ECLI:NL:RBDHA:2026:7607
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Mexicaanse man wegens ongeloofwaardige dreiging Jalisco-kartel
Eiser, een Mexicaanse man, vroeg asiel aan in Nederland vanwege bedreigingen door het Jalisco-kartel en problemen met het Openbaar Ministerie in zijn woonplaats, alsmede vanwege zijn homoseksuele geaardheid. Hij stelde dat leden van het kartel zijn stiefvader hadden vermoord en zijn ouderlijk huis hadden ingenomen. Eiser had aangifte gedaan, was aangevallen en vluchtte uiteindelijk naar Nederland. De minister wees de aanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de dreiging en het ontbreken van een reëel risico op ernstige schade.
De rechtbank behandelde het beroep en oordeelde dat de minister de problemen met het kartel en het OM terecht ongeloofwaardig vond, omdat eiser onvoldoende documenten overlegde en zijn verklaringen niet samenhangend waren. Ook vond de rechtbank dat de minister terecht geen gegronde vrees voor vervolging wegens homoseksualiteit aannam, omdat eiser niet aannemelijk maakte dat hij daardoor ernstig beperkt werd in zijn maatschappelijke functioneren.
De rechtbank verwierp het beroep en concludeerde dat het bestreden besluit zorgvuldig tot stand was gekomen. De rechtbank zag geen aanleiding voor aanvullend onderzoek en vond dat de minister voldoende rekening had gehouden met de omstandigheden. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de asielaanvraag af wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de dreiging en geen gegronde vrees voor vervolging.