ECLI:NL:RBDHA:2026:7307
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toegang tot medisch dossier voor beoordeling wilsonbekwaamheid bij wijziging testament
De zaak betreft een verzoek van de zoon van een overleden vrouw om inzage in het medisch dossier van zijn moeder, die in 2024 overleed, om te beoordelen of zij wils(on)bekwaam was bij het opstellen van haar laatste testament in 2021. De zoon is onterfd in dat testament en vermoedt dat zijn broer financieel misbruik heeft gemaakt van de moeder tijdens haar cognitieve achteruitgang.
De huisarts weigerde inzage te geven vanwege het medisch beroepsgeheim en het ontbreken van een zwaarwegend belang. De rechtbank oordeelt dat het belang van de zoon zwaarwegend is, gezien de onterving, de vermoedens van wilsonbekwaamheid en de onttrekkingen van geld door de broer. Concrete aanwijzingen, zoals de CIZ-aanvraag wegens dementie en opname in een verpleeghuis, ondersteunen dit vermoeden.
De rechtbank stelt dat het medisch beroepsgeheim doorbroken kan worden op grond van artikel 7:458a BW en dat inzage noodzakelijk is voor de bewijsvoering in een erfrechtelijke procedure. De inzage wordt beperkt tot een door de zoon aan te wijzen geriatrisch specialist en tot de periode december 2021 tot en met december 2024. De vordering tot directe inzage door de zoon zelf wordt afgewezen. Proceskosten worden gecompenseerd en geen dwangsom opgelegd.
Uitkomst: De rechtbank beveelt inzage in het medisch dossier door een geriatrisch specialist ter beoordeling van wilsonbekwaamheid bij testamentwijziging.