Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7813

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
3 april 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
12088683 \ CV EXPL 26-440
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:219 BWArt. 3 lid 1 IVRK
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontruiming woning wegens opslag van illegaal zwaar vuurwerk

Portaal verhuurt een woonwagenstandplaats aan de gedaagde partij. In het gehuurde is door de politie een grote hoeveelheid illegaal vuurwerk aangetroffen, waaronder 62 kg zwaar vuurwerk van categorie F4, wat verboden is volgens de huurovereenkomst en wettelijke voorschriften.

Portaal vordert in kort geding ontruiming van het gehuurde wegens ernstige tekortkoming van de huurder. De gedaagde partij voert verweer dat zij niet op de hoogte was van het vuurwerk en dat haar zoon, die het vuurwerk zou hebben opgeslagen, niet langer in het gehuurde woont.

De kantonrechter oordeelt dat de gedaagde partij zich niet als goed huurder heeft gedragen en dat het belang van Portaal bij ontruiming zwaarder weegt dan het belang van de huurder en haar minderjarige kinderen bij het behoud van de woning. De ontruiming wordt toegewezen met een termijn van één maand, rekening houdend met de belangen van de minderjarige kinderen. De gedaagde partij wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de huurder tot ontruiming van het gehuurde binnen één maand vanwege de opslag van illegaal zwaar vuurwerk.

Uitspraak

RECHTBANKDEN HAAG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Leiden
LH (B)
Zaaknummer: 12088683 \ CV EXPL 26-440
Vonnis in kort geding van 3 april 2026
in de zaak van
de stichting STICHTING PORTAAL,
gevestigd te Utrecht,
eisende partij,
hierna te noemen: Portaal,
gemachtigde: mr. K.J. van Bergenhenegouwen,
tegen
[gedaagde partij],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde partij] ,
gemachtigde: mr. F.S. van Steenbergen.

1.De zaak in het kort

1.1.
[gedaagde partij] huurt een woning van Portaal. In het gehuurde is een grote hoeveelheid illegaal vuurwerk aangetroffen. Portaal eist daarom in kort geding een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde.
1.2.
De kantonrechter komt tot het oordeel dat in kort geding met voldoende mate van waarschijnlijkheid valt te verwachten dat de ontbinding en ontruiming in een eventuele bodemprocedure zal worden toegewezen. De kantonrechter wijst de vordering van Portaal tot ontruiming daarom toe.

2.De procedure

2.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 18 februari 2026, met producties,
- de conclusie van antwoord van 12 maart 2026, met producties,
- de mondelinge behandeling van 20 maart 2026, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.

3.De feiten

3.1.
Portaal verhuurt aan [gedaagde partij] de woonwagenstandplaats met een woonwagenwoning en bijbehorende berging aan de [adres] (hierna: het gehuurde).
3.2.
Op de huurovereenkomst zijn de algemene huurvoorwaarden van toepassing. In artikel 8 lid 9 van Pro deze algemene voorwaarden is het volgende opgenomen:
“Het is huurder niet toegestaan in of bij het gehuurde chemicaliën, benzine of andere aardoliederivaten, vuurwerk of anderszins gevaarlijke stoffen op te slaan.”
3.3.
Portaal is bij brief van 31 december 2025 door de burgemeester van [plaats] op de hoogte gesteld van een vuurwerkvondst in het gehuurde.
3.4.
De politie heeft een bestuurlijke rapportage opgemaakt over het gehuurde. Uit de informatie van de politie volgt dat er op 27 december 2025 illegaal vuurwerk, namelijk 62kg zwaar vuurwerk is aangetroffen op het adres van het gehuurde. Het aangetroffen vuurwerk bevat ook categorie F4-vuurwerk.
3.5.
Portaal heeft [gedaagde partij] bij brief van 23 januari 2026 laten weten dat zij vanwege deze vondst de huurovereenkomst met haar niet wil voortzetten.

