ECLI:NL:RBDHA:2026:7285
Rechtbank Den Haag
- Op tegenspraak
- J. Snoeijer
- J. Keltjens
- I. Jadib
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken wettig en overtuigend bewijs bij woningoverval
De rechtbank Den Haag behandelde op 30 maart 2026 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van een woningoverval op 24 september 2021 te Alphen aan den Rijn. De officier van justitie vorderde een taakstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens diefstal met geweld in vereniging. De verdediging pleitte vrijspraak wegens het ontbreken van voldoende bewijs.
Tijdens de terechtzitting op 16 maart 2026 werd het dossier en de tenlastelegging besproken. De rechtbank nam kennis van de vordering van de officier van justitie en de verweren van de raadsman. Hoewel het dossier aanwijzingen bevatte die vragen opriepen, zoals onderschepte chatgesprekken en eenzijdige fotoherkenning, vond de rechtbank deze onvoldoende om wettig en overtuigend bewijs te vormen.
De rechtbank oordeelde dat de betrokkenheid van verdachte bij de woningoverval niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld. Daarom werd verdachte vrijgesproken van het ten laste gelegde feit. Dit vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag en uitgesproken in een openbare terechtzitting.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens het ontbreken van wettig en overtuigend bewijs voor medeplegen woningoverval.