ECLI:NL:RBDHA:2026:7373
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-inwilliging asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Duitsland
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 3 maart 2026 waarbij de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld zonder zitting op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank verwijst naar een gelijktijdige uitspraak in zaaknummer NL26.11786, waarin het beroep inhoudelijk is behandeld.
Gezien de inhoudelijke uitspraak in de hoofdzaak wordt het verzoek om voorlopige voorziening als kennelijk ongegrond afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.