ECLI:NL:RBDHA:2026:7611
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Venezuela wegens gebrek aan gegronde vrees voor vervolging
Eiseres, een Venezolaanse staatsburger, diende op 2 december 2024 een asielaanvraag in in Nederland. Zij verklaarde de oppositie in Venezuela te steunen en vreesde vervolging vanwege haar activiteiten, mede na incidenten met haar partner en militaire acties in haar omgeving. Verweerder wees de aanvraag op 9 april 2025 af wegens onvoldoende geloofwaardigheid en het ontbreken van een gegronde vrees voor vervolging.
De rechtbank behandelde het beroep op 4 februari 2026. Eiseres voerde aan dat zij wel degelijk risico loopt vanwege haar politieke overtuiging en activiteiten, en dat de geloofwaardigheidsbeoordeling onterecht was. Zij overhandigde een onvertaalde kopie van een arrestatiebevel en screenshots van sociale media.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het derde asielmotief (problemen door oppositieactiviteiten) ongeloofwaardig vond, omdat eiseres geen prominente rol had, geen concrete incidenten kon onderbouwen en haar verklaringen onvoldoende samenhangend waren. Ook was er geen aannemelijk risico op vervolging of ernstige schade bij terugkeer. De rechtbank verwierp het beroep en wees de aanvraag af.
De rechtbank concludeerde dat verweerder de aanvraag terecht ongegrond verklaarde en dat eiseres geen proceskostenvergoeding krijgt. De uitspraak werd gedaan door rechter J.J.P. Bosman en griffier S.M.H. van der Velden.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en verklaart de asielaanvraag ongegrond wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor vervolging.