Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7461

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 maart 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
C/09/697510 / FA RK 26-253
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • E.G. Nuboer
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Zorgregeling en omgangsregeling voor minderjarige kinderen na beëindiging relatie ouders

De rechtbank Den Haag behandelde op 2 maart 2026 een verzoek van de vader tot vaststelling van een zorgregeling voor zijn twee minderjarige kinderen, geboren in 2011 en 2015. Partijen oefenen gezamenlijk gezag uit, maar het contact tussen vader en kinderen is gespannen door eerdere ruzies en de complexe gezinssituatie, waaronder de nieuwe partner van de vader.

De vader verzocht om een uitgebreide zorgregeling met vaste contactmomenten, inclusief sportactiviteiten en vakanties, en wilde exclusief beheer over de kartactiviteiten van het oudste kind. De moeder stond open voor contact, maar benadrukte het belang van rust, veiligheid en een stapsgewijze opbouw, mede vanwege de autisme en eetstoornis van het oudste kind.

De rechtbank oordeelde dat het contact hersteld moet worden met aandacht voor de gevoelens van onveiligheid bij de kinderen. Een gezamenlijk gesprek met ouders en kinderen onder begeleiding is noodzakelijk. De vader werd niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoek tot exclusief kartactiviteitenbeheer. De zorgregeling wordt gefaseerd ingevoerd met contactmomenten tijdens sportactiviteiten en om de week een weekend bij de vader vanaf 1 juli 2026. De feestdagenregeling werd eveneens vastgesteld. Het verzoek tot kinderalimentatie wordt gesplitst en in een aparte procedure behandeld.

Uitkomst: De rechtbank stelt een gefaseerde zorgregeling vast voor de kinderen met contactmomenten bij de vader vanaf 1 juli 2026 en wijst het verzoek tot exclusief kartactiviteitenbeheer af.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 26-253
Zaaknummer: C/09/697510
Datum beschikking: 2 maart 2026 (bij vervroeging)

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, kinderalimentatie

Beschikking op het op 8 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.E.M. Beijersbergen te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. P. Vellekoop te Honselersdijk.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het bericht van 27 januari 2026, van de vader, met bijlagen;
- het bericht van 30 januari 2026 van de moeder;
- het zelfstandig verzoek, met bijlagen;
- het bericht van 3 februari 2026 van de vader, met bijlagen;
- het verweerschrift, met bijlage.
De minderjarigen [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hebben zich in raadkamer uitgelaten over het verzoek.
Op 10 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vader met zijn advocaat;
- de moeder met haar advocaat;
- [naam] , namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] .
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
- De kinderen staan in de BRP ingeschreven bij de moeder.
- Beide partijen hebben de Nederlandse nationaliteit.

Verzoek en verweer

De vader verzoekt:
- een zorgregeling vast te stellen, inhoudende dat:
- de vader [de minderjarige 2] op dinsdag voorafgaand aan honkbaltraining bij de moeder ophaalt, waarna de vader [de minderjarige 2] tijdens de honkbaltraining begeleidt en [de minderjarige 2] na afloop van de honkbaltraining naar de moeder terugbrengt;
- de vader [de minderjarige 1] op donderdag voorafgaand aan de personal training bij de moeder ophaalt, waarna de vader [de minderjarige 1] tijdens de personal training begeleidt en [de minderjarige 1] na afloop van de personal training naar de moeder terugbrengt;
- [de minderjarige 2] bij de vader is in de ene week op vrijdag voorafgaand aan school en bij geen school vanaf 9.00 uur tot vrijdagavond 21.00 uur. De vader haalt [de minderjarige 2] die dag voorafgaand aan school, of bij geen school om 9.00 uur, bij de moeder op en brengt hem om 21.00 uur naar de moeder terug.
In de andere week verblijft [de minderjarige 2] op vrijdag voorafgaand aan school, en bij geen school vanaf 9.00 uur tot zondagavond 21.00 uur, bij de vader. De vader haalt [de minderjarige 2] op vrijdag voorafgaand aan school of bij geen school om 9.00 uur bij de moeder op en brengt hem op zondagavond 21.00 uur naar de moeder terug;
- [de minderjarige 1] bij de vader is in de ene week op vrijdagmiddag uit school en bij geen school vanaf 9.00 uur tot vrijdagavond 21.00 uur. De vader haalt [de minderjarige 1] ’s middags uit school en bij geen school om 9.00 uur bij de moeder op en brengt hem om 21.00 uur naar de moeder terug.
In de andere week verblijft [de minderjarige 1] vanaf vrijdagmiddag uit school en bij geen school vanaf 9.00 uur tot zondagavond 21.00 uur bij de vader. De vader haalt [de minderjarige 1] op vrijdagmiddag uit school, en bij geen school om 9.00 uur, bij de moeder op en brengt hem op zondagavond 21.00 uur naar de moeder terug;
- een vakantie- en feestdagenregeling vast te stellen, inhoudende dat:

