Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7728

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
31 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
11765326 / RL EXPL 25 - 11684
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 21 RvEU-verordening 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering passagiers wegens ontbreken contractuele relatie met luchtvaartmaatschappij

Eisers boekten een pakketreis inclusief retourvlucht met TUIFly van Amsterdam naar Chania. De vlucht werd gewijzigd en uiteindelijk geannuleerd, waarna eisers alleen de accommodatie behielden en zelf voor vervoer zorgden. Eisers ontvingen een gedeeltelijke terugbetaling voor de vluchten.

Eisers vorderden vergoeding van vervoerskosten en andere kosten op grond van EU-verordening 261/2004 en jurisprudentie, maar wijzigden later hun eis en baseren deze op een andere Europese uitspraak. TUIFly verweerde zich met het argument dat de contractuele relatie met TUI Nederland was en dat zij geen tickets aan eisers hadden verstrekt.

De kantonrechter oordeelde dat eisers de feiten niet volledig en naar waarheid hadden aangevoerd, dat TUI Nederland de contractpartij was en dat eisers geen bevestigde tickets van TUIFly hadden ontvangen. Hierdoor bestaat geen recht op vergoeding op grond van de Verordening. De vordering werd afgewezen en eisers werden veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van de passagiers wordt afgewezen wegens ontbreken van contractuele relatie en bevestigde tickets.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Kantonrechter, zittingsplaats 's-Gravenhage
Rolnummer: 11765326 / RL EXPL 25 - 11684
31 maart 2026 (bij vervroeging)
CB/c
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eisende partij 1] , wonende te [woonplaats] ,

en
2.
[eisende partij 2], wonende te [woonplaats] ,
eisende partijen,
hierna gezamenlijk te noemen: [eisende partijen] c.s. of de passagiers,
gemachtigde: E. Schooneman (ProBe-ASP B.V.),
tegen
de besloten vennootschap
TUI Airlines Nederland B.V.,
(statutair) gevestigd te Rijswijk,
gedaagde partij,
hierna te noemen: TUIFly,
gemachtigden: mr. M. Lustenhouwer en mr. D.H.A. Delger (AKD).

1.Het procesverloop

1.1
De kantonrechter heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
  • de dagvaarding van 26 mei 2025 met vijf producties (nrs. 1 tot en met 5);
  • de conclusie van antwoord van 19 augustus 2025 met drie producties (nrs. 1 tot en met 3);
  • de conclusie van repliek tevens houdende akte wijziging van eis van 14 oktober 2025 met vijf producties (nrs. 6 tot en met 10);
  • de conclusie van dupliek van 3 februari 2026.
1.2
Bij brief van 12 februari 2026 heeft de griffie partijen op de hoogte gesteld dat de kantonrechter op 28 april 2026 vonnis zou wijzen. Partijen hebben zich daarop niet gemeld met het verzoek tot het houden van een mondelinge behandeling, zodat op basis van de gewisselde processtukken vonnis zal worden gewezen.
1.3
Het vonnis wordt vandaag bij vervroeging uitgesproken.

2.De feiten

2.1
Op 13 februari 2023 hebben [eisende partijen] c.s. bij TUI Nederland N.V. een pakketreis geboekt naar Chania, Griekenland van 1 juni 2023 tot 9 juni 2023. Onderdeel van de pakketreis was een retourvlucht met TUIFly van Amsterdam naar Chania v.v., met heenvlucht op 1 juni 2023 en terugvlucht op 8/9 juni 2023.
2.2
Op de boekingsbevestiging staat dat het vervoer zou bestaan uit een vlucht met TUIFly vlucht OR 1137 van Amsterdam naar Chania op 1 juni 2023 met vertrek uit Amsterdam om 13:55 uur en aankomst te Corfu om 20:30 uur en een vlucht met TUIFly vlucht OR 1137 van Chania naar Amsterdam op 8 juni 2023 met vertrek uit Chania om 21:15 uur en aankomst in Amsterdam om 0:20 uur op 9 juni 2023 [1] .
2.3
Op het boekingsformulier staat vermeld:
(*) Uw reis is onder voorbehoud van wijzigingen.
2.4
Bij bericht van 4 mei 2023 heeft TUI Nederland N.V. de passagiers bericht dat de vluchtdagen van de geboekte reis waren aangepast.
2.5
Op 6 mei 2023 hebben [eisende partijen] c.s. telefonisch contact gehad met het klantencontactcentrum van TUI Nederland N.V. Daarbij is de reis gewijzigd naar een reis met alleen accommodatie in Chania.
2.6
De passagiers zijn vervolgens op eigen gelegenheid naar Chania gereisd en vice versa.
2.7
De passagiers hebben een bedrag van € 368,00 van TUI Nederland retour ontvangen voor de vluchten en de transfers.

