ECLI:NL:RBDHA:2026:7419
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens afwezigheid gegronde vrees en adequate opvang in Ethiopië
Eiser, een alleenstaande minderjarige vreemdeling uit de Tigre-bevolkingsgroep in Ethiopië, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Hij vreesde gedwongen militaire dienst en ernstige schade bij terugkeer vanwege de situatie in Tigray. De minister wees de aanvraag af op grond van het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging en het bestaan van adequate opvangmogelijkheden in Ethiopië.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde voor psychische problematiek of trauma en dat zijn vrees voor gedwongen rekrutering niet aannemelijk was, mede omdat het geweld in Tigray sinds het staakt-het-vuren aanzienlijk is verminderd. De minister had zich op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van een reëel risico op ernstige schade conform artikel 3 EVRM Pro.
Verder stelde de rechtbank vast dat de minister voldoende had gemotiveerd dat er adequate opvang beschikbaar is bij Bright Star Relief, een opvangvoorziening in Ethiopië. De verwijzing van eiser naar beperkte beschikbaarheid was onvoldoende onderbouwd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens het ontbreken van een gegronde vrees en de aanwezigheid van adequate opvang in Ethiopië.