Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder.
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse asielzoeker, diende op 25 januari 2026 een asielaanvraag in bij de Nederlandse autoriteiten. De minister van Asiel en Migratie nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Dit werd bevestigd door het Eurodac-systeem en de acceptatie van het terugnameverzoek door Duitsland op 23 februari 2026.
Eiser voerde aan dat hij vreest voor zijn veiligheid in Duitsland vanwege bedreigingen door de Italiaanse maffia en dat de Duitse autoriteiten hem onvoldoende bescherming bieden, wat volgens hem in strijd is met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro. De rechtbank overwoog dat binnen de EU het uitgangspunt geldt dat lidstaten op elkaar kunnen vertrouwen bij de naleving van het Europese recht, tenzij sprake is van systematische tekortkomingen in de asielprocedure of opvang in de verantwoordelijke lidstaat.
Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat dergelijke tekortkomingen in Duitsland bestaan. De rechtbank concludeerde dat eiser na overdracht aan Duitsland in overeenstemming met het Europese recht zal worden behandeld en dat de Duitse autoriteiten gebonden zijn aan de relevante mensenrechtenverplichtingen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.