Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7607

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
NL25.49365
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 31 Vw 2000Vreemdelingencirculaire 2000Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijhedenVerdrag betreffende de status van vluchtelingen
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Mexicaanse man wegens ongeloofwaardige dreiging Jalisco-kartel

Eiser, een Mexicaanse man, vroeg asiel aan in Nederland vanwege bedreigingen door het Jalisco-kartel en problemen met het Openbaar Ministerie in zijn woonplaats, alsmede vanwege zijn homoseksuele geaardheid. Hij stelde dat leden van het kartel zijn stiefvader hadden vermoord en zijn ouderlijk huis hadden ingenomen. Eiser had aangifte gedaan, was aangevallen en vluchtte uiteindelijk naar Nederland. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de dreiging en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade.

De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister de problemen met het kartel en het OM terecht ongeloofwaardig vond, omdat eiser onvoldoende documenten overlegde en zijn verklaringen niet samenhangend waren. Ook vond de rechtbank dat de minister terecht geen gegronde vrees voor vervolging wegens homoseksualiteit aannam, omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij daardoor ernstig beperkt werd in zijn maatschappelijke functioneren.

De rechtbank verwierp het beroep en concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand was gekomen. De rechtbank zag geen aanleiding voor aanvullend onderzoek en vond dat de minister voldoende rekening had gehouden met de omstandigheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de dreiging en geen gegronde vrees voor vervolging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.49365

