Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7659

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
C/09/680094 FA RK 25-1030
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • R.S. Matthijssen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253n BWArt. 1:251a BWArt. 1:377a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging gezamenlijk gezag en afwijzing omgangsregeling in belang minderjarige kinderen

Partijen zijn ouders van twee minderjarige kinderen met gezamenlijk gezag en hoofdverblijfplaats bij de moeder. De moeder verzoekt het gezamenlijk gezag te beëindigen en eenhoofdig gezag aan haar toe te kennen, alsmede kinderalimentatie vast te stellen en een omgangsregeling onder begeleiding voor de vader.

De vader kampt met psychische problemen en heeft jarenlang geen contact gehad met de kinderen, wat het vertrouwen van de moeder ernstig heeft geschaad. Hoewel de vader recent behandeling heeft afgerond en begeleiding ontvangt, is onvoldoende perspectief op herstel van vertrouwen en samenwerking zonder onafhankelijke derde.

De rechtbank oordeelt dat beëindiging van het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is en wijst het verzoek van de moeder toe. Het verzoek van de vader tot omgangsregeling wordt afgewezen vanwege het ontbreken van voldoende vertrouwen en het belang van de kinderen. De moeder wordt geadviseerd hulpverlening te zoeken voor zichzelf en de kinderen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat voortaan alleen de moeder het gezag over de kinderen heeft.

Uitkomst: Het gezamenlijk gezag wordt beëindigd en eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend; het verzoek tot omgangsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1030
Zaaknummer: C/09/680094
Datum beschikking: 3 maart 2026

