AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Inschrijving buitenlandse geboorteakte en wijziging voornaam minderjarige
Verzoekers, de ouders en wettelijk vertegenwoordigers van een minderjarige met de Nederlandse nationaliteit, hebben bij de rechtbank Den Haag een verzoek ingediend tot inschrijving van een buitenlandse geboorteakte en wijziging van de voornaam van hun kind. De geboorteakte is op correcte wijze opgesteld en voorzien van een apostille en elektronisch zegel, en is afkomstig uit het buitenland.
De rechtbank oordeelt dat zij rechtsmacht heeft op grond van artikel 3 aanhefPro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dat Nederlands recht van toepassing is volgens artikel 10:20 BWPro. De inschrijving van de buitenlandse geboorteakte wordt gelast omdat deze voldoet aan de vereisten en de ambtenaar van de burgerlijke stand geen bezwaar heeft.
Daarnaast is voldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij de voornaamswijziging, omdat de ouders de tweede voornaam al bij geboorte wilden geven vanwege emotionele redenen. De gevraagde voornamen zijn geoorloofd volgens artikel 1:4 lid 2 BWPro. De rechtbank wijst het verzoek tot voornaamswijziging toe, maar verklaart de beschikking niet uitvoerbaar bij voorraad. De proceskosten worden ieder voor eigen rekening gedragen.
Uitkomst: De rechtbank gelast de inschrijving van de buitenlandse geboorteakte en wijzigt de voornaam van de minderjarige.
Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-5231
Zaaknummer: C/09/688290
Datum beschikking: 3 maart 2026
Inschrijven buitenlandse geboorteakte en voornaamswijziging
Beschikking op het op 4 juli 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[verzoekers sub 1] en [verzoekers sub 2] ,
verzoekers,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres buiten Nederland,
in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordigers van de [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , [geboorteland] ,
advocaat: mr. K. Steenbergen-van Straten in Heesch, gemeente Bernheze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage,
zetelend in ’s-Gravenhage,
hierna: de ambtenaar.
Procedure
De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
het verzoekschrift, met bijlagen;
het bericht van 14 augustus 2025 van verzoekers, met bijlage;
het bericht van 22 december 2025 van de ambtenaar;
het bericht van 16 januari 2026 van verzoekers, met bijlage;
het bericht van 3 februari 2026 van verzoekers.
Feiten
Verzoekers zijn de vader en de moeder van [minderjarige] .
De vader heeft [minderjarige] erkend.
Verzoeker oefenen gezamenlijk het gezag uit over [minderjarige] .
Verzoekers en [minderjarige] hebben de Nederlandse nationaliteit.
Verzoek en verweer
Verzoekers verzoeken, zoals het verzoek nu luidt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens:
voor zover nodig de gemeente ’s-Gravenhage te gelasten om de geboorteakte van [minderjarige] in te schrijven in de registers van de burgerlijke stand van de gemeente ’s-Gravenhage;
de gemeente ’s-Gravenhage te gelasten om de voornaam van [minderjarige] te wijzigen, zodat [minderjarige] voluit zal heten [voornamen] [geslachtsnaam] ;
dan wel een regeling door de rechtbank in goede justitie te bepalen.
Beoordeling
Inschrijven buitenlandse geboorteakte en voornaamswijziging
Rechtsmacht en toepasselijk recht
Volgens de Registratie Niet Ingezetenen zijn verzoekers geëmigreerd naar [land] . Omdat verzoekers en [minderjarige] de Nederlandse nationaliteit hebben, heeft de Nederlandse rechter op grond van artikel 3 aanhefPro en onder a van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering rechtsmacht.
Op grond van artikel 10:20 vanPro het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht van toepassing op het verzoek.
Inhoudelijke beoordeling
De rechtbank stelt voorop dat een voornaamswijziging – indien toegewezen – eerst tot stand komt doordat van de beschikking waarbij de voornaamswijziging is gelast een latere vermelding aan de geboorteakte wordt toegevoegd.
Inschrijving buitenlandse geboorteakte
In Nederland is geen geboorteakte van [minderjarige] ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. Door verzoekers is een overeenkomstig de plaatselijke voorschriften door de daartoe bevoegde autoriteiten opgemaakt afschrift van een geboorteakte van verzoeker overgelegd, voorzien van een apostille en elektronisch zegel. Deze akte, geregistreerd onder [nummer] , komt voor in de burgerlijke stand van [plaats] , [land] . Naar het oordeel van de rechtbank is de door verzoekers overgelegde buitenlandse geboorteakte van [minderjarige] vatbaar voor inschrijving in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage. De rechtbank zal daarom, conform het verzoek van verzoekers en omdat de ambtenaar geen bezwaar heeft tegen een inschrijving van de geboorteakte, op grond van artikel 1:4 lid 4 BWPro de inschrijving van de geboorteakte gelasten.
Voornaamswijziging
Naar het oordeel van de rechtbank is voldoende gebleken van een zwaarwichtig belang bij toewijzing van het verzoek van verzoekers tot voornaamswijziging. Gebleken is dat verzoekers [minderjarige] al bij de geboorte de naam [voornaam] als tweede naam hadden willen geven, vanwege de emotionele betekenis van deze naam. De door verzoekers verzochte voornamen zijn geoorloofd naar de maatstaven van artikel 1:4 lid 2 BWPro. De rechtbank zal het verzoek daarom toewijzen.
Uitvoerbaar bij voorraad
Deze beslissingen kunnen niet uitvoerbaar bij voorraad worden verklaard.
Proceskosten
Omdat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren zoals hierna vermeld.
Beslissing
De rechtbank:
gelast de inschrijving in het register van geboorten van de gemeente ’s-Gravenhage van voornoemde akte, [nummer] , afgegeven door de ambtenaar van de burgerlijke stand in [plaats] , [land] , op 22 juni 2025, welke akte ziet op de geboorte van de minderjarige, geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] , [geboorteland] , en waarvan een fotokopie aan deze beschikking is gehecht;
gelast de wijziging van de voornaam van de minderjarige, in die zin dat de voornamen zullen luiden: “ [voornamen] ”;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. C.L. Strop, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van
mr. S. Sluijmer als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 3 maart 2026.