3.De vordering

3.1
[eisende partijen] c.s. vorderen, na wijziging van eis, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, (1) de vordering tot betaling van vervoer naar luchthaven, hotel, toegezegde tegemoetkoming en niet terugbetaalde kosten zoals luchthavenbelasting etc. (omschreven in punt 12 van de conclusie van repliek), nader te specificeren door TUIFly; (2) de vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten toe te wijzen; (3) de vordering tot vergoeding van de proceskosten toe te wijzen; (4) de vordering tot vergoeding van de wettelijke rente vanaf de vluchtdatum toe te wijzen.
3.2
Voordat [eisende partijen] c.s. hun eis wijzigden legden zij aan hun vordering ten grondslag dat Europese regelgeving en jurisprudentie, meer in het bijzonder de EU-verordening 261/2004 (hierna; ‘de Verordening’) en (onder meer) de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 22 december 2008 (C-549/07, Wallentin-Hermann-arrest), van 19 november 2009 (C-402/07, Sturgeon-arrest) hen recht geven op een vergoeding van € 400,00 per persoon in verband met de annulering van hun heen- en terugvlucht van Amsterdam-Schiphol Airport naar Chania (Griekenland) op 1 respectievelijk 8/9 juni 2023.
3.3
Na de eiswijziging vordering [eisende partijen] c.s. niet langer annuleringsvergoeding op basis van de Verordening, maar een – overigens in het petitum niet met concrete bedragen geformuleerde – vordering tot vergoeding van al dan niet terugbetaalde kosten, een en ander met een beroep op de uitspraak van het Europese Hof van Justitie van 29 juli 2019 inzake Rusu/Blue Air (ECLI:EU:C:2019:637).

4.Het verweer

4.1
TUIFly voert gemotiveerd verweer tegen de vordering van [eisende partijen] c.s. Het verweer houdt in dat [eisende partijen] c.s. een pakketreis hebben geboekt bij TUI Nederland N.V., waarvan onderdeel was een retourvlucht met TUIFly naar Chania vice versa. [eisende partijen] c.s. hebben nooit een vliegtickets en/of een bevestigde boeking voor de betreffende vluchten ontvangen van TUIFly. Hierdoor hebben zij op grond van artikel 3 lid 2 van Pro de Verordening geen recht op vergoeding van TUIFly.