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser], [V-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. N. Birrou),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 18 juni 2025 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 oktober 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van eiser en F.G. Moretto als tolk. Verweerder heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld vanwege ziekte.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft de Mexicaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1988. Eiser legt aan zijn asielaanvraag ten grondslag dat hij problemen heeft met het Jalisco-kartel [1] en het Openbaar Ministerie (OM). Leden van het kartel hebben eisers stiefvader vermoord. Hierbij waren ook twee agenten van het OM betrokken. Daarnaast is eisers ouderlijk huis in [plaats] ingenomen door het kartel. Eiser heeft aangifte gedaan van de moord op zijn stiefvader. Hij heeft ook geprobeerd om aangifte te doen van de toe-eigening van zijn huis, maar het OM weigerde deze aangifte in behandeling te nemen. Na deze incidenten heeft eiser een langere periode ondergedoken gezeten. Toen eiser weer is gaan werken, is hij op straat aangevallen door leden van het kartel. Ook hiervan heeft eiser aangifte gedaan en daarna is hij naar [land] vertrokken. Daar kreeg eiser het bericht dat zijn ouderlijk huis in brand was gestoken door het kartel. Eisers asielaanvraag is in [land] afgewezen. Eiser is daarna teruggekeerd naar Mexico. Eiser is vervolgens naar het OM gegaan om zijn aangiften op te vragen. Zij hebben eiser toen geïnformeerd dat hij gearresteerd zou kunnen worden als hij niet zou verschijnen bij de rechtszaak. Eiser heeft vervolgens asiel aangevraagd in Nederland.
2.1.
Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Identiteit, nationaliteit en herkomst;
Problemen met het Jalisco-kartel en met het OM in [plaats];
Homoseksuele gerichtheid.
2.2.
Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit, herkomst en homoseksuele gerichtheid geloofwaardig. Verweerder vindt eisers problemen met het Jalisco-kartel en het OM in [plaats] niet geloofwaardig. Eiser heeft onvoldoende documenten overgelegd en daarvoor geen goede verklaring gegeven. [2] Daarnaast vormen eisers verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel. [3] Eiser loopt daarom geen reëel risico op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het EVRM [4] en hij heeft geen vrees voor vervolging in vluchtelingrechtelijke zin. [5]
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom eisers problemen met het Jalisco-kartel en het OM ongeloofwaardig zijn. Eiser heeft gedetailleerde en samenhangende verklaringen afgelegd en zijn relaas onderbouwd met verschillende documenten. Verweerder heeft zich ten onrechte beperkt tot de constatering dat de stukken niet verifieerbaar zijn. Bij de beoordeling van eisers relaas heeft verweerder bovendien onvoldoende rekening gehouden met de context van corruptie en straffeloosheid in Mexico. Het ontbreken van originele documenten kan niet worden tegengeworpen nu eiser aannemelijk heeft gemaakt dat deze documenten zich in Mexico bevinden ten behoeve van een lopende erfopvolgingsprocedure. Verweerder heeft daarnaast miskend dat de Mexicaanse autoriteiten structureel niet in staat zijn bescherming te bieden tegen het Jalisco-kartel. Eiser verwijst hierbij naar verschillende rapporten. [6] Verder heeft verweerder nagelaten te beoordelen of eiser bij terugkeer naar Mexico als openlijk homoseksuele man, vreest voor vervolging of een reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het EVRM. Het bestreden besluit is bovendien onzorgvuldig tot stand gekomen nu in het medTadvies alleen summier wordt vermeld dat er geen beperkingen zijn voor het horen en beslissen terwijl eiser kampt met ernstige psychische klachten, waaronder slapeloosheid, paniekaanvallen en depressieve symptomen. Verweerder had aanvullend onderzoek moeten verrichten. Het bestreden besluit is ook onzorgvuldig tot stand gekomen omdat eiser een handgeschreven verklaring heeft overgelegd met zijn volledige relaas en verweerder dit niet heeft betrokken bij de beoordeling. Tot slot, is het bestreden besluit is in strijd met het arrest Adrar [7] nu verweerder heeft nagelaten een actuele en individuele beoordeling te verrichten van het risico op schending van artikel 3 van Pro het EVRM.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
Zorgvuldigheid
4. De rechtbank is van oordeel dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand is gekomen. De enkele omstandigheid dat de conclusie van het medTadvies summier is, is onvoldoende om tot het oordeel te komen dat het advies onzorgvuldig tot stand is gekomen. Ten aanzien van de handgeschreven verklaring heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat deze niet bij het nader gehoor is overgelegd of niet is ingenomen maar dat een zelfgeschreven stuk in ieder geval niet kan worden meegenomen in de beoordeling van de geloofwaardigheid. Eiser heeft toegelicht dat de verklaring zijn volledige relaas bevat. Nu eiser uitgebreid is gehoord over zijn relaas en in de gelegenheid is gesteld om correcties en aanvullingen en een zienswijze in te brengen, ziet de rechtbank geen aanleiding om te oordelen dat het bestreden besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen omdat deze verklaring niet is betrokken.
Problemen met het Jalisco-kartel en het OM
5. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers problemen met het Jalisco-kartel en het OM ongeloofwaardig heeft kunnen vinden en overweegt hiertoe als volgt.
5.1.
Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser onvoldoende documenten heeft overgelegd en daarvoor geen goede verklaring heeft gegeven. Zo heeft eiser verklaard dat er een akte van eigendom is van zijn ouderlijk huis waaruit blijkt dat zijn moeder de wettige eigenares is en dat er een rechtszitting zou plaatsvinden die gaat over het eigendom van het huis. [8] Eiser heeft niet verklaard waarom hij deze documenten niet heeft kunnen overleggen. Ook heeft eiser verklaard over de aangiften die hij heeft gedaan vanwege de dood van zijn stiefvader. Verweerder heeft eisers verklaring dat Mexico structureel geen volledige afschriften van aangiften verstrekt aan slachtoffers niet hoeven volgen. Dit volgt namelijk niet uit de rapporten waar eiser op heeft gewezen. Ook is niet gebleken dat eiser heeft geprobeerd deze te verkrijgen. Dat eiser veel andere documenten heeft overgelegd doet aan het voorgaande niet af, nu eiser ook heeft verklaard te (kunnen) beschikken over andere documenten die zien op zijn relaas en, zoals hiervoor overwogen, geen goede verklaring heeft gegeven waarom hij deze documenten niet heeft overgelegd.
5.2.
