Uitspraak
Verdeling van zorg- en opvoedingstaken en alimentatie
Beschikking op het op 7 februari 2025 ingekomen verzoek van:
[de moeder] ,
[de vader] ,
Procedure
- het verzoekschrift;
- het verweerschrift tevens zelfstandige verzoek;
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).
- het bericht van 9 februari 2026, met bijlage, van de zijde van de vader;
- het bericht van 12 februari 2026, met bijlage, van de zijde van de moeder.
Feiten
- dat de vader maandelijks € 50,- kinderalimentatie betaalt aan de moeder, welk bedrag jaarlijks dient te worden geïndexeerd;
- dat [de minderjarige] de hoofdverblijfplaats heeft bij de moeder;
- dat [de minderjarige] één keer in de vier weken gedurende het weekend bij de vader is van vrijdag tot en met zondag en dat de rest van de afspraken wordt gemaakt zo spoedig mogelijk na het verkrijgen van het rooster van de vader;
- dat [de minderjarige] ’s verjaardag in overleg gezamenlijk wordt gevierd bij de moeder en dat [de minderjarige] in de gelegenheid wordt gesteld om de verjaardagen van de ouders, Vader- en Moederdag en verjaardagen van de grootouders te vieren, ongeacht bij wie [de minderjarige] is;
- dat de ouders de vakanties en feestdagen in onderling overleg verdelen. Bij niet nakomen van andersluidende afspraken geldt de hoofdregel dat de schoolvakanties en viering van feestdagen gelijk worden verdeeld, met als uitgangspunt dat [de minderjarige] in het even jaar de eerste helft van de schoolvakanties bij de vader verblijft en in het oneven jaar de tweede helft. Kerstavond en nieuwjaar zullen jaarlijks worden gewisseld en bij wie [de minderjarige] op kerstavond is, zal [de minderjarige] ook op eerste kerstdag verblijven. Om een goede planning van de omgang en het verblijf mogelijk te maken, stellen de ouders binnen twee weken na ontvangst van het schoolrooster een verdeling op van de vakanties, vastgestelde feestdagen en roostervrije dagen.
- sinds 1 januari 2018 € 50,75;
- sinds 1 januari 2019 € 51,77;
- sinds 1 januari 2020 € 53,06;
- sinds 1 januari 2021 € 54,65;
- sinds 1 januari 2022 € 55,69;
- sinds 1 januari 2023 € 57,58;
- sinds 1 januari 2024 € 61,15;
- sinds 1 januari 2025 € 65,12;
- sinds 1 januari 2026 € 68,12.
Verzoek en verweer
- week 1: van maandag tot en met woensdag naar school;
- week 2: van donderdag tot en met zondag;
- week 3 en 4: van donderdag tot en met de dinsdag van week 4;
- in de even jaren bij de moeder is gedurende de eerste drie weken van de zomervakantie, op eerste kerstdag van 10.00 uur tot tweede kerstdag 10.00 uur, de voorjaarsvakantie en de meivakantie en bij de vader is gedurende de laatste drie weken van de zomervakantie, de kerstvakantie en de herfstvakantie, en dat deze regeling in de oneven jaren gespiegeld wordt toegepast;
- te bepalen dat voor alle overige bijzondere dagen of feestdagen geldt dat de reguliere zorgregeling doorloopt, tenzij partijen overeenstemming hebben bereikt over afwijking daarvan;
- week 1: op donderdag en vrijdag;
- week 2: op donderdag tot en met zondag;
- week 3: op maandag tot dinsdagochtend voor school en van donderdag tot en met zondag;
- week 4: op maandag, donderdag en vrijdag;
- de zomervakantie bij helfte wordt gedeeld, waarbij [de minderjarige] in de oneven jaren de eerste drie weken bij de vader verblijft en in de even jaren de laatste drie weken;
- [de minderjarige] jaarlijks gedurende de herfstvakantie bij de vader verblijft en gedurende de voorjaarsvakantie bij de moeder;
- de meivakantie en kerstvakantie bij helfte worden gedeeld, waarbij [de minderjarige] in de oneven jaren de eerste helft of week van de meivakantie en van de kerstvakantie bij de vader verblijft en in de even jaren het tweede deel of de tweede week van deze vakanties;
- [de minderjarige] jaarlijks tweede kerstdag bij de vader verblijft en oud en nieuw wisselend tijdens de even jaren bij de vader verblijft en tijdens de oneven jaren bij de moeder;
- tijdens alle overige feest- en vakantiedagen de reguliere zorgregeling die sedert 1 juni 2024 van kracht is, doorloopt;
free rundie de vader onverschuldigd aan de moeder heeft betaald na het eindigen van het lidmaatschap van [de minderjarige] .
(NBI vrouw) +€ 2.287 (
NBI man)). Op basis van dit NBGI hadden partijen geen recht op kindgebonden budget. Op basis van de tabel eigen aandeel kosten van kinderen 2016, leidt het voorgaande tot een behoefte van € 724,- per maand voor [de minderjarige] . Geïndexeerd naar 2026 bedraagt deze behoefte € 1.007,- per maand.
€ 550,-
free runningcontributiegelden voor die sport aan de moeder is blijven betalen en dat dit bedrag in totaal € 13,60 hoger is dan de kinderalimentatie die niet is betaald omdat het overeengekomen bedrag niet is geïndexeerd. Dit heeft de moeder niet betwist.
Beslissing
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
mr. A.J. Klootwijk als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 3 maart 2026.