5.De beoordeling

5.1
De Verordening en de daarop gebaseerde jurisprudentie beoogt de passagier als consument van door een luchtvaartmaatschappij aangeboden diensten bescherming te bieden tegen annulering van vluchten en de met annulering gelijkgestelde vertragingen, die een bepaalde tijdsduur overschrijden. Deze bescherming vertaalt zich in bepaalde gefixeerde schadevergoedingen en andere verplichtingen, zoals verzorging en, indien aan de orde, overnachtingen. Als uitgangspunt is de luchtvaartmaatschappij gehouden een bepaalde aan de vluchtafstand gerelateerde vergoeding aan de passagier te betalen in geval van een annulering van een vlucht of een vertraging van meer dan drie uur. Deze verplichting lijdt uitzondering, indien de luchtvaartmaatschappij zich met succes op een bijzondere omstandigheid kan beroepen, die als oorzaak voor de vertraging heeft te gelden.
5.2
De kantonrechter stelt voorop dat de feiten, die in de dagvaarding staan, buitengewoon summier zijn en bovendien deels onjuist. Zo vermeldt de dagvaarding alleen dat de passagiers zouden worden vervoerd van een luchthaven in Nederland, dat hun vlucht (kennelijk is dat vlucht OR 1137 op 1 juni 2023) is geannuleerd, dat TUIFly de passagiers niet heeft geïnformeerd en dat de passagiers hebben gevraagd om terugbetaling van de tickets, maar dat TUIFly dat geweigerd heeft.
5.3
Zo verzuimen de passagiers te vermelden dat de vliegreis onderdeel was van een pakketreis, die zij niet bij TUIFly, maar bij TUI Nederland hebben geboekt en verzuimen zijn bovendien te vermelden dat de pakketreis als gevolg van de annulering op hun eigen verzoek is gewijzigd in de zin dat het gedeelte dat ziet op de accommodatie in Chania in stand is gelaten en dat de passagiers zelf in het vervoer daarheen en daarvandaan hebben voorzien. Daarnaast stellen de passagiers ten onrechte dat TUIFly geweigerd heeft hen de prijs van de tickets terug te betalen. Reeds bij conclusie van antwoord heeft TUIFly met het overleggen van een terugbetalingsbewijs aangetoond dat de passagiers het gedeelte van de prijs van de pakketreis dat ziet op de vluchten heeft terugbetaald.. Ook heeft TUIFly onderbouwd gesteld dat de passagiers op 4 mei 2023 op de hoogte zijn gesteld van de vluchtwijziging. Op die stellingen komen de passagiers vervolgens niet terug, zodat van de juistheid van het verweer van TUIFly moet worden uitgegaan.
5.4
Het voorgaande levert naar het oordeel van de kantonrechter een schending van de waarheidsplicht van artikel 21 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering met zich, welk artikel bepaalt dat
partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Zoals uit het voorgaande blijkt hebben de passagiers de feiten noch volledig noch naar waarheid aangevoerd. Op zich zou dat reeds voldoende aanleiding geweest kunnen zijn de vordering van de passagiers af te wijzen.
5.5
Maar ook overigens kan en zal de vordering van de passagiers worden afgewezen en wel om de volgende twee redenen.
5.6
In de eerste plaats gaan de passagiers totaal niet in op het verweer van TUIFly dat deze bij conclusie van antwoord heeft opgeworpen, namelijk dat niet TUIFly maar TUI Nederland als reisorganisator hun contractuele wederpartij was en dat het TUI Nederland was, die tickets heeft geboekt of zou boeken bij TUIFly, waarbij TUI Nederland heeft aangegeven dat de vluchten onder voorbehoud van wijzigingen waren. Daarmee was TUI Nederland en niet TUIFly het contractuele aanspreekpunt van de passagiers. Overigens lijken de passagiers dat in zekere zin wel te realiseren, omdat zij onder punt 5 van de conclusie van repliek eraan lijken te refereren dat er een onderscheid is tussen TUI als reisorganisator en TUI als luchtvaartmaatschappij. Maar zij verbinden hier geen consequenties aan, laat staan dat zij het verweer van TUIFly weerspreken.
5.7
In de tweede plaats leggen de passagiers op het verweer van TUIFly dat de passagiers geen bevestigde boeking en/of tickets van TUIFly hebben ontvangen als productie 5 bij conclusie van repliek alleen een ‘reisspecificatie’ over. Een dergelijke reisspecificatie is niet aan te merken als een ‘boeking’ en/of een ‘ticket’ in de zin van artikel 2 sub f en Pro sub g van de Verordening. Ook om die reden kunnen de passagiers geen aanspraak maken op enige vergoeding op basis van de Verordening.
5.8
Op grond van het voorgaande komt de kantonrechter tot het oordeel dat de vordering van de passagiers zal worden afgewezen.
5.9
De passagiers zijn in het ongelijk gesteld en moeten daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van TUIFly worden begroot op:
- salaris gemachtigde
288,00
(2 punten × € 144,00)
- nakosten
72,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
360,00

6.De beslissing

De kantonrechter:
- wijst de vordering van [eisende partijen] c.s. af;
- veroordeelt [eisende partijen] c.s. in de proceskosten van € 360,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [eisende partijen] c.s. niet tijdig aan de veroordelingen voldoen en het vonnis daarna wordt betekend,
- verklaart dit vonnis met betrekking tot de proceskostenveroordeling van [eisende partijen] c.s. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. C.W.D. Bom en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 maart 2026 in tegenwoordigheid van de griffier.

Voetnoten

1.Alle vermelde tijden zijn lokale tijden tenzij anders vermeld.