voorjaarsvakantie

- de kinderen bij de vader zijn in de even jaren gedurende de voorjaarsvakantie vanaf vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school.
In de oneven jaren zijn de kinderen gedurende de voorjaarsvakantie vanaf vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school bij de moeder;

meivakantie

- de kinderen bij de moeder zijn in de even jaren de eerste week van de meivakantie vanaf vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 21.00 uur halverwege de vakantie en de tweede week van de meivakantie vanaf zondagavond 21.00 uur halverwege de vakantie tot maandagochtend naar school bij de vader.
In de oneven jaren zijn de kinderen bij de vader de eerste week van de meivakantie vanaf vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 21.00 uur halverwege de vakantie en de tweede week van de meivakantie vanaf zondagavond 21.00 uur halverwege de vakantie tot maandagochtend naar school bij de moeder;

zomervakantie

- de kinderen in de even jaren bij de moeder zijn de eerste drie weken van de zomervakantie en de laatste drie weken van de zomervakantie bij de vader.
In de oneven jaren zijn de kinderen de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader en de laatste drie weken van de zomervakantie bij de moeder;

herfstvakantie

- de kinderen bij de moeder zijn in de even jaren zijn gedurende de herfstvakantie vanaf vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school.
In de oneven jaren zijn de kinderen gedurende de herfstvakantie vanaf vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school bij de vader;

kerstvakantie

- de kinderen bij de vader zijn in de even jaren de eerste week van de kerstvakantie, exclusief tweede kerstdag van 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag, en op nieuwjaarsdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag. De tweede week van de kerstvakantie zijn de kinderen, exclusief nieuwjaarsdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag, en op tweede kerstdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag bij de moeder.
In de oneven jaren zijn de kinderen de eerste week van de kerstvakantie, exclusief tweede kerstdag van 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag, en op nieuwjaarsdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag bij de moeder. De tweede week van de kerstvakantie zijn de kinderen, exclusief nieuwjaarsdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag, en op tweede kerstdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag bij de vader;

