Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Beschikking van de kinderrechter
Wijziging omgangsregeling (artikel 1:265g BW)
[de vader] ,
[de moeder] ,
[de voormalig pleegvader] en [de voormalig pleegmoeder] ,
[de pleegmoeder]
Het procesverloop
- het verzoekschrift;
- de brief van 30 januari 2026 van de gecertificeerde instelling.
- de advocaat van de vader;
- de moeder;
- de voormalig pleegvader;
- [naam 1] en [naam 2] namens de gecertificeerde instelling.
Feiten
- De ouders hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
- Zij zijn de ouders van de minderjarige [de minderjarige] ( [de minderjarige] ), geboren op [geboortedatum] 2017 in [geboorteplaats] .
- [de minderjarige] heeft zes jaar bij de voormalig pleegouders verbleven. Sinds de zomer van 2025 verblijft zij bij de nieuwe pleegmoeder.
- Bij beschikking van 18 februari 2021 van deze rechtbank is het ouderlijk gezag van de moeder beëindigd en is Stichting Jeugdbescherming west Haaglanden benoemd tot voogd over [de minderjarige] .
- Bij beschikking van 17 oktober 2023 van deze rechtbank is bepaald dat [de minderjarige] als volgt omgang heeft met de vader: ten minste éénmaal per achtweken twee uur onder begeleiding van het Wilmahuis en onder regie van de gecertificeerde instelling.
Verzoek
StandpuntenNamens de vader is op de zitting ingestemd met het verzoek tot opschorting van de omgang, maar verweer gevoerd tegen ontzegging van de omgang. De vader ziet in dat rust en stabiliteit nu belangrijk is voor [de minderjarige] . Hij heeft daarom bewust geen contact meer gezocht met [de minderjarige] . Ontzegging van de omgang met [de minderjarige] vindt de vader echter te ver gaan. De vader kan dan pas na minstens een jaar opnieuw een verzoek doen, terwijl dit anders is als de omgangsregeling wordt opgeschort.
De moeder heeft ingestemd met het verzoek.
Beoordeling
laat zorgend en verantwoordelijk gedrag zien richting jongere kinderen en heeft moeite om kind te kunnen zijn. Zij is gevoelig voor stress in haar omgeving en reageert hierop met emotionele ontregeling.
Uit zowel het perspectiefonderzoek als het psychoseksueel onderzoek komt naar voren dat rust, voorspelbaarheid en begrenzing essentieel zijn voor haar verdere ontwikkeling. Het opnieuw (of voortijdig) activeren van begeleide omgang met vader vergroot het risico op toename van spanningen en verwarring, versterking van loyaliteitsconflicten, hernieuwde emotionele ontregeling en belemmering van haar verwerking en ontwikkeling.’