ECLI:NL:RBDHA:2026:7378
Rechtbank Den Haag
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielzaak
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Spanje verantwoordelijk is voor de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep op 11 maart 2026 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet verschenen.
De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft, mede naar aanleiding van een melding dat eiser op 1 februari 2026 met onbekende bestemming is vertrokken. De gemachtigde van eiser gaf aan geen contact meer te hebben met eiser en niet te weten waar hij verblijft.
Op grond van vaste rechtspraak geldt dat een vreemdeling nog belang heeft bij het beroep als hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde na vertrek. In dit geval is er geen contact meer en geen aanwijzingen dat eiser nog prijs stelt op bescherming in Nederland. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen belang meer heeft bij de procedure.