ECLI:NL:RBDHA:2026:7264
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens te vroege ingebrekestelling bij besluitmoratorium Syrië
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag. De rechtbank heeft vastgesteld dat de minister een besluitmoratorium voor Syrische vreemdelingen heeft ingesteld, waardoor de beslistermijn van zes maanden is verlengd met een jaar, tot maximaal 21 maanden.
Eiser betoogde dat de verlenging slechts zes maanden bedroeg, omdat het moratorium na zes maanden zou zijn ingetrokken, en dat de verlenging van twaalf maanden geen wettelijke grondslag zou hebben. De minister stelde dat de verlenging wel degelijk een jaar bedroeg, waardoor de ingebrekestelling van eiser prematuur was en het beroep niet-ontvankelijk.
De rechtbank oordeelde dat zij niet bevoegd is om de juistheid van artikel 2 van Pro het Besluit te toetsen, maar overwoog ook inhoudelijk dat het onderscheid tussen de geldigheidsduur van het moratorium en de verlenging van de beslistermijn terecht is gemaakt. Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat de mededelingen in het advocatenportaal en publicaties slechts indicatief waren en geen ondubbelzinnige toezegging inhielden.
Daarom is de ingebrekestelling te vroeg ingediend en het beroep niet-ontvankelijk verklaard. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens een te vroeg ingediende ingebrekestelling door de verlenging van de beslistermijn met een jaar.