Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7611

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
NL25.16873
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31, lid 6, Vreemdelingenwet 2000Artikel 3 EVRM
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag Venezuela wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging

Eiseres, een Venezolaanse staatsburger, diende op 2 december 2024 een asielaanvraag in in Nederland. Zij verklaarde de oppositie in Venezuela te steunen en vreesde vervolging vanwege haar activiteiten, mede na incidenten met haar partner en militaire acties in haar omgeving. Verweerder wees de aanvraag op 9 april 2025 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging.

De rechtbank behandelde het beroep op 4 februari 2026. Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk risico loopt vanwege haar politieke overtuiging en activiteiten, en dat de geloofwaardigheidsbeoordeling onterecht was. Zij overhandigde een onvertaalde kopie van een arrestatiebevel en screenshots van sociale media.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het derde asielmotief (problemen door oppositieactiviteiten) ongeloofwaardig vond, omdat eiseres geen prominente rol had, geen concrete incidenten kon onderbouwen en haar verklaringen onvoldoende samenhangend waren. Ook was er geen aannemelijk risico op vervolging of ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank verwierp het beroep en wees de aanvraag af.

De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht ongegrond verklaarde en dat eiseres geen proceskostenvergoeding krijgt. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.P. Bosman en griffier S.M.H. van der Velden.

Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart de asielaanvraag ongegrond wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor vervolging.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.16873

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiseres] , V-nummer: [v-nummer] , eiseres

