ECLI:NL:RBDHA:2026:7755
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens te vroege ingebrekestelling bij asielaanvraag Syrië
Eiser, afkomstig uit Syrië, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De minister ontving deze aanvraag op 8 juni 2024 en moest uiterlijk binnen zes maanden beslissen. Vanwege een besluitmoratorium voor Syrië, dat liep van 14 december 2024 tot 13 juni 2025, werd de beslistermijn verlengd tot maximaal 21 maanden.
Eiser stelde de minister op 9 oktober 2025 schriftelijk in gebreke om alsnog binnen twee weken te beslissen. De rechtbank oordeelde dat deze ingebrekestelling te vroeg was, omdat de verlengde beslistermijn nog niet was verstreken. Hierdoor is het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.
De rechtbank zag daarom geen aanleiding om een bestuurlijke dwangsom vast te stellen. De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass op 22 januari 2026. Eiser kan binnen zes weken een verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de ingebrekestelling te vroeg is ingediend.