Gezag

Beschikking op het op 11 februari 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S.I. Kouwenhoven in ‘s-Gravenhage.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. D.H.P.C. Glaudemans in ‘s-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het verweer tegen het zelfstandig verzoek;
- het bericht met bijlage van 30 januari 2026 van de vader.
Op 3 februari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat en zijn begeleider van [zorginstantie], mevrouw [naam 1];
  • [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd geweest van 2014 tot [datum] 2023.
  • Zij zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 in [geboorteplaats 1],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 in [geboorteplaats 2].
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • De kinderen hebben de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • De vader heeft de Afghaanse nationaliteit.
  • De moeder en de kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit.
- Bij beschikking van 9 januari 2024 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang –
het verzoek van de moeder tot eenhoofdig gezag afgewezen. Daarnaast is een contactregeling bepaald waarbij de vader kaartjes zal sturen aan de kinderen en de kinderen kaartjes aan de vader terug mogen sturen.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
  • de vader te ontslaan uit zijn gezag en de moeder te belasten met eenhoofdig gezag;
  • een door de vader aan de moeder te betalen kinderalimentatie ten behoeve van de kinderen vast te stellen van € 212,- per kind per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen met ingang van de datum van het verzoekschrift;
De vader voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de vader:
  • primair:een opbouwende zorgregeling tussen de vader en de kinderen vast te stellen, waarbij de vader de kinderen onder begeleiding kan ontmoeten en hen na aantal begeleide contacten bij hem thuis kan ontvangen.
  • subsidiair:een contactregeling vast te stellen zoals de rechtbank in goede justitie zal vermenen te behoren;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.
Bij verweer op het zelfstandige verzoek heeft de moeder haar verzoek tot wijziging van de kinderalimentatie ingetrokken.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de gewone verblijfplaats van de kinderen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de voorliggende verzoeken ten aanzien van het gezag en de zorgregeling.
Gezag
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253n, eerste lid Burgerlijk Wetboek (BW) kan op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen het gezamenlijk gezag worden beëindigd, als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd. Op grond van artikel 1:253n, tweede lid, BW zijn de gronden van artikel 1:251a, eerste lid, BW, hierop ook van toepassing. Het gezamenlijk
gezag kan daarom worden beëindigd als er een onaanvaardbaar risico is dat het kind klem of verloren zou raken tussen de ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen, of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is
Inhoudelijke beoordeling
De moeder stelt het in het belang van de kinderen noodzakelijk is dat het gezamenlijk gezag wordt beëindigd. De vader kampt met psychische problemen en heeft al jarenlang geen contact meer met de kinderen. De vader heeft ook geen kaartjes naar de kinderen gestuurd, ook niet nadat hem die mogelijkheid uitdrukkelijk is geboden in de beschikking van 9 januari 2024. Daarnaast heeft hij de moeder, sinds zijn vertrek uit de woning, op geen enkele manier ondersteund bij de opvoeding en verzorging van de kinderen. De moeder heeft de vader een paar e-mails gestuurd met informatie en foto’s van de kinderen, maar hier kwam geen reactie op. De moeder kan de vader op geen enkele manier bereiken en ziet dus geen mogelijkheden tot voortzetting van het gezamenlijk gezag.
De vader stelt dat hij na de echtscheiding dakloos is geworden en psychische problemen heeft gekregen. Hij is toen het telefoonnummer van de moeder kwijtgeraakt waardoor hij geen contact met haar kon opnemen. De vader durfde niet langs te komen bij de echtelijke woning omdat hij vreesde dat dit zou leiden tot escalatie. Daarnaast werd hem geadviseerd om bij de moeder uit de buurt te blijven. Inmiddels gaat het beter met de vader. Recent is zijn behandeling bij de GGZ afgerond, hij krijgt begeleiding van [zorginstantie] en hij heeft een bewindvoerder. Hierdoor is de vader weer in staat om tijdig te reageren op berichten van de moeder. Verder heeft hij een cursus Nederlands gevolgd en is hij van plan om weer te gaan werken. De vader heeft op zitting verder toegelicht dat [instantie 1] bereid is om te bemiddelen tussen de ouders in de onderlinge communicatie en hen op die manier te ondersteunen bij de gezamenlijke uitoefening van het gezag.
De rechtbank overweegt als volgt. De ouders hebben een zeer belast verleden en er is sprake geweest van agressie binnen het gezin. De vader heeft in het verleden ernstige psychische problemen gehad en is lang uit beeld geweest. Het vertrouwen van de moeder in de vader is daardoor ernstig beschadigd. De vader lijkt niet in te zien dat de gebeurtenissen in het verleden grote impact hebben gehad op het leven van de moeder en de kinderen. De vader heeft ook geen inzicht gegeven in het verloop van de behandelingen die hij heeft ondergaan voor zijn psychische problematiek. Dit staat herstel van het vertrouwen in de weg. De rechtbank overweegt daarnaast dat beide ouders op zitting hebben onderkend dat zij niet in staat zijn om samen, zonder de hulp van een onafhankelijke derde, uitvoering te geven aan het gezamenlijke gezag. Gebruik maken van de door de vader voorgestelde tussenpersonen, [instantie 1] of zijn begeleider bij [zorginstantie], ziet de rechtbank niet als een duurzame oplossing. Immers is onvoldoende onderbouwd of gebleken dat [instantie 1] en/of [zorginstantie] duurzaam bereid en in staat is om invulling te geven aan deze rol. De rechtbank is gelet op het ontbreken van het vertrouwen tussen de ouders en het gebrek aan perspectief op herstel daarvan, van oordeel dat beëindiging van het gezamenlijk gezag in het belang van de kinderen noodzakelijk is. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen en haar belasten met het eenhoofdig gezag over de kinderen.
Nu de rechtbank het verzoek tot eenhoofdig gezag toewijst, zal zij hierna spreken over de omgang.
Omgangsregeling
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft het kind het recht op omgang met zijn ouders en met degene die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. In lid 2 van dit artikel is bepaald dat de rechter op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind, al dan niet voor bepaalde tijd, een regeling inzake de uitoefening van het omgangsrecht vaststelt dan wel, al dan niet voor bepaalde tijd, het recht op omgang ontzegt.
Inhoudelijke beoordeling
De vader verzoekt een omgangsregeling vast te stellen. De vader stelt dat hij lange tijd niet in staat was om afspreken te maken omtrent contact met de kinderen, of om afspraken daarover na te komen. Nu het beter met de vader gaat, stelt hij dat er begeleide omgang plaats kan vinden.
De moeder verweert zich tegen het verzoek. Er is al jaren geen contact geweest tussen de vader en de kinderen en de moeder heeft er weinig vertrouwen in dat het nu wel goed genoeg gaat met de vader om op een structurele en voor de kinderen verantwoorde manier omgang met hen te hebben. Tot voorkort was het sturen van een kaartje zelfs al teveel voor de vader. In het verleden zijn de kinderen erg teleurgesteld geweest door het uitblijven van contact met hun vader. De moeder heeft er geen vertrouwen in dat het nu anders zal lopen. De moeder stelt voorts dat de kinderen nog jong en kwetsbaar zijn en daarom niet aan de psychische problematiek van de vader moeten worden blootgesteld.
De rechtbank overweegt als volgt. De vader heeft gekampt met ernstige psychische problematiek en er is sprake geweest van agressie binnen het gezin. Dit alles heeft het vertrouwen van de moeder ernstig geschaad. Eerdere begeleide contactmomenten zijn niet van de grond gekomen, met teleurstelling bij de kinderen als gevolg. De Raad heeft op zitting naar voren gebracht dat het in het belang van de kinderen is dat zij uitleg krijgen waarom de vader lang uit beeld is geweest en daarbij uitleg krijgen, op kindniveau, over zijn psychische problematiek. Daarnaast moet met de kinderen worden gesproken over wat zij nodig hebben. Volgens de Raad zal de moeder baat hebben bij een systeemgesprek waarbij zij uitleg krijgt over de psychische problematiek van de vader, de manier waarop hij hiermee is omgegaan en de behandeling die hij hiervoor heeft gekregen. Ook heeft de Raad opgemerkt dat het voor de moeder van belang is dat zij erkenning krijgt van de vader over hoe ingrijpend de afgelopen periode voor haar is geweest. De rechtbank is van oordeel dat deze voorlichting aan de moeder en de kinderen noodzakelijk is om te komen tot enige mate van herstel van vertrouwen. Enige mate van herstel van vertrouwen acht de rechtbank een eerste voorwaarde voor kan worden overgegaan tot contactherstel. De rechtbank kan de moeder niet doorverwijzen naar deze vorm van hulpverlening. Het is daarom aan de moeder om deze hulpverlening voor zichzelf en voor de kinderen te bewerkstelligen. Zij kan zich daarvoor tot [instantie 1], de huisarts of [instantie 2] wenden. De rechtbank zal op dit moment niet vooruitlopen op de resultaten van de hulpverlening en daarom zal de rechtbank het verzoek van de vader tot het vaststellen van een omgangsregeling afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder het gezag zal toekomen over de minderjarigen:
  • [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum 1] 2016 te [geboorteplaats 1],
  • [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum 2] 2018 te [geboorteplaats 2].
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
De beschikking gegeven door mr. R.S. Matthijssen, (kinder)rechter, bijgestaan door P.F. Weenink als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 maart 2026.