Verzoeker heeft op 5 augustus 2025 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn aanvraag van 25 mei 2023. Vervolgens heeft verweerder op 8 augustus 2025 alsnog een besluit genomen op deze aanvraag. Hierop heeft verzoeker het beroep ingetrokken en verzocht om vergoeding van de proceskosten.
De rechtbank overweegt dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een bestuursorgaan kan worden veroordeeld in de proceskosten indien het alsnog aan de indiener tegemoetkomt door een besluit te nemen tijdens de beroepsprocedure. Nu verweerder niet binnen de termijn heeft beslist maar alsnog een besluit heeft genomen, is verweerder aan verzoeker tegemoetgekomen.
De rechtbank wijst het verzoek tot proceskostenvergoeding toe en stelt de kosten vast op €467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor 'licht' vanwege de beperkte aard van het beroep. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 15 januari 2026.