(gemachtigde: mr. N. Birrou),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de afwijzing van haar asielaanvraag.
1.1.
Eiseres heeft op 2 december 2024 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 9 april 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure afgewezen als ongegrond.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, haar gemachtigde en F.G. Moretto als tolk. Ook was de partner van eiseres [naam] aanwezig. Verweerder heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld vanwege ziekte.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Asielrelaas
2. Eiseres heeft de Venezolaanse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1998. Eiseres heeft verklaard dat zij de oppositie in Venezuela steunt en heeft deelgenomen aan protestmarsen. Op 25 november 2024 werd haar partner door militairen en colectivos uit een bus gehaald. Daarbij werd zijn telefoon doorzocht en afgenomen. Hij wist daarop te ontsnappen. Eiseres is vervolgens samen met haar partner naar het huis van een vriend gegaan. Militairen zijn toen langs geweest bij de oma van haar partner. Drie dagen later heeft eiseres samen met haar partner Venezuela verlaten. Eiseres vreest bij terugkeer dat zij gearresteerd en vermoord wordt door de colectivos en Venezolaanse autoriteiten.
2.1.
Eiseres en haar partner zijn samen Nederland ingereisd en hebben beiden een asielaanvraag ingediend. Verweerder heeft de aanvraag van haar partner ook afgewezen. De rechtbank heeft het beroep tegen de afwijzing van die aanvraag op dezelfde zitting behandeld onder zaaknummer NL25.16868.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
De identiteit, nationaliteit en herkomst van eiseres (het eerste asielmotief);
Politieke voorkeur oppositie Venezuela (het tweede asielmotief);
Problemen door activiteiten voor oppositie (het derde asielmotief).
3.1.
Verweerder vindt het eerste en tweede asielmotief geloofwaardig. Verweerder vindt het derde asielmotief niet geloofwaardig, omdat eiseres geen oprechte inspanning heeft geleverd om haar aanvraag te staven en haar verklaringen geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. [1] Verweerder vindt verder dat eiseres bij terugkeer naar Venezuela geen gegronde vrees voor vervolging heeft en geen reëel risico loopt op ernstige schade als bedoeld in artikel 3 van Pro het EVRM. [2] Verweerder volgt weliswaar dat eiseres een politieke overtuiging heeft, maar acht het niet aannemelijk dat zij bij terugkeer hierdoor problemen zou kunnen ondervinden.
Wat vindt eiseres in beroep?
4. Eiseres is het niet eens met het bestreden besluit en voert – kort samengevat – het volgende aan. Eiseres is allereerst van mening dat verweerder het ten onrechte ongeloofwaardig vindt dat zij onder de negatieve aandacht staat van de Venezolaanse autoriteiten. Dit heeft verweerder ook niet gemotiveerd. Eiseres stelt dat zij niet inconsistent en ongerijmd heeft verklaard en dat haar verklaringen evenmin summier zijn. Ook komt het geschetste beeld in openbare bronnen overeen met haar verklaringen. Eiseres voert verder aan dat verweerder haar had moeten kwalificeren als opposant van het regime en dat het risicoprofiel van ‘politiek activisten’ op haar van toepassing is. Daarnaast wijst eiseres erop dat er in Venezuela in toenemende mate telefoons worden gecontroleerd willekeurige arrestaties plaatsvinden en dat dit voldoende is om te spreken van een risico op vervolging. Tot slot stelt eiseres dat de geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd is met het Unierecht, omdat zij niet op andere wijze dan met documenten haar relaas kan staven. Ter zitting heeft eiser een onvertaalde kopie van een arrestatiebevel overgelegd en een aantal screenshots van sociale media berichten.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank beoordeelt of verweerder de asielaanvraag van eiseres kon afwijzen als ongegrond. Zij doet dat aan de hand van de beroepsgronden van eiseres. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Problemen door activiteiten voor oppositie6. De rechtbank is van oordeel dat verweerders de problemen van eiseres vanwege haar activiteiten voor de oppositie ongeloofwaardig heeft kunnen vinden en overweegt hiertoe als volgt.
6.1.
Verweerder heeft kunnen tegenwerpen dat niet valt in te zien waarom eiseres in de negatieve aandacht van de colectivos en Venezolaanse autoriteiten is komen te staan vanwege haar activiteiten voor de oppositie. Verweerder heeft daarbij van belang kunnen achten dat eiseres heeft verklaard dat zij geen prominente of zichtbare rol heeft gespeeld binnen de oppositie [3] , maar heeft deelgenomen aan de massale protestmarsen. Eiseres heeft zelf ook verklaard dat zij geen activist is, maar alleen de oppositie ondersteunt. Dit blijkt ook uit het feit dat eiseres weinig kennis heeft van de oppositie. Zo weet ze niet hoe de oppositie georganiseerd is en of lidmaatschap van een partij of organisatie gebruikelijk is binnen de beweging. [4] Ook heeft eiseres weliswaar verklaard dat zij regelmatig heeft deelgenomen aan protesten, maar heeft zij niet kunnen verklaren wat de omvang van deze protesten was en wat haar eigen rol hierbij was. [5] De verklaring dat zij aanwezig was en haar aanwezigheid liet voelen [6] , heeft verweerder onvoldoende concreet mogen vinden. Verweerder heeft er in dit kader terecht op gewezen dat eiseres een Hbo-opleiding heeft afgerond en er derhalve concretere verklaringen van haar hadden mogen worden verwacht.
6.2.
Ook heeft verweerder erop kunnen wijzen dat eiseres geen persoonlijke incidenten of bedreigingen heeft meegemaakt, nooit op een negatieve manier contact heeft gehad met de Venezolaanse autoriteiten en het land op legale wijze heeft kunnen verlaten. Verweerder heeft zich, gelet op het voorgaande, op het standpunt kunnen stellen dat niet valt in te zien waarom juist eiseres zou worden gezocht.
6.3.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder op basis van de voorgaande tegenwerpingen voldoende heeft gemotiveerd waarom hij de problemen van eiseres vanwege haar activiteiten voor de oppositie ongeloofwaardig vindt. De overige tegenwerpingen die verweerder in de besluitvorming heeft genoemd, laat de rechtbank daarom onbesproken. De niet nader onderbouwde beroepsgrond dat eiseres niet inconsistent, ongerijmd en summier heeft verklaard over het asielmotief, volgt de rechtbank gelet op het voorgaande niet.
6.4.
Eiseres heeft in beroep een kopie van een aanhoudingsbevel overgelegd. Nu het een onvertaalde kopie betreft, heeft verweerder deze niet hoeven meenemen in de besluitvorming.
Vrees bij terugkeer
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder deugdelijk heeft gemotiveerd waarom er in het geval van eiseres geen sprake is van gegronde vrees voor vervolging dan wel een reëel risico op ernstige schade. Zo heeft verweerder ongeloofwaardig kunnen vinden dat eiseres voor haar vertrek uit Venezuela in de negatieve belangstelling is komen te staan van de colectivos en Venezolaanse autoriteiten. Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat er geen reden is om aan te nemen dat dit in de toekomst anders zal zijn. Verweerder heeft er in dit kader terecht op gewezen dat eiseres geen actieve rol heeft gespeeld binnen de oppositie. Het betoog van eiseres dat het risicoprofiel van ‘politieke activisten’ op haar van toepassing is, slaagt gelet op het voorgaande niet. In de beroepsgronden heeft eiseres gewezen op informatie van Vluchtelingenwerk waaruit volgt dat op willekeurige basis demonstranten of omstanders worden opgepakt. Ook is gewezen op een aantal nieuwsberichten waaruit volgt dat de controle op mobiele telefoons door de Venezolaanse autoriteiten toeneemt. De rechtbank is van oordeel dat eiseres ook hiermee onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij persoonlijk te vrezen heeft voor vervolging in het licht van haar politieke overtuiging.
De geloofwaardigheidsbeoordeling8. In de geloofwaardigheidsbeoordeling die staat beschreven in Werkinstructie 2024/6 [7] wordt onderscheid gemaakt tussen twee stappen. In stap 1 zal de vreemdeling alle relevante elementen ter onderbouwing van zijn asielaanvraag moeten indienen en worden de asielmotieven vastgesteld. Stap 2 gaat over de daadwerkelijke geloofwaardigheidsbeoordeling van de asielmotieven. In stap 2a wordt gekeken of een vreemdeling voldoende bewijsmateriaal heeft overgelegd om het asielmotief aannemelijk te maken. Als aan deze stap niet wordt voldaan, gaat verweerder over naar stap 2b. In die stap toetst verweerder aan de vijf cumulatieve voorwaarden om de geloofwaardigheid te beoordelen.
8.1.
Eiseres heeft geen objectieve documenten overgelegd die het derde asielmotief volledig onderbouwen. Daarom is onder stap 2b verder getoetst aan de vijf cumulatieve voorwaarden. De rechtbank is van oordeel dat uit het voornemen en het bestreden besluit volgt dat verweerder daarbij alle verklaringen en omstandigheden heeft betrokken en in samenhang heeft beoordeeld en niets buiten beschouwing heeft gelaten. Het betoog van eiseres dat de geloofwaardigheidsbeoordeling in strijd is met het Unierecht omdat zij niet op andere wijze dan documenten haar asielrelaas kan staven, volgt de rechtbank dan ook niet.

Conclusie en gevolgen

9. De rechtbank komt tot de conclusie dat verweerder de aanvraag van eiseres terecht ongegrond heeft verklaard. Het beroep is ongegrond.
10. Eiseres krijgt geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 31, zesde lid, aanhef en onder a en c, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
3.Nader gehoor van 21 december 2024, p. 8 en 15.
4.Nader gehoor van 21 december 2024, p. 8.
5.Nader gehoor van 21 december 2024, p. 9.
6.Nader gehoor van 21 december 2024, p. 9.
7.Werkinstructie 2024/6, Geloofwaardigheidsbeoordeling (asiel), 1 juli 2024.