feestdagen

- de kinderen bij de moeder zijn in de even jaren op Goede Vrijdag vanaf 9.00 uur tot 21.00 uur, eerste paasdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag, eerste pinksterdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag en Koningsdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag. De kinderen zijn op Hemelvaartsdag vanaf 9.00 uur tot 21.00 uur, tweede paasdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag, tweede pinksterdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag en 5 december vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag bij de vader.
In de oneven jaren zijn de kinderen op Goede Vrijdag vanaf 9.00 uur tot 21.00 uur, eerste paasdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag, eerste pinksterdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag en Koningsdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag bij de vader zijn. De kinderen zijn op Hemelvaartsdag vanaf 9.00 uur tot 21.00 uur, tweede paasdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag, tweede pinksterdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag en 5 december vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag bij de moeder. Dit alles tenzij Goede Vrijdag, Pasen, Hemelvaartsdag, Koningsdag of 5 december in de vakantie valt, in welk geval de vakantieregeling leidend is;
- de kinderen bij de vader zijn in de oneven jaren op hun verjaardagen vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag en in de even jaren vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag bij de moeder;
- de kinderen bij de vader zijn op de verjaardag van de vader en Vaderdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag;
- de kinderen bij de moeder zijn op de verjaardag van de moeder en Moederdag vanaf 9.00 uur tot 9.00 uur de volgende dag bij de moeder,
- te bepalen dat de vader alle kartactiviteiten van [de minderjarige 1] zal blijven beheren en coördineren zoals hij dat tot op heden altijd heeft gedaan en dat hij [de minderjarige 1] naar alle kartactiviteiten zal rijden,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken, en verzoekt zelfstandig:
- een bijzonder curator te benoemen die de belangen van de kinderen kan behartigen
en nader kan adviseren over het contactherstel tussen de vader en de kinderen dan wel de Raad voor de Kinderbescherming te gelasten om een onderzoek te doen naar de
vraag welke zorgregeling het meest in het belang is van de kinderen en op welke
manier die zorgregeling kan worden opgebouwd;
- tussen de vader en de kinderen uiteindelijk een zorgregeling zal worden vastgelegd, waarbij de kinderen bij de vader zijn een weekend per twee weken van zaterdagochtend 10:00 uur tot zondagavond 19:00 uur met een gefaseerde opbouw en met de volgende afspraken over de praktische uitvoering van de zorgregeling:
- de vader haalt de kinderen op bij de moeder en de moeder haalt de kinderen op bij de vader;
- als een van de ouders vanwege een dringende reden niet voor de kinderen kan
zorgen, zullen de ouders eerst aan elkaar vragen of diegene voor de kinderen kan
zorgen. Als dit niet mogelijk is, zullen de ouders of zussen van de moeder worden
verzocht om de kinderen op te vangen;
- uiterlijk een week voor het contactmoment dient gemeld te worden als een van de
ouders vanwege een dringende reden niet in staat is om bij de kinderen te kunnen
zijn, tenzij sprake is van een zeer uitzonderlijke situatie.
- de vader met ingang van 1 juli 2025 een kinderalimentatie van € 286,- per kind per maand dient te voldoen;
- partijen de navolgende kosten van de kinderen 50/50 dienen te voldoen:
- sportkosten van de kinderen zover deze niet worden gedekt door sponsorinkomsten;
- kosten van orthodontie;
- niet-reguliere schoolkosten zoals (buitenlandse) werkweken, laptop, etc.;
- kosten van bril of contactlenzen,
een en ander voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.

