ECLI:NL:RBDHA:2026:7644
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van der Veen
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in asielprocedure ongegrond verklaard
De minister heeft op 20 januari 2026 aan eiser een maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding.
De rechtbank had de maatregel reeds eerder beoordeeld in een uitspraak van 10 februari 2026. In het onderhavige beroep richt de beoordeling zich op de periode na het sluiten van het vorige onderzoek op 6 februari 2026. Eiser betoogde dat de maatregel onrechtmatig voortduurde omdat de asielprocedure was beëindigd, maar de minister had de maatregel verlengd bij besluit van 4 februari 2026 en de asielaanvraag van eiser was kennelijk ongegrond verklaard.
De rechtbank oordeelt dat de maatregel van bewaring rechtmatig is verlengd op grond van artikel 59b, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000, en dat er geen grond is om het beroep gegrond te verklaren. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.