Verzoekster, geboren in 1963 in het buitenland en sinds 1998 Nederlander, verzoekt de rechtbank om haar geboortegegevens vast te stellen omdat geen geboorteakte in Nederland is opgenomen en zij geen authentiek afschrift kan overleggen.
De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft en Nederlands recht toepast. Verzoekster heeft voldoende aannemelijk gemaakt dat zij niet beschikt over een geboorteakte volgens plaatselijke voorschriften en deze ook niet kan verkrijgen.
De rechtbank stelt vast dat de geboortegegevens kunnen worden vastgesteld op basis van de stukken en het advies van de ambtenaar van de burgerlijke stand. De geboortedatum wordt vastgesteld op de datum die verzoekster heeft voorgesteld, omdat de andere datum niet bestaat en dus onjuist is.
De rechtbank weegt het belang van de openbare orde af tegen het belang van verzoekster en besluit dat het belang van verzoekster prevaleert. De beschikking wordt uitgesproken op 3 maart 2026 door rechter C. van Hees.