Beoordeling

Zorgregeling
Productie 5 van de moederDe moeder heeft via haar advocaat een verweerschrift ingediend. Daarbij heeft de advocaat van de moeder ‘productie 5’ gevoegd, waarin de moeder zelf reageert op stellingen die de vader, via zijn advocaat, in het verzoekschrift heeft ingenomen. De vader maakt daar bezwaar tegen, omdat het neerkomt op een (verlengde van het) verweerschrift en de wet bepaalt dat een verweerschrift bij advocaat moet worden ingediend. De moeder stelt daarover dat het verzoekschrift zo omvangrijk en gedetailleerd is, dat niet van haar kan worden verwacht dat zij op alles reageert via haar advocaat.
De rechtbank overweegt dat ‘productie 5’ niet valt aan te merken als een verweerschrift, maar als een nadere toelichting van de moeder over hoe zij de afgelopen periode heeft ervaren. Een deel van de inhoud daarvan heeft de moeder, in andere woorden, ook op de zitting verteld. De vader heeft ook de gelegenheid gehad om daarop te reageren. De rechtbank ziet daarom geen reden het document buiten beschouwing te laten.
Standpunt van de vaderDe vader heeft in het leven van de kinderen altijd een grote rol gespeeld, ook bij de sportactiviteiten van de kinderen. Hij heeft nu een nieuwe partner, met wie hij onlangs een kind heeft gekregen. Na de beëindiging van de relatie heeft de vader een aantal keer geprobeerd gesprekken te voeren met de moeder om de problemen tussen hen zoveel mogelijk weg te houden bij de kinderen. Desalniettemin zijn de kinderen meerdere keren getuige geweest van ruzies tussen partijen. De vader heeft meermaals mediation voorgesteld, maar de moeder staat hier onwelwillend tegenover. De vader staat ook open voor ouderschapsbemiddeling. Hoewel hij de wens heeft dat de kinderen bij hem verblijven, staat de moeder dit niet toe.
Volgens haar dient er namelijk eerst een gesprek tussen partijen en de kinderen plaats te vinden. De vader wil dat gesprek echter graag voeren zonder aanwezigheid van de moeder. Verder stelt de moeder als voorwaarde dat contact alleen in haar aanwezigheid kan plaatsvinden, omdat de kinderen zich anders niet veilig voelen bij de vader. De vader ervaart dit echter anders en heeft dan ook het idee dat de kinderen zich inmiddels in een (ernstig) loyaliteitsconflict bevinden en zich in het bijzijn van de moeder niet vrij voelen om aan te geven wat zij zelf willen. Zo heeft [de minderjarige 1] gesprekken tussen hem en de vader in de auto opgenomen. De vader is er echter van overtuigd dat [de minderjarige 1] daartoe is aangezet door de moeder. [de minderjarige 1] heeft autisme en de vader is bang om in de communicatie naar hem fouten te maken, omdat hij het gevoel heeft dat niks wat hij doet goed is. De vader zou daarvoor dan ook graag hulp willen krijgen. Dat ook [de minderjarige 2] last heeft van de situatie blijkt volgens de vader uit het bericht van 12 december 2025 van mevrouw Vlijm, de kindercoach van [de minderjarige 2] . Bovendien reageert [de minderjarige 2] inmiddels niet meer op Whatsapp-berichten van de vader.
Het is de vader in ieder geval duidelijk geworden dat het partijen zelf niet gaat lukken om afspraken ten aanzien van de zorgregeling te maken. Om deze reden verzoekt hij de rechtbank een zorgregeling te bepalen, waarbij in de aanloopperiode daarnaartoe rekening moet worden gehouden met het tempo en de behoeften van de kinderen. De vader denkt dat het begeleiden naar de sportactiviteiten een goede ingang is om het contact weer op te bouwen.
Standpunt van de moeder
Hoewel de moeder openstaat voor contact tussen de kinderen en de vader, is het volgens haar van belang dat eerst sprake is van rust, duidelijkheid en veiligheid. Pas daarna kan de omgang tussen de vader en de kinderen stapsgewijs worden opgebouwd. Het is niet de bedoeling van de moeder om dan ook aanwezig te zijn bij de contactmomenten van de vader en de kinderen. Verder geeft de moeder aan dat [de minderjarige 1] door therapieën voor en begeleiding bij zijn autisme en eetstoornis angsten heeft kunnen overwinnen. Volgens de moeder hebben zij en haar familie daarin een grote rol gespeeld. Daarentegen vindt de moeder dat de vader niet genoeg rekening houdt met het autisme van [de minderjarige 1] . Zo heeft de vader bijvoorbeeld via Whatsapp aan de kinderen laten weten dat hun halfzusje is geboren. Zij waren hierdoor van slag. De kinderen willen de vader nu niet zien en dat komt door het gedrag van de vader. Zij voelen zich niet veilig en hebben het gevoel dat de vader hen niet meer ziet staan. De