Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7610

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
NL25.16868
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31, lid 6, Vreemdelingenwet 2000Art. 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Venezuela wegens ongeloofwaardigheid politieke vervolgingsvrees

Eiser, een Venezolaanse staatsburger, diende op 2 december 2024 een asielaanvraag in wegens vrees voor vervolging vanwege zijn politieke activiteiten als tegenstander van het regime in Venezuela. Hij verklaarde dat hij op 25 november 2024 door militairen en colectivos werd opgepakt, zijn telefoon werd afgenomen, en hij wist te ontsnappen waarna hij Venezuela verliet.

De minister van Asiel en Migratie wees de aanvraag op 9 april 2025 af omdat hij de problemen van eiser vanwege zijn politieke activiteiten ongeloofwaardig achtte en oordeelde dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging of reëel risico op ernstige schade liep. De rechtbank behandelde het beroep op 4 februari 2026 en concludeerde dat verweerder de afwijzing deugdelijk had gemotiveerd.

De rechtbank vond dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt waarom hij in negatieve aandacht stond van de autoriteiten, mede omdat hij een beperkte rol speelde bij protesten, zichzelf niet als activist ziet en zijn ontsnapping en vertrek uit Venezuela ongerijmd waren. Ook het overgelegde aanhoudingsbevel werd niet meegewogen vanwege het ontbreken van een vertaling.

De geloofwaardigheidsbeoordeling door verweerder was conform de geldende werkinstructie en hield rekening met alle verklaringen en omstandigheden. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag is ongegrond verklaard wegens onvoldoende geloofwaardigheid van de vrees voor politieke vervolging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16868

