Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7608

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
NL25.23188
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 EVRMArt. 15c KwalificatierichtlijnVluchtelingenverdragRichtlijn 2003/65/EG
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ontbreken reëel risico op ernstige schade in Rusland

Eiseres, een Russische vrouw geboren in 1942, diende in mei 2022 een asielaanvraag in na het verlopen van haar visum. Zij vreesde terugkeer vanwege bombardementen in haar woonplaats in Rusland en haar hulpbehoevendheid door hoge leeftijd.

Verweerder wees de aanvraag af omdat geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade volgens artikel 3 EVRM Pro was vastgesteld. De algemene situatie in Rusland en de regio werd niet als asielmotief erkend, hoewel deze werd betrokken bij de risicobeoordeling.

De rechtbank oordeelde dat het aantal burgerslachtoffers in de regio niet hoog genoeg is om een uitzonderlijke situatie te veronderstellen en dat eiseres niet aannemelijk maakte dat zij slachtoffer wordt van willekeurig geweld. Haar nabijheid tot een militaire fabriek werd onvoldoende onderbouwd.

De rechtbank concludeerde dat verweerder zich deugdelijk heeft gemotiveerd en dat de reguliere verblijfsvergunning tot mei 2027 de terugkeer op korte termijn niet aan de orde stelt. Het beroep werd ongegrond verklaard en proceskosten werden niet toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard omdat geen reëel risico op ernstige schade is vastgesteld.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.23188

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. A. Heida),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
1.1.
Eiseres heeft op 16 mei 2022 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 22 maart 2024 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.2.
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.3.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en M. de Wit als tolk. Verweerder heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld vanwege ziekte.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Asielrelaas
2. Eiseres is geboren op [geboortedatum] 1942 en heeft de Russische nationaliteit. Eiseres
heeft in het verleden meerdere malen Nederland bezocht vanwege familiebezoek aan haar dochter. In maart 2022 is zij met een visum naar Nederland gereisd. Na afloop van dit visum heeft eiseres in mei 2022 asiel aangevraagd, omdat zij niet meer wil terugkeren naar haar woonplaats [plaats] in Rusland. Eiseres stelt dat zij daar niet veilig is,
omdat daar bombardementen plaatsvinden vanwege het gewapende conflict tussen Rusland en Oekraïne. Vanwege haar hoge leeftijd is zij hulpbehoevend en kan zij
zichzelf niet verzorgen of in veiligheid brengen als er in haar omgeving gevaar dreigt.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder het volgende asielmotief:
1. Identiteit, nationaliteit en herkomst.
3.1.
Verweerder vindt de identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres geloofwaardig. De asielaanvraag is door verweerder afgewezen, omdat in de eerste plaats niet is gebleken dat eiseres gegronde vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag. Ook heeft eiseres niet aannemelijk gemaakt dat zij bij terugkeer naar Rusland een reëel risico op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM [1] loopt.
Zowel in het algemeen in Rusland, als in het gebied waar eiseres vandaan komt ( [regio] ), is geen sprake van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn [2] . Eiseres heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld.
3.2.
Hoewel eiseres geen asielvergunning heeft gekregen, is aan haar bij het betreden besluit wel een reguliere vergunning voor bepaalde tijd verleend vanwege het recht op familieleven met haar dochter in Nederland. Deze verblijfsvergunning is verleend voor de duur van 5 jaar en is geldig tot en met 16 mei 2027.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Allereerst stelt eiseres dat verweerder de situatie in Rusland en de regio [regio] ten onrechte niet als relevant element van het asielrelaas heeft aangemerkt. Ten tweede voert eiseres aan dat verweerder heeft miskend dat er sprake is van willekeurig geweld in de regio [regio] . Uit verschillende bronnen die in deze procedure zijn ingebracht volgt dat sprake is van regelmatige gevechtshandelingen in [plaats] . Daarbij moet worden meegewogen dat eiseres dicht bij een militaire fabriek woont. Tot slot voert eiseres aan dat verweerder heeft miskend dat eiseres een hogere kans heeft om slachtoffer te worden van willekeurig geweld, nu zij lichamelijk niet meer in staat is om zichzelf in veiligheid te brengen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
De algemene situatie in Rusland en de regio [regio]6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder de algemene situatie in Rusland en de regio [regio] niet als asielmotief heeft hoeven aanmerken. Verweerder heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat de vrees van eiseres om bij een terugkeer naar Rusland in een situatie terecht te komen die in strijd is met artikel 3 van Pro het EVRM geen asielmotief is dat op geloofwaardigheid kan worden beoordeeld. De rechtbank constateert dat verweerder de algemene situatie in Rusland en de regio [regio] wel zichtbaar heeft betrokken bij de beoordeling of eiseres een reëel risico loopt op ernstige schade.
7. De rechtbank is verder van oordeel dat verweerder zich deugdelijk gemotiveerd op het standpunt heeft gesteld dat eiseres bij een terugkeer naar Rusland geen reëel risico op ernstige schade loopt. Verweerder heeft er terecht op gewezen dat uit openbare bronnen niet volgt dat er op Russisch grondgebied gevechtshandelingen plaatsvinden. Oekraïne voert weliswaar regelmatig drone-aanvallen uit op Rusland, maar deze aanvallen worden meestal door het Russisch luchtverdedigingssysteem afgeslagen. Verweerder heeft in het verweerschrift gewezen op een spreadsheet van ACLED [3] . Daaruit volgt dat er van augustus 2024 tot en met 23 januari 2026 287 geweldsincidenten hebben plaatsgevonden in de regio [regio] en dat daarbij 28 burgerslachtoffers zijn gevallen. Naar het oordeel van de rechtbank is het aantal burgerslachtoffers, afgezet tegen het aantal inwoners van de grensregio’s, niet zo hoog dat eenieder bij terugkeer een reëel risico loopt om slachtoffer te worden van ernstige schade en er derhalve sprake is van een uitzonderlijke situatie zoals bedoeld in artikel 15c van de Kwalificatierichtlijn. Verweerder heeft er voorts terecht op gewezen dat eiseres niet vlakbij de grens met Oekraïne woonde, maar op 150 kilometer afstand. De bronnen die eiseres heeft overgelegd in de beroepsgronden laten een soortgelijk beeld zien. Zo volgt uit de informatie van Vluchtelingenwerk dat met name specifieke militaire doelen in de regio doelwit zijn van de Oekraïense luchtaanvallen en dat de aanvallen meestal worden afgeslagen door het luchtverdedigingssysteem. Het betoog van eiseres dat zij dichtbij een militaire fabriek en daarmee een serieus doelwit woont, slaagt zonder nadere onderbouwing niet. Verweerder heeft zich, gelet op het voorgaande, op het standpunt kunnen stellen dat er geen sprake is van een reëel risico dat eiseres slachtoffer wordt van oorlogsgeweld. Het betoog van eiseres dat zij niet langer de lichamelijke capaciteit heeft om zichzelf in veiligheid te brengen, heeft verweerder ook niet tot een ander oordeel hoeven leiden. De rechtbank acht hierbij van belang dat terugkeer op dit moment niet aan de orde is, omdat eiseres in het bezit is gesteld van een reguliere vergunning die geldig is tot en met 16 mei 2027, waarbij verlenging mogelijk is.

Conclusie en gevolgen

8. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiseres terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep is ongegrond.
9. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
2.Richtlijn 2003/65/EG van de Raad van 29 april 2004.
3.Armed Conflict Location & Event Data,