ECLI:NL:RBDHA:2026:7727
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken beroep tegen bezwaar
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van de minister van Asiel en Migratie van 12 mei 2025. Tijdens de bezwaarprocedure heeft verzoeker op 5 juni 2025 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter. Op 3 februari 2026 heeft de minister een beslissing op het bezwaar genomen. Verzoeker heeft echter geen beroep ingesteld tegen deze beslissing.
De voorzieningenrechter stelt vast dat het ontbreken van een beroep tegen de beslissing op bezwaar betekent dat niet is voldaan aan het connexiteitsvereiste, dat vereist dat een verzoek om voorlopige voorziening verbonden moet zijn aan een beroep. Hierdoor is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk en kan de zaak niet inhoudelijk worden behandeld.
De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor proceskostenvergoeding en nodigt partijen niet uit voor een zitting. De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 18 maart 2026. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een beroep tegen de beslissing op bezwaar.