vader zet de kinderen onder druk om zijn nieuwe partner te ontmoeten. Ook schreeuwt de vader vaak naar de kinderen en praat hij tegen hen negatief over de moeder. De moeder is geschrokken van wat zij hoorde op de audio-opname van de autorit van [de minderjarige 1] en de vader. De kinderen zijn voor hulpverlening doorverwezen door Delft Support. De moeder is bereid deel te nemen aan ouderschapsbemiddeling, maar daarvoor is het wel belangrijk dat de vader ook naar zijn eigen aandeel in deze situatie kijkt. Verder vindt de moeder het niet erg als de vader [de minderjarige 1] begeleidt met het karten ( [de minderjarige 1] doet aan karten op hoog niveau), maar het is niet de bedoeling dat hij daarin alles alleen beslist. De moeder wil dat er duidelijke afspraken worden gemaakt over de kinderen, ook over het naderende kartseizoen van [de minderjarige 1] .
Juridisch kaderOp grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kunnen in geval van gezamenlijke uitoefening van het gezag geschillen hieromtrent op verzoek van de ouders of van één van hen aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een beslissing die haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt.
Inhoudelijke beoordelingDe rechtbank overweegt dat in de stukken en op de zitting duidelijk is geworden dat beide ouders het beste met de kinderen voor hebben. In het afgelopen jaar is er veel gebeurd in het leven van zowel de ouders als de kinderen. Zo heeft de vader inmiddels een nieuwe partner, met wie hij recentelijk een kind heeft gekregen. Het contact tussen de ouders is verslechterd en de kinderen hebben ruzies tussen de ouders meegemaakt. Uit de door de vader overgelegde doorverwijzing van de hulpverlening volgt dat er zorgen zijn om het welbevinden van de kinderen. Zo ervaart [de minderjarige 2] veel stress, is hij boos, verdrietig en ervaart hij angstgevoelens die hij niet wil of kan uiten. Ook over [de minderjarige 1] zijn zorgen. Hij heeft aangegeven dat hij gespannen is en dat de vader vaak boos op hem is. Ook heeft hij extra aandacht nodig vanwege zijn autisme en eetstoornis. Beide kinderen houden het contact met de vader af, terwijl de vader daarvoor juist erg betrokken was bij hen, onder meer als het gaat om hun sportactiviteiten. De rechtbank vindt het in het belang van de kinderen dat deze impasse wordt doorbroken en dat het contact tussen de kinderen en de vader wordt hersteld. Daarbij moet evenwel aandacht zijn voor het gevoel van onveiligheid dat bij de kinderen ten opzichte van hun vader is ontstaan. Dat beide ouders hebben aangegeven open te staan voor hulpverlening in de vorm van het traject Gezinsvertegenwoordiger vindt de rechtbank een goede eerste stap. De rechtbank vindt het noodzakelijk dat, voordat het contact met de vader wordt opgebouwd, de kinderen weer het vertrouwen krijgen dat dat op een prettige manier verloopt. Daarvoor zal er eerst een gesprek moeten plaatsen tussen de ouders en de kinderen gezamenlijk.
De vader maakt bezwaar tegen een gesprek in aanwezigheid van de moeder, maar lijkt daarbij de weerstand die nu bij de kinderen bestaat te onderschatten. De ouders twisten over de oorzaak van de gevoelens die bij [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] zijn ontstaan, maar dat zij zich beiden onveilig voelen is een feit. De rechtbank heeft dan ook niet de verwachting dat zij het gesprek met de vader willen aangaan zonder de aanwezigheid van een voor hen vertrouwd persoon. Zij hebben nodig dat hun gevoelens worden erkend. Bovendien hebben zij er behoefte aan om van beide ouders te horen dat zij elkaar als ouders van de kinderen waarderen en respecteren en dat zij geen negatieve uitlatingen meer over elkaar zullen doen in aanwezigheid van de kinderen. Als de ouders in staat zijn samen dit herstelgesprek met de kinderen aan te gaan en dit gesprek op een positieve manier vorm kunnen geven, vormt dit naar verwachting de snelste en voor de kinderen meest prettige route naar herstel van het contact tussen de vader en de kinderen. Als de ouders hier niet toe in staat zijn, kunnen zij de hulpverlening vragen de vader en de kinderen te begeleiden bij een herstelgesprek. Die route zal naar verwachting evenwel veel extra tijd in beslag nemen.
