Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7612

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
23 februari 2026
Publicatiedatum
2 april 2026
Zaaknummer
NL25.40012
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 29 Vreemdelingenwet 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen geboortedatum in asielprocedure ondanks betwisting minderjarigheid

Eiser, met de Eritrese nationaliteit, diende een asielaanvraag in met de stelling dat hij minderjarig was, geboren in 2006. Verweerder verleende een verblijfsvergunning op basis van een geboortedatum 1995, geregistreerd in Italië. Eiser betwistte deze datum en stelde dat de Italiaanse registratie onbetrouwbaar was en dat geen medisch leeftijdsonderzoek was uitgevoerd.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van de Italiaanse registratie, omdat deze gebaseerd was op eisers eigen verklaring en er geen aannemelijk bewijs was dat deze onjuist was. Wisselende verklaringen van eiser en het ontbreken van een plausibele alternatieve verklaring speelden hierbij een rol. Verweerder had bovendien voldaan aan zijn onderzoeksplicht door schouwen en navraag in Italië.

De rechtbank vond dat verweerder niet verplicht was een medisch leeftijdsonderzoek aan te bieden. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter Bosman en griffier Van der Velden op 23 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen de geboortedatum 1995 is ongegrond verklaard en de asielvergunning blijft ongewijzigd.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.40012

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. G. Ocak),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Inleiding

