ECLI:NL:RBDHA:2026:7538
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom handhaving revisievergunning gevaarlijke stoffen niet onevenredig
Eiseres, een bedrijf met een revisievergunning voor het reinigen en overslaan van vervoerseenheden met gevaarlijke stoffen, kreeg een last onder dwangsom opgelegd wegens het niet naleven van voorschrift 2.3.2 van haar vergunning. Dit voorschrift verwijst naar de Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen 15:2005 (PGS 15), waarin staat dat containers met gevaarlijke stoffen niet in de buitenste rij van de stapeling mogen staan en niet direct naast elkaar geplaatst mogen worden.
Eiseres voerde aan dat PGS 15 richtlijnkarakter heeft en dat het college had moeten beoordelen of alternatieven een gelijkwaardige bescherming bieden. Ook stelde zij dat de last praktisch en economisch onuitvoerbaar is en dat de werkwijze tot onveilige situaties leidt. De rechtbank oordeelde dat de revisievergunning onherroepelijk is en dat het voorschrift moet worden nageleefd totdat het formeel wordt gewijzigd. Handhaving is in het algemeen noodzakelijk en alleen in bijzondere gevallen onevenredig.
De rechtbank vond geen bijzondere omstandigheden die handhaving in dit geval onevenredig maken. De doelstelling van het voorschrift is het voorkomen van gevaarlijke situaties en het beperken van calamiteiten. De door eiseres aangevoerde notitie van AVIV dateert van na het bestreden besluit en is door het college gemotiveerd betwist. Ook de stelling dat de last economisch onuitvoerbaar is, werd niet onderbouwd.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Het beroep tegen het invorderingsbesluit werd terugverwezen naar het college om in bezwaar te worden behandeld. De uitspraak werd gedaan door rechter A.C. de Winter op 1 april 2026.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van de last onder dwangsom wordt ongegrond verklaard en het beroep tegen het invorderingsbesluit wordt terugverwezen naar het college.