Vervolgens zal het contact moeten worden opgebouwd in het tempo dat bij de kinderen past. Zowel de ouders als de Raad hebben op de zitting aangegeven dat begeleiding van de sportactiviteiten een mogelijke ingang is om het contact op te bouwen. Om de hulpverlening de ruimte te geven om te beoordelen op welke manier de opbouw het beste kan plaatsvinden, zal de rechtbank de precieze opbouw van de contactmomenten niet bepalen. Wel zal de rechtbank bepalen dat onder begeleiding van de hulpverlening uiteindelijk moet worden toegewerkt naar een zorgregeling, waarbij de kinderen bij de vader zijn om de week van zaterdagochtend 10:00 uur tot zondagavond 19:00 uur en tijdens de sportactiviteiten iedere dinsdag (honkbaltraining van [de minderjarige 2] ), donderdag (personal training van [de minderjarige 1] ) en tijdens het karten van [de minderjarige 1] . Ook zal de rechtbank de door de vader verzochte regeling voor de feestdagen vastleggen. Om duidelijkheid te creëren, zal de rechtbank bepalen dat de zorgregeling uiterlijk 1 juli 2026 ingaat. Gelet op de situatie zoals die nu is, waarbij de kinderen het contact met de vader afhouden, vindt de rechtbank de door de vader voorgestelde weekend- en vakantieregeling een te grote stap. De rechtbank vindt het nu niet in het belang van de kinderen te bepalen dat zij frequenter en een langer aaneengesloten periode bij de vader zullen verblijven. Het staat de ouders uiteraard vrij om in een later stadium in onderling overleg de zorgregeling uit te breiden met de vakanties.
Over de door moeder voorgestelde afspraken in geval van verhindering van één van de ouders, overweegt de rechtbank dat de ouder die volgens de zorgregeling voor de kinderen dient te zorgen, zelf verantwoordelijk is voor en de vrijheid heeft om opvang te regelen als die ouder incidenteel is verhinderd. Uiteraard dient daarbij rekening te worden gehouden met de zorgbehoeften van [de minderjarige 1] vanwege zijn autisme en eetstoornis. De rechtbank ziet geen aanleiding om de afspraken vast te leggen zoals de moeder die heeft voorgesteld. Wat betreft het verzoek van de vader om te bepalen dat hij alle kartactiviteiten van [de minderjarige 1] zal blijven beheren en coördineren, zoals het contact onderhouden met sponsoren, raceteams en de kartschool, overweegt de rechtbank dat dat geen geschil omtrent het gezag is waarop op grond van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek kan worden beslist. De ouders hebben gezamenlijk gezag en dienen beslissingen daarom ook gezamenlijk te nemen. De beslissing die de vader vraagt impliceert dat de moeder een gedeelte van haar beslissingsbevoegdheid wordt ontnomen. Een dergelijke rechtsfiguur kent het recht niet. De rechtbank zal de vader daarom niet-ontvankelijk verklaren in dit verzoek. De rechtbank geeft de ouders mee dat zij hierover binnen het traject de Gezinsvertegenwoordiger verder in gesprek kunnen gaan, waarbij voorstelbaar is dat de ouders afspreken dat de vader, net als voorheen, het voortouw neemt ten aanzien van de kartactiviteiten van [de minderjarige 1] en de moeder op gezette tijden informeert en consulteert.
Zoals hiervoor overwogen, hebben beide ouders op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan het traject Gezinsvertegenwoordiger. Ook vanuit de hulpverlening van [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] is de aanmelding voor dit traject geadviseerd. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan dit traject, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding. De rechtbank zal de ouders bij eindbeschikking verwijzen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de hulpverleningsinstantie een (eind)rapportage over het verloop van het traject indient.
Kinderalimentatie
De moeder heeft op 30 januari 2026 een zelfstandig verzoek tot kinderalimentatie ingediend. De vader vraagt om een verweertermijn en voert daartoe aan dat hij het verzoek te kort voor de zitting heeft ontvangen om verweer te kunnen voeren. Gelet op het feit dat de vader op grond van het procesreglement een verweertermijn heeft van vier weken, zal de rechtbank het verzoek over de kinderalimentatie afsplitsen en, in beginsel na een schriftelijke ronde, een beslissing nemen. Dit verzoek zal als een nieuwe zaak
(C/09/699353 / FA RK 26-1343) worden behandeld. In de onderhavige procedure zal over de kinderalimentatie daarom geen inhoudelijke beslissing worden genomen. De rechtbank zal de vader een verweertermijn van vier weken geven, dus tot uiterlijk 10 maart 2026. Vervolgens zal de rechtbank de moeder tot uiterlijk 24 maart 2026 geven om op het verweer te reageren, waarna de vader tot uiterlijk 10 april 2026 heeft om als laatste te reageren. Partijen krijgen van deze reactietermijnen geen tussentijds bericht van de rechtbank.

