AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om haar asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Spanje volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep samen met een verzoek om voorlopige voorziening behandeld, waarbij eiseres en haar gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Spanje nog steeds geldt, mede omdat Spanje het verzoek tot terugname heeft aanvaard en de minister dit voldoende heeft gemotiveerd. De stellingen van eiseres over het ontbreken van bescherming, medische zorg tijdens zwangerschap en risico op indirect refoulement zijn onvoldoende onderbouwd. Ook is het aanmeldgehoor niet onzorgvuldig, aangezien eiseres de gelegenheid had om problemen te melden.
Verder wijst de rechtbank het beroep af dat de minister artikel 17 vanPro de Dublinverordening had moeten toepassen, omdat er geen sprake is van bijzondere individuele omstandigheden die een overdracht onevenredig hard maken. Het belang van het kind en de woonplaats van de vader in Nederland zijn hierbij betrokken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van 17 februari 2026 blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.
Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL26.8894
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 31 maart 2026 in de zaak tussen
[eiseres], v-nummer: [nummer], eiseres
mede namens haar minderjarige zoon [naam minderjarige zoon],
(gemachtigde: mr. K. Benchaïb),
en
de minister van Asiel en Migratie
(gemachtigde: mr. M.J.C. van der Woning).
Inleiding
1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen het niet in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister heeft de aanvraag met het bestreden besluit van 17 februari 2026 niet in behandeling genomen omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep, samen met het verzoek om een voorlopige voorziening (NL26.8895), op 20 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van de minister deelgenomen. Eiseres en haar gemachtigde zijn niet verschenen.
Beoordeling door de rechtbank
2. De rechtbank beoordeelt het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag van eiseres. Zij doet dat aan de hand van de argumenten die eiseres heeft aangevoerd, de beroepsgronden.
3. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond. Dat betekent dat eiseres ongelijk krijgt en het niet in behandeling nemen van haar aanvraag in stand blijft. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Totstandkoming van het besluit
4. De Europese Unie heeft gezamenlijke regelgeving over het in behandeling nemen van asielaanvragen. Die staat in de Dublinverordening. Op grond van de Dublinverordening neemt de minister een asielaanvraag niet in behandeling als is vastgesteld dat een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. [1] In dit geval heeft Nederland bij Spanje een verzoek om terugname gedaan. Spanje heeft dit verzoek aanvaard.
Mag de minister voor Spanje uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel?
5. Eiseres betoogt dat voor Spanje niet uitgegaan kan worden van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Eiseres zal in Spanje niet de bescherming krijgen die zij nodig heeft, zij heeft namelijk geen recht op voorzieningen en kreeg geen medische zorg terwijl zij zwanger was toen ze in Spanje was. Verder wijst eiseres erop dat in het aanmeldgehoor onvoldoende is doorgevraagd naar de omstandigheden in Spanje. Tot slot vreest eiseres voor indirect refoulement als zij wordt teruggestuurd naar Spanje, omdat zij door Spanje zal worden uitgezet naar haar land van herkomst.
5.1.
Voor zover eiseres heeft willen betogen dat het gehoor onzorgvuldig is geweest, omdat in het aanmeldgehoor Dublin onvoldoende is doorgevraagd naar de omstandigheden in Spanje, slaagt dit betoog niet. In het gehoor is aan haar namelijk gevraagd of zij persoonlijke problemen heeft ondervonden in Spanje. Eiseres heeft dus de mogelijkheid gekregen om eventuele problemen in Spanje naar voren te brengen. Dat daarna niet is doorgevraagd, maakt het gehoor niet onzorgvuldig. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het gegeven antwoord van eiseres namelijk geen aanleiding hoeven geven om door te vragen. Daarbij komt dat eiseres ook in de correcties en aanvullingen en de zienswijze de mogelijkheid heeft gehad om eventuele problemen naar voren te brengen.
5.2.
Naar het oordeel van de rechtbank mag de minister nog steeds uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Spanje. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) heeft recent nog bevestigd dat nog steeds van het interstatelijk vertrouwensbeginsel mag worden uitgegaan. [2] . De minister heeft voldoende gemotiveerd dat hiervan nog steeds uitgegaan mag worden. De enkele, niet onderbouwde, stelling van eiseres dat zij geen bescherming krijgt in Spanje en daar geen recht op voorzieningen heeft, en geen medische zorg kreeg tijdens haar zwangerschap, is onvoldoende om niet langer van het interstatelijk vertrouwensbeginsel te mogen uitgaan. Daarbij heeft de minister er terecht op gewezen dat eiseres heeft verklaard slecht enkele dagen in Spanje te hebben verbleven en daar opvang te hebben gehad in een hotel. Verder heeft de gemachtigde van de minister er op de zitting op gewezen dat eiseres in Spanje nog niet zwanger was. Daarmee is het vreemd dat eiseres in beroep aanvoert dat zij, terwijl zij zwanger was geen medische zorg heeft gehad in Spanje. Tot slot heeft de minister terecht gesteld dat Spanje met het claimakkoord heeft bevestigd de asielaanvraag te behandelen. Eiseres kan bij eventuele problemen klagen bij de Spaanse autoriteiten. Het is niet gebleken dat deze mogelijkheid er voor eiseres niet is.
5.3.
Met betrekking tot het risico op indirect refoulement wijst de rechtbank op de uitspraak van het Hof van Justitie van 30 november 2023. [3] Hieruit volgt dat de rechtbank in principe niet mag onderzoeken of er in de aangezochte lidstaat, in dit geval Spanje, een risico bestaat op schending van het beginsel van non-refoulement. Dit is alleen anders wanneer de rechtbank vaststelt dat er in de aangezochte lidstaat sprake is van systeemfouten in de asielprocedure en de opvangvoorzieningen voor personen die om internationale bescherming verzoeken. Gelet op dat wat onder 5.2 is geoordeeld, mag voor Spanje worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. Daarom beoordeelt de rechtbank niet of eiseres bij overdracht aan Spanje een risico loopt op indirect refoulement.
Had de minister artikel 17 vanPro de Dublinverordening moeten toepassen?
6. Eiseres voert aan dat de minister haar asielaanvraag op grond van artikel 17 vanPro de Dublinverordening aan zich had moeten trekken, gelet op alle door eiseres aangedragen feiten en omstandigheden, in het bijzonder het feit dat de vader van haar zoon in Nederland woont. Hij speelt een belangrijke rol in het leven van de zoon van eiseres. De minister is in het besluit onvoldoende ingegaan op alle feiten en omstandigheden.
6.1.
Dit betoog slaagt niet. De minister kan artikel 17 vanPro de Dublinverordening toepassen als in het specifieke geval sprake is van zodanige bijzondere individuele omstandigheden, waardoor een overdracht leidt tot onevenredige hardheid. De minister heeft zich op het standpunt mogen stellen dat in geval van eiseres hiervan geen sprake is. Hierbij heeft de minister ook het belang van het kind betrokken en het feit dat de vader van het kind in Nederland woont. Eiseres heeft verder niet onderbouwd waarom het standpunt van de minister hierover onvoldoende is.
Conclusie en gevolgen
7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en het besluit van 17 februari 2026 in stand kan blijven. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. Y. Yeniay - Cenik, rechter, in aanwezigheid van mr.K.H.M.M. Otten, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Voetnoten
1.Dit staat ook in artikel 30, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000.