ECLI:NL:RBDHA:2026:7726
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot proceskostenvergoeding na intrekking terugkeerbesluit
Verzoeker diende op 3 maart 2024 beroep in tegen een terugkeerbesluit van de minister van Justitie en Veiligheid, dat op 7 februari 2024 was opgelegd. De minister trok het besluit op 28 juli 2024 in, waarna verzoeker zijn beroep introk en een verzoek tot vergoeding van proceskosten indiende.
De rechtbank oordeelt dat de minister tegemoet is gekomen aan het beroep, waardoor toewijzing van het verzoek tot proceskostenvergoeding passend is. De vergoeding wordt vastgesteld op € 934,-, gebaseerd op het tarief per punt dat geldt vanaf 1 januari 2026, aangezien verzoeker een professionele juridische hulpverlener inschakelde.
Daarnaast wijst de rechtbank het verzoek om vrijstelling van griffierecht toe wegens betalingsonmacht. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 28 januari 2026.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van € 934,- aan proceskosten na intrekking van het terugkeerbesluit.