatie daarbij, evenals de wel door de minister geloofwaardig geachte elementen van het asielrelaas, de minister in de geloofwaardigheidsbeoordeling te kort door de bocht is gegaan bij alle individuele tegenwerpingen van de verklaringen van eiser. De minister heeft WI 2024/6 [6] daarbij op verschillende onderdelen onjuist toegepast. Verder voert eiser aan dat de minister de documenten over zijn zwager, die eiser heeft overgelegd tijdens het nader gehoor, ten onrechte niet heeft ingenomen en meegenomen in zijn beoordeling. Het besluit is daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel en het motiveringsbeginsel.
Strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel
10. Eiser heeft tijdens de administratieve procedure een aanzienlijke hoeveelheid documenten verstrekt. Eiser heeft daar context bij gegeven, zowel door middel van algemene landeninformatie als door middel van op zijn specifieke situatie toegesneden verklaringen en onderbouwingen. Naar het oordeel van de rechtbank zijn deze documenten in hun onderlinge samenhang bezien en in de context van de beschikbare en door eiser zelf verstrekte landeninformatie in ieder geval zodanig consistent en samenhangend, dat de minister op grond van WI 2024/6 in samenwerking met eiser had moeten blijven om nadere duiding en opheldering te verkrijgen over de nu in het bestreden besluit aan eiser tegengeworpen vermeende ongerijmdheden en tegenstrijdigheden alvorens tot besluitvorming over te gaan. Met andere woorden, de minister had in dit geval naar het oordeel van de rechtbank niet over mogen gaan op stap 2 van de op grond van WI 2024/6 te verrichten beoordeling maar stap 1 moeten vervolgen. Het besluit is daarmee in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel.
10.1.
De rechtbank is eveneens van oordeel dat sprake is van onzorgvuldige besluitvorming door de weigering van de gehoormedewerker om de documenten die zien op de vervolging van de zwager van eiser in ontvangst te nemen en deze verder te onderzoeken door deze bij het gehoor te betrekken. Het feit dat deze stukken niet op eiser zelf zien, doet er niet aan af dat deze stukken duiding kunnen geven aan het asielrelaas van eiser. Eén van de elementen daarvan is immers dat ook hij in Bahrein geen veilig heenkomen meer heeft en dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt om gedetineerd te raken. Bovendien acht de rechtbank op grond van de overige beschikbare documenten en informatie geenszins uitgesloten dat voor de beoordeling van de positie van eiser van belang is in hoeverre ook andere familieleden in het vizier zijn gekomen van de Egyptische autoriteiten.
Strijd met het motiveringsbeginsel
11. Verder oordeelt de rechtbank dat uit het bestreden besluit niet blijkt, hoe de minister de door eiser verstrekte documenten in hun onderlinge samenhang gewogen heeft in stap 1 van de op grond van WI 2024/6 te verrichten beoordeling. Ook wordt in het bestreden besluit niet inzichtelijk gemaakt welke gevolgen dit volgens de minister heeft voor de in stap 2 te verrichten geloofwaardigheidsbeoordeling. In het besluit worden in het kader van de geloofwaardigheidsbeoordeling slechts ten aanzien van enkele specifieke documenten tegenwerpingen gedaan over de verklaringen van eiser over die documenten. Verder worden in het kader van wat een beoordeling op grond van stap 2b uit WI 2024/6 lijkt te zijn, enkele schijnbaar op zichzelf staande opmerkingen gemaakt over de authenticiteit van specifieke documenten, waarbij passages worden aangehaald uit de bij stap 2a behorende overwegingen uit WI 2024/6.
11.1.
Naar het oordeel van de rechtbank levert dit een schending van het motiveringsbeginsel op. Het is voor eiser en daarmee voor de rechtbank in beroep feitelijk niet mogelijk om na te gaan welke bewijswaarde toekomst aan de documenten, noch in hun onderlinge samenhang bezien, noch afzonderlijk. Dit gebrek moet volgens de rechtbank worden bezien tegen de achtergrond van de beschikbare en ook door eiser ingebrachte landeninformatie, die veel context biedt voor de beoordeling van de positie van oppositieleden en de door eiser gestelde problemen met de Egyptische autoriteiten. Het gevolg is dat het niet mogelijk is om te bepalen hoe in dit specifieke geval de stelplicht en de bewijslast door de minister zijn gewaardeerd en hoe de ingebrachte documenten zich verhouden tot de opmerkingen van de minister over de verklaringen van eiser over die documenten. De omstandigheid dat de minister in het bestreden besluit op twee specifieke onderdelen van de geloofwaardigheidsbeoordeling aan eiser tegenwerpt dat deze uitgaat van een onjuiste bewijslastverdeling, versterkt naar het oordeel van de rechtbank dit motiveringsgebrek, aangezien het de (vervolg)vraag oproept hoe de minister dan meent dat er met die stelplicht en bewijslast moet worden omgegaan als het op de andere documenten aankomt, ook in hun onderlinge samenhang bezien.
Reëel risico bij terugkeer
12. Eiser heeft in beroep documenten ingebracht die onderbouwen dat hij in Nederland gedemonstreerd heeft tegen de Egyptische autoriteiten en dat over deze demonstraties bericht is op sociale media. Nog daargelaten de uitkomst van de asielprocedure voor het overige, betekent dit naar het oordeel van de rechtbank dat nader onderzoek dient te worden verricht naar de risico’s die eiser loopt bij een gedwongen terugkeer naar Egypte. Deze aanvullende informatie zou als zodanig immers kunnen betekenen dat eiser een reëel risico loopt op ernstige schade bij terugkeer. De minister dient hier daarom ook nader onderzoek naar te doen.
Conclusie en gevolgen
13. Het beroep is gegrond. De individuele gebreken in het bestreden besluit zijn naar het oordeel van de rechtbank zo zwaarwegend, dat een integrale heroverweging van het besluit dient plaats te vinden, op basis van een nieuw onderzoek. Aan een beoordeling van wat meer of anders is aangevoerd tegen het bestreden besluit dan hiervoor is besproken, komt de rechtbank daarom niet toe.
14. De rechtbank veroordeelt de minister in de door eiser gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.868,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 1).
15. Op de zitting is gewezen op de mogelijkheid om hoger beroep in te stellen.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 20 februari 2026 door mr. M.F.A.M. Smeets, rechter, in aanwezigheid van mr. K. Mertens, griffier.
Dit proces-verbaal is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na de dag van bekendmaking van dit proces-verbaal.

Voetnoten

1.Middels het uploaden van de uitspraak.
2.Identiteitsbewijs.
3.Egyptian Human Rights Forum.
4.Het tijdschrift Asiel- & Migrantenrecht.
5.The Shehab Center for Human Rights.
6.Werkinstructie 2024/6.