Verder heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eisers verklaringen geen aannemelijk en samenhangend geheel vormen. Daarbij heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiser heeft verklaard dat zijn stiefvader is vermoord door leden van het kartel omdat zij als doel hadden zijn ouderlijk huis in te nemen. Eiser stelt dat zij hierbij hulp hebben gekregen van het OM. Verweerder heeft kunnen stellen dat hiermee niet valt te rijmen dat eiser meerdere keren aangifte heeft gedaan bij het OM in [plaats] en dus bescherming heeft gezocht bij de instantie waar hij voor vreest. Daarnaast heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat het ongerijmd is dat het Jalisco-kartel en het OM op zoek zijn naar eiser. Eiser heeft namelijk verklaard dat de moord heeft plaatsgevonden in 2020 en dat hij daarna nog tot 2023 in [plaats], Mexico, is gebleven waar hij heeft kunnen wonen en werken zonder lastiggevallen te worden door het Jalisco-kartel of door agenten van het OM. Ook heeft verweerder ongerijmd kunnen vinden dat het kartel en het OM op zoek zijn naar eiser en zijn moeder probleemloos in Mexico heeft verbleven terwijl het doel is om zijn ouderlijk huis in te nemen en dit op naam staat van zijn moeder. Ook heeft verweerder kunnen opmerken dat het ongerijmd is dat eiser in de correcties en aanvullingen aangeeft dat er een erfopvolgingsprocedure loopt waarbij de verwachting is dat het eigendom van het huis op eisers naam of dat van zijn moeder wordt gezet nu eiser juist aan zijn asielaanvraag ten grondslag legt dat zij het eigendom van zijn ouderlijk huis zijn kwijtgeraakt aan een kartel.
5.3.
Verweerder heeft zich niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat de door eiser overgelegde documenten de gestelde problemen niet geloofwaardig maken. Eiser heeft verklaard dat leden van het kartel eiser hebben gevonden en hem hebben aangevallen door hem op zijn fiets met een auto aan te rijden. Ter onderbouwing hiervan heeft eiser een aangifte overgelegd, een ontvangstbewijs van de aangifte van het OM en een medisch rapport dat is opgemaakt na het incident met de auto. Verweerder heeft kunnen stellen dat deze aangifte ongerijmd is, nu niet valt in te zien dat eiser bescherming zoekt bij de mensen waar hij voor stelt te vrezen. Ook heeft eiser verklaard dat hij eigenlijk niet weet of dit wel leden zijn van het kartel. Verder kan iedereen zelf aangifte doen waardoor een aangifte niet zonder meer gezien kan worden als een objectief document. Ten aanzien van het medische document heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat dit eisers relaas ook niet ondersteunt omdat hier de precieze oorzaak van de medische klachten niet uit blijkt.
5.4.
Verder heeft eiser een kopie van een document overgelegd waarin is aangegeven dat het OM niet in staat is om altijd bescherming te bieden, een foto en een filmpje van een brandend huis, een brief van zijn advocaat waarin staat dat hij eiser aanraadt om niet naar zijn land van herkomst terug te keren, getuigenverklaringen van vrienden, buren en bekenden en een overlijdensverklaring van zijn stiefvader. Ten aanzien van het document van het OM heeft verweerder kunnen stellen dat hiermee wederom niet rijmt dat eiser bescherming zoekt bij de mensen waar hij voor stelt te vrezen. Verder heeft verweerder kunnen stellen dat de foto en het filmpje niet onderbouwen dat dit daadwerkelijk eisers huis betreft. Met betrekking tot de getuigenverklaringen heeft verweerder kunnen concluderen dat dit geen objectieve documenten betreffen. Over de overlijdensverklaring heeft verweerder kunnen opmerken dat hieruit volgt dat ziekte is aangemerkt als doodsoorzaak maar dat dit niet onderbouwt dat eisers stiefvader is vermoord. Gelet op het voorgaande heeft verweerder zich, anders dan eiser stelt, bij de beoordeling van de door eiser overgelegde documenten niet beperkt tot de constatering dat de stukken niet objectief verifieerbaar zijn.
5.5.
Nu verweerder eisers problemen met het Jalisco-kartel ongeloofwaardig heeft kunnen vinden, is niet van belang of de Mexicaanse autoriteiten bescherming kunnen bieden tegen het Jalisco-kartel.
Homoseksuele gerichtheid
6. Uit paragaaf C2/3.2 van de Vreemdelingencirculaire 2000 volgt dat verweerder discriminatie van de vreemdeling door de autoriteiten en door
medeburgers pas aanmerkt als daad van vervolging, als de vreemdeling vanwege
de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij
onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren. Eiser heeft verweerders beleid als zodanig niet betwist.
6.1.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich niet ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat eiser geen gegronde vrees heeft voor vervolging vanwege de discriminatie die hij heeft ondervonden door zijn homoseksuele gerichtheid. Uit eisers verklaringen volgt dat eisers homoseksuele gerichtheid niet de reden is geweest om hier in Nederland bescherming te zoeken. Ook in [land] heeft eiser dit niet aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd. Eiser heeft verklaard dat hij wel gediscrimineerd is in Mexico en dat hij hier wat meer vrijheid zou hebben om zich te uiten, maar dat hij alleen problemen ondervindt als hij erop let en dat hij ook nooit aangifte heeft gedaan van beledigingen. [9] Uit deze verklaringen heeft verweerder kunnen concluderen dat er wel discriminatie plaatsvindt maar dat eiser zonder ernstige problemen in Mexico heeft kunnen leven. Dat eiser beledigd is in Mexico vanwege zijn homoseksuele gerichtheid heeft verweerder onvoldoende kunnen achten om gegronde vrees voor vervolging aan te nemen. Niet is gebleken dat eiser door de discriminatie zo ernstig wordt beperkt in zijn bestaansmogelijkheden dat hij onmogelijk op maatschappelijk en sociaal gebied kan functioneren.
Arrest Adrar
7. De rechtbank overweegt dat zij de relevantie niet inziet van het arrest Adrar voor de onderhavige procedure nu in dit arrest is besloten dat de nationale rechter, die de rechtmatigheid moet toetsen van de inbewaringstelling van een vreemdeling met het oog op diens verwijdering ter uitvoering van een definitief terugkeerbesluit, ook verplicht is om na te gaan of het beginsel van non-refoulement zich verzet tegen die verwijdering en in deze procedure de rechtmatigheid van een inbewaringstelling ter uitvoering van een definitief terugkeerbesluit niet ter beoordeling voorligt.
7.1.
Gelet op al het voorgaande heeft verweerder kunnen concluderen dat eiser geen vrees heeft voor vluchtelingrechtelijke vervolging en geen reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 3 van Pro het EVRM.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiser terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep is ongegrond.
9. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 4 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Cartel Jalisco de Nueva Generacion.
2.Als bedoeld in artikel 31, zesde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000.
3.Als bedoeld in artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vw 2000.
4.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
5.Verdrag betreffende de status van vluchtelingen.
6.US State Department, ‘Country Report Mexico 2024’, Amnesty International, ‘Human Rights in Mexico Amnesty International 2023’ en Human Rights Watch, ‘World Report 2024’.
7.Zie het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 4 september 2025, Adrar, GB tegen de Minister van Asiel en Migratie, ECLI:EU:C:2025:647.
8.Zie pagina 6 van het verslag van het nader gehoor.
9.Zie pagina 8 van het verslag van het nader gehoor.