ECLI:NL:RBDHA:2026:7738
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij niet tijdig beslissen asielaanvraag
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving de aanvraag op 16 april 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Voor Syrië gold een besluitmoratorium van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, waardoor de beslistermijn met één jaar werd verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser heeft de minister op 2 december 2024 schriftelijk in gebreke gesteld, terwijl de beslistermijn toen nog niet was verstreken. De rechtbank oordeelt dat deze ingebrekestelling te vroeg is ingediend en dat het feit dat de beslistermijn later wel is verstreken dit niet herstelt. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk.
De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en komt niet toe aan het vaststellen van een eventuele bestuurlijke dwangsom. Het beroep wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard en de zaak wordt zonder inhoudelijke behandeling gesloten.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te vroege ingebrekestelling.