Verzoeker diende op 22 juli 2021 een asielaanvraag in waarop de minister van Asiel en Migratie niet tijdig besloot. Op 6 mei 2022 stelde verzoeker beroep in tegen het niet tijdig beslissen. Nadat de minister alsnog op 7 juli 2022 een besluit nam, trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank oordeelt dat de minister door het niet tijdig beslissen en het latere besluit aan verzoeker is tegemoetgekomen. Op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank in dat geval de proceskosten toewijzen.
De rechtbank stelt de proceskosten vast op €467, gebaseerd op een puntensysteem met een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van dit bedrag aan verzoeker.