1. Eiser heeft op 21 maart 2023 een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 6 augustus 2025 deze aanvraag in de verlengde procedure ingewilligd.
1.1
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld in verband met de geregistreerde geboortedatum.
1.2.
De rechtbank heeft het beroep op 4 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft de gemachtigde van eiser deelgenomen. Verweerder heeft zich voorafgaand aan de zitting afgemeld vanwege ziekte.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
2. Eiser heeft de Eritrese nationaliteit en stelt te zijn geboren op [geboortedatum] 2006. Verweerder heeft zijn asielaanvraag ingewilligd op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000. De vergunning is verleend met ingang van 21 maart 2023 en is geldig tot 21 maart 2028.
2.1.
Eiser is het niet eens met de door verweerder vastgestelde geboortedatum van [geboortedatum] 1995. Hij stelt dat hij minderjarig was ten tijde van zijn asielaanvraag in Nederland en heeft daarom beroep ingesteld tegen de aan hem verleende asielvergunning.
Wat vindt eiser in beroep?
3. Eiser stelt zich op het standpunt dat de geboortedatum in het bestreden besluit, namelijk [geboortedatum] 1995, niet correct is en dat dit gewijzigd moet worden naar [geboortedatum] 2006. Eiser is weliswaar in Italië als meerderjarig geregistreerd, maar hij weet niet hoe de Italiaanse autoriteiten hieraan komen. Eiser heeft geen leeftijd opgegeven in Italië. Er was geen tolk aanwezig en zij hebben zelf de leeftijd ingevuld. Aan de registratie van eisers leeftijd in Italië lagen derhalve geen objectieve gegevens ten grondslag. Eiser is van mening dat verweerder ten onrechte geen nader onderzoek in de vorm van een medisch leeftijdsonderzoek, heeft gedaan naar zijn leeftijd. Eiser wijst er op dat zowel het Europees Hof voor de Rechten van de Mens [1] als het Europese Hof van Justitie [2] in arresten hebben bevestigd dat het aan verweerder is om het vermoeden van minderjarigheid te ontzenuwen. Voorts voert eiser aan dat verweerder ten onrechte heeft nagelaten om in het bestreden besluit te motiveren waarom wordt uitgegaan van de meerderjarigheid van eiser.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
4. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Mocht verweerder uitgaan van de in Italië geregistreerde geboortedatum?
5. Wanneer een vreemdeling stelt minderjarig te zijn en dit niet kan onderbouwen met identificerende documenten, wordt de vreemdeling geschouwd. Bij een schouw beoordelen de AVIM [3] en verweerder of de vreemdeling evident minderjarig of evident meerderjarig is, of dat hier twijfel over bestaat. Wanneer er zowel bij de AVIM als bij verweerder sprake is van twijfel of wanneer de conclusies niet overeenkomen dan doet verweerder nader onderzoek. Als de vreemdeling een Eurodac-hit heeft in een andere lidstaat kan verweerder bij deze lidstaat navragen met welke geboortedatum hij of zij daar geregistreerd staat. Uit rechtspraak van de hoogste bestuursrechter [4] volgt dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is op de leeftijdsbepaling van vreemdelingen. Dit betekent dat verweerder in beginsel niet mag uitgaan van de juistheid van een leeftijdsregistratie in een andere lidstaat. Verweerder zal moeten onderzoeken en deugdelijk moeten motiveren welk gewicht hij aan een bepaalde registratie toekent. Ook zal verweerder alle feiten en omstandigheden moeten betrekken bij de leeftijdsbepaling. Bij een gestelde minderjarigheid moet worden uitgegaan van het vermoeden van minderjarigheid. Het is aan verweerder om het vermoeden van minderjarigheid te weerleggen.
5.1.
Eiser stelt dat hij is geboren op [geboortedatum] 2006 en minderjarig was ten tijde van zijn asielaanvraag in Nederland. Nu hij geen identificerende documenten heeft overgelegd, is hij bij zijn aanmelding geschouwd door de AVIM en verweerder. De schouwers van de AVIM en verweerder hebben geconcludeerd dat er sprake is van twijfel over eisers opgegeven leeftijd. Gelet hierop kunnen deze schouwen niet worden gebruikt om het vermoeden van minderjarigheid te weerleggen.
5.2.
Verweerder is vervolgens nagegaan bij de Italiaanse autoriteiten met welke geboortedatum eiser daar geregistreerd staat. Uit de informatie van Italië blijkt dat eiser daar geregistreerd staat met de geboortedatum [geboortedatum] 1995. Dit is niet de datum die eiser in Nederland heeft opgegeven. Uit de informatie van Italië blijkt dat de geboortedatum op basis van eisers eigen verklaring is geregistreerd en dat hier geen identificerende documenten of leeftijdsonderzoek aan ten grondslag liggen. Nu deze registratie is gebaseerd op eisers verklaring, moet verweerder betrekken onder welke omstandigheden die verklaring is afgelegd en zal eiser een plausibele verklaring moeten geven voor de afwijkende verklaring. Verweerder zal dan alle feiten en omstandigheden moeten meewegen bij het beoordelen van de leeftijd van eiser.
5.3.
De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht uitgaan van de in Italië geregistreerde geboortedatum. Verweerder heeft zich niet te onrechte op het standpunt gesteld dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de registratie in Italië onjuist is. Zo heeft eiser wisselend verklaard over het verloop van de registratie. Hij heeft namelijk enerzijds verklaard dat de Italiaanse autoriteiten zelf wat invulden en dat er niets aan hem gevraagd werd [5] , en anderzijds dat hij zijn persoonsgegevens verbaal heeft doorgegeven en daarna een formulier kreeg waar hij zijn gegevens opschreef. [6] De rechtbank acht het daarnaast niet aannemelijk dat de Italiaanse autoriteiten zomaar een willekeurige geboortedatum hebben geregistreerd. Eisers betoog dat hij een moeilijke reis achter de rug had, mocht verweerder geen plausibele verklaring vinden voor de afwijkende geboortedatum in Italië. Verder was eiser niet op zitting aanwezig om een nadere toelichting te geven.
5.4. De rechtbank overweegt daarnaast dat verweerder geen aanleiding heeft hoeven zien om een medisch leeftijdsonderzoek aan te bieden aan eiser. Verweerder heeft namelijk voldaan aan zijn samenwerkingsplicht door leeftijdsschouwen uit te voeren en contact op te nemen met de Italiaans autoriteiten om te achterhalen met welke geboortedatum eiser daar geregistreerd staat en hoe deze registratie is verlopen.
6. Gelet op het bovenstaande heeft verweerder op goede gronden [geboortedatum] 1995 aangehouden als de geboortedatum van eiser.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond.
8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. S.M.H. van der Velden, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen vier weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Arrest van het EHRM van 21 juli 2022, Darboe en Camara tegen Italië, ECLI:CE:ECHR:2022:0721JUD000579717.
2.Arrest van het Europese Hof van Justitie van 11 juni 2022, K en L, ECLI:EU:C:2024:487.
3.Sinds 1 januari 2025 heeft de Dienst Identificatie en Screening Asielzoekers de taken in het kader van het identificeren en registeren van asielzoekers van de AVIM overgenomen.
4.Uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3992, r.o. 6.9.
5.Aanmeldgehoor van 24 maart 2023, p. 5.
6.Nader gehoor van 1 augustus 2025, p. 10.