Beslissing

De rechtbank:
verklaart de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoek te bepalen dat hij alle kartactiviteiten van [de minderjarige 1] zal blijven beheren en coördineren;
bepaalt met ingang van uiterlijk 1 juli 2026 dat de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2011 te [geboorteplaats] ,
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2015 te [geboorteplaats] ,
bij de vader zullen zijn:
- om de week van zaterdagochtend 10:00 uur tot zondagavond 19:00 uur, waarbij de vader de kinderen ophaalt bij de moeder en de moeder de kinderen ophaalt bij de vader;
- tijdens de sportactiviteiten iedere dinsdag (honkbaltraining van [de minderjarige 2] ) en donderdag (personal training van [de minderjarige 1] ), alsmede tijdens het karten van [de minderjarige 1] , waarbij de vader de kinderen ophaalt bij de moeder en na afloop brengt naar de moeder;
bepaalt met ingang van uiterlijk 1 juli 2026 dat ten aanzien van de kinderen de volgende feestdagenregeling zal gelden, waarbij heeft te gelden dat tijdens de feestdagen de voormelde reguliere zorgregeling niet doorloopt en uitsluitend deze feestdagenregeling geldt, en waarbij heeft te gelden dat de vader de kinderen ophaalt bij de moeder en de moeder de kinderen ophaalt bij de vader;
  • Goede Vrijdag van 09:00 uur tot 21:00 uur:
  • eerste paasdag van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • tweede paasdag van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • eerste pinksterdag van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • tweede pinksterdag van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • Koningsdag van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • Hemelvaartsdag van 09:00 uur tot 21:00 uur:
  • Moederdag van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag: bij de moeder;
  • Vaderdag van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag: bij de vader;
  • 5 december van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • eerste kerstdag van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • tweede kerstdag van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • nieuwjaarsdag van 09:00 uur tot 09.00 uur de volgende dag:
  • de verjaardag van de kinderen van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • de verjaardag van de vader van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
  • de verjaardag van de moeder van 09:00 uur tot 09:00 uur de volgende dag:
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader] ,
wonende te [adres 1] ,
en
[de moeder] ,
wonende te [adres 2] ,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het traject Gezinsvertegenwoordiger, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
verklaart deze beschikking tot zover, met uitzondering van de beslissing tot niet-ontvankelijkheid van een deel van het verzoek van de vader, uitvoerbaar bij voorraad;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject;
verwijst het zelfstandige verzoek van de moeder om een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding onder zaaknummer C/09/699353 / FA RK 26-1343 naar een aparte – in beginsel schriftelijke – procedure en houdt dat verzoek aan tot
10 april 2026 pro forma;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.G. Nuboer, kinderrechter, bijgestaan door mr. A.J.A. Olthoff als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 2 maart 2026.