De kantonrechter behandelde de zaak van een passagier die een vergoeding vorderde van TUI Airlines wegens een vertraging van vlucht OR 377 van Bonaire naar Amsterdam op 6 juli 2023. De vlucht arriveerde met een vertraging van 3 uur en 13 minuten. De passagier baseerde haar vordering op EU-verordening 261/2004 en relevante jurisprudentie, waaronder het Wallentin-Hermann-arrest.
TUI voerde verweer dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk de storm Poly op Schiphol op 5 juli 2023, waardoor eerdere vluchten vertraagd waren. De kantonrechter oordeelde echter dat deze omstandigheden niet meer van toepassing waren op de dag van de vlucht zelf en dat TUI tijd had om maatregelen te nemen, zoals het inzetten van een vervangend vliegtuig.
De kantonrechter verwierp de stelling dat vlucht OR 377 was geannuleerd en stelde vast dat de passagier daadwerkelijk op de vlucht was vervoerd, zij het met vertraging. De vergoeding werd toegekend, maar gehalveerd vanwege de vertraging van minder dan vier uur. De vordering voor de minderjarige kinderen werd afgewezen wegens het ontbreken van een akte van cessie.
De kantonrechter veroordeelde TUI tot betaling van €345, bestaande uit €300 vergoeding en €45 buitengerechtelijke kosten, vermeerderd met wettelijke rente. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening genomen.