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. N. Birrou),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn asielaanvraag.
1.1.
Eiser heeft op 2 december 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 april 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, zijn gemachtigde en F.G. Moretto als tolk. Ook was aanwezig eisers partner [naam] . Verweerder heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld vanwege ziekte.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Asielrelaas
2. Eiser heeft de Venezolaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 2003. Eiser heeft verklaard dat hij de oppositie in Venezuela steunt en heeft deelgenomen aan protestmarsen. Op 25 november 2024 werd eiser door militairen en colectivos uit een bus gehaald. Daarbij werd zijn telefoon doorzocht en afgenomen. Eiser wist daarop te ontsnappen. Eiser is vervolgens samen met zijn partner naar het huis van een vriend gegaan. Militairen zijn toen langs geweest bij eisers oma. Drie dagen later hebben eiser en zijn partner Venezuela verlaten. Eiser vreest bij terugkeer dat hij gearresteerd en vermoord wordt door de colectivos en Venezolaanse autoriteiten.
2.1.
Eiser en zijn partner zijn samen Nederland ingereisd en hebben beiden een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag van eisers partner ook afgewezen. De rechtbank heeft het beroep tegen de afwijzing van die aanvraag op dezelfde zitting behandeld onder zaaknummer NL25.16873.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
Eisers problemen vanwege zijn politieke activiteiten.
3.1.
Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig. Verweerder vindt eisers problemen vanwege zijn politieke activiteiten niet geloofwaardig, omdat zijn verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. [1] Verweerder vindt verder dat eiser bij terugkeer naar Venezuela geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM. [2] Verweerder volgt weliswaar dat eiser een politieke overtuiging heeft, maar acht het niet aannemelijk is dat eiser bij terugkeer hierdoor problemen zou kunnen ondervinden.
Wat vindt eiser in beroep?
4. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiser is allereerst van mening dat verweerder het ten onrechte ongeloofwaardig vindt dat hij onder de negatieve aandacht staat van de Venezolaanse autoriteiten. Dit heeft verweerder ook niet gemotiveerd. Eiser stelt dat hij niet inconsistent en ongerijmd heeft verklaard en dat zijn verklaringen evenmin summier zijn. Ook komt het geschetste beeld in openbare bronnen overeen met zijn verklaringen. Verder voert eiser aan dat verweerder hem had moeten kwalificeren als opposant van het regime en dat het risicoprofiel van ‘politiek activisten’ op hem van toepassing is. Daarnaast wijst eiser er op dat er in Venezuela in toenemende mate telefoons worden gecontroleerd en willekeurige arrestaties plaatsvinden en dat dit voldoende is om te spreken van een risico op vervolging. Tot slot stelt eiser dat de geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd is met het Unierecht, omdat hij niet op andere wijze dan met documenten zijn relaas kan staven. Ter zitting heeft eiser een onvertaalde kopie van een arrestatiebevel overgelegd en een aantal screenshots van sociale media berichten.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder eisers asielaanvraag kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiser. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Eisers problemen vanwege zijn politieke activiteiten
6. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers problemen vanwege zijn politieke activiteiten ongeloofwaardig heeft kunnen vinden en overweegt hiertoe als volgt.
6.1.
Verweerder heeft allereerst kunnen tegenwerpen dat eiser er niet in is geslaagd om duidelijk te maken waarom hij in Venezuela met zijn politieke activiteiten in de negatieve aandacht van de colectivos en Venezolaanse autoriteiten is komen te staan. Verweerder heeft daarbij van belang kunnen achten dat eiser een beperkte rol heeft gespeeld bij de massale protesten tegen het regime. Hij droeg net als de andere deelnemers witte kleding [3] om te laten merken dat hij tegen het regime was. Daarnaast heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser heeft verklaard dat hij zichzelf ook niet ziet als een activist. [4] Eiser heeft weliswaar in beroep een aantal screenshots van sociale media berichten uit juli en augustus 2024 overgelegd, echter is dit onvoldoende om aannemelijk te maken dat hij hierdoor is opgevallen bij de Venezolaanse autoriteiten.
6.2. Verweerder heeft zich verder op het standpunt kunnen stellen dat het onlogisch is dat eiser op 24 november 2024 plotseling in de negatieve aandacht is komen te staan van de colectivos en militairen. Immers, eiser heeft na de verkiezingen van 28 juli 2024 niets ondernomen om de aandacht op hem te vestigen. Bovendien zouden zijn buurvrouw Zulaima en een colectivo tijdens de verkiezingen verdacht naar hem hebben gekeken. Niet valt in te zien dat de colectivos en militairen eiser vervolgens pas op 24 november 2024 willen oppakken. Verweerder heeft voorts kunnen tegenwerpen dat het ongerijmd is dat eiser op 24 november 2024 eenvoudig heeft kunnen ontsnappen aan de colectivos en militairen en vervolgens probleemloos Venezuela op legale wijze heeft kunnen verlaten.
6.3. De rechtbank is van oordeel dat verweerder op basis van de voorgaande tegenwerpingen voldoende heeft gemotiveerd waarom hij eisers problemen vanwege zijn politieke activiteiten ongeloofwaardig vindt. De overige tegenwerpingen die verweerder in de besluitvorming heeft genoemd, laat de rechtbank daarom onbesproken. De niet nader onderbouwde beroepsgrond dat eiser niet inconsistent, ongerijmd en summier heeft verklaard over het asielmotief, volgt de rechtbank gelet op het voorgaande niet.
6.4.
Eiser heeft in beroep een kopie van een aanhoudingsbevel overgelegd. Nu het een onvertaalde kopie betreft, heeft verweerder deze niet hoeven meenemen in de besluitvorming.
Vrees bij terugkeer
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd waarom er in het geval van eiser geen sprake is van gegronde vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade. Zo heeft verweerder ongeloofwaardig kunnen vinden dat eiser voor zijn vertrek uit Venezuela in de negatieve aandacht is komen te staan van de colectivos en Venezolaanse autoriteiten. Ook heeft verweerder zich op het standpunt kunnen stellen dat eiser niet een zodanig sterke politieke overtuiging heeft waardoor hij bij terugkeer alsnog problemen zou kunnen ondervinden. Verweerder heeft daarbij relevant kunnen vinden dat eiser een beperkte rol heeft gespeeld bij de massale demonstraties, na de verkiezingen van 28 juli 2024 niet meer heeft deelgenomen aan demonstraties en zichzelf niet beschouwt als activist. Eisers betoog dat het risicoprofiel van ‘politiek activisten’ op hem van toepassing is, slaagt gelet op het voorgaande niet. In de beroepsgronden heeft eiser gewezen op informatie van Vluchtelingenwerk waaruit volgt dat op willekeurige basis demonstranten of omstanders worden opgepakt. Ook is gewezen op een aantal nieuwsberichten waaruit volgt dat de controle op mobiele telefoons door de Venezolaanse autoriteiten toeneemt. De rechtbank is van oordeel dat eiser ook hiermee onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging in het licht van zijn politieke overtuiging.
De geloofwaardigheidsbeoordeling8. In de geloofwaardigheidsbeoordeling die staat beschreven in Werkinstructie 2024/6 [5] wordt onderscheid gemaakt tussen twee stappen. In stap 1 zal de vreemdeling alle relevante elementen ter onderbouwing van zijn asielaanvraag moeten indienen en worden de asielmotieven vastgesteld. Stap 2 gaat over de daadwerkelijke geloofwaardigheidsbeoordeling van de asielmotieven. In stap 2a wordt gekeken of een vreemdeling voldoende bewijsmateriaal heeft overgelegd om het asielmotief aannemelijk te maken. Als aan deze stap niet wordt voldaan, gaat verweerder over naar stap 2b. In die stap toetst verweerder aan de vijf cumulatieve voorwaarden om de geloofwaardigheid te beoordelen.
8.1.
Eiser heeft geen objectieve documenten overgelegd die het asielmotief volledig onderbouwen. Daarom is onder stap 2b verder getoetst aan de vijf cumulatieve voorwaarden. De rechtbank is van oordeel dat uit het voornemen en het bestreden besluit blijkt dat verweerder daarbij alle verklaringen en omstandigheden heeft betrokken en in samenhang heeft beoordeeld en niets buiten beschouwing heeft gelaten. Eisers betoog dat de geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd is met het Unierecht omdat hij niet op andere wijze dan documenten zijn asielrelaas kan staven, volgt de rechtbank dan ook niet.

Conclusie en gevolgen

9. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiser terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep is ongegrond.
10. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Nader gehoor van 21 december 2024, p. 5.
4.Nader gehoor van 21 december 2024, p. 12.
5.Werkinstructie 2024/6, Geloofwaardigheidsbeoordeling (asiel), 1 juli 2024.