Eiser ontving vanaf september 2019 een bijstandsuitkering die het college per april 2023 opschortte en later introk met terugvordering van ruim €46.000 vanwege twijfel over zijn hoofdverblijf. Het college baseerde dit op extreem lage waterstanden en het niet meewerken van eiser aan huisbezoeken en gesprekken.
Eiser betwistte de waterstanden en leverde tijdens de beroepsprocedure gecorrigeerde facturen aan, maar deze kwamen te laat om het besluit te beïnvloeden. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende medewerking had verleend en dat het college conform de Participatiewet had gehandeld, inclusief het bieden van hersteltermijnen.
De rechtbank wees ook op de onzorgvuldige proceshouding van het college door het niet nakomen van afspraken over het huisbezoek en het wekken van verkeerde verwachtingen. Desondanks was het bestreden besluit niet in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Het beroep werd ongegrond verklaard, waardoor de intrekking en terugvordering in stand blijven.