4.Het geschil

4.1.
Portaal vordert samengevat - ontruiming van het gehuurde aan de [adres] , binnen zeven dagen na betekening van het vonnis.
4.2.
Portaal legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [gedaagde partij] is ernstig tekortgeschoten in haar verplichting om zich als goed huurder te gedragen, door illegaal en zwaar vuurwerk in het gehuurde te (laten) bewaren. Het bewaren van dergelijk vuurwerk, dat flitskruit bevat, levert ontploffingsgevaar op. [gedaagde partij] handelt daarmee niet alleen in strijd met de wettelijke bepalingen maar ook in strijd met de algemene huurvoorwaarden. Portaal heeft een spoedeisend belang bij deze procedure, nu zij een krachtig signaal wil afgeven naar haar huurders en zij [gedaagde partij] vóór de komende jaarwisseling het gehuurde uit wil hebben om herhaling te voorkomen. Verder moet Portaal waken voor de leefbaarheid in haar wijken en moet zij zorgen voor een veilige woonomgeving voor haar huurders.
4.3.
[gedaagde partij] voert verweer. [gedaagde partij] concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Portaal, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Portaal, althans de ontruiming voorwaardelijk op te leggen, met veroordeling van Portaal in de kosten van deze procedure.
4.4.
[gedaagde partij] voert - samengevat - het volgende aan. [gedaagde partij] was niet op de hoogte van de opslag van het zwaar illegale vuurwerk in het gehuurde door haar zoon. [gedaagde partij] heeft ook direct actie ondernomen nadat zij bekend werd met de opslag van het zwaar illegale vuurwerk. De minderjarige zoon is niet langer woonachtig in het gehuurde of op het woonwagenkamp. Daardoor is van herhalingsgevaar geen sprake en heeft Portaal geen spoedeisend belang bij haar vordering. Ook is er geen sprake van eerdere incidenten in of om het gehuurde. Gelet op deze omstandigheden en het feit dat er ook andere (minderjarige) kinderen in het gehuurde wonen, is ontruiming van het gehuurde niet gerechtvaardigd.
4.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter stelt voorop dat een bij voorlopige voorziening bevolen ontruiming een maatregel is, die diep ingrijpt in het gebruiksrecht en de daarmee verbonden huurbescherming van de huurder. Bij de beoordeling van een dergelijke vordering moet - volgens vaste jurisprudentie - grote terughoudendheid worden betracht, gelet op de omstandigheid dat in een kortgedingprocedure geen plaats is voor een - diepgaand - onderzoek naar bestreden feiten en gezien de vergaande, veelal onomkeerbare gevolgen van een ontruiming in kort geding, zoals in deze zaak aan de orde is. Daarnaast is een voorwaarde voor toewijsbaarheid van de ontruiming in kort geding dat met een grote mate van waarschijnlijkheid te verwachten moet zijn dat de bodemrechter een vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst zal toewijzen op grond van het nu voorliggende feitencomplex. Toewijzing van een ontruimingsvordering in kort geding zal in de praktijk immers vaak een definitief karakter hebben.
Spoedeisend belang
5.2.
Allereerst moet de kantonrechter beoordelen of Portaal een spoedeisend belang heeft bij de gevorderde ontruiming. Van een spoedeisend belang is sprake als, gelet op de belangen van partijen, een onverwijlde voorziening is geboden en de uitkomst van een eventuele bodemprocedure niet kan worden afgewacht.
5.3.
Het spoedeisend belang is volgens Portaal erin gelegen dat zij wil voorkomen dat [gedaagde partij] de volgende jaarwisseling nog in het gehuurde woont. Ook draagt een spoedige ontruiming bij aan een krachtig signaal dat Portaal geen woningen verhuurt aan huurders die daar illegaal vuurwerk opslaan. Daar voegt Portaal aan toe dat zij verplicht is een veilige woonomgeving voor haar huurders te creëren, voor zover dat binnen haar mogelijkheden ligt.
5.4.
Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de kantonrechter in redelijkheid niet van Portaal gevergd worden dat zij de uitkomst van een bodemprocedure afwacht. Daarmee heeft Portaal een spoedeisend belang bij haar vordering.
[gedaagde partij] heeft zich niet als goed huurder gedragen
5.5.
Voor de beantwoording van de vraag of de bodemrechter de vordering tot (ontbinding en) ontruiming zal toewijzen, moet worden nagegaan of [gedaagde partij] zich als goed huurder heeft gedragen. Dit betekent dat zij zich moet houden aan de verplichtingen die voortvloeien uit de wet, de huurovereenkomst en de daarbij behorende algemene voorwaarden. Als de huurverplichtingen worden geschonden, moet vervolgens worden beoordeeld of de tekortkoming, gelet op alle omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van de huurder bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de huurovereenkomst in een eventuele bodemprocedure te ontbinden. [1]
5.6.
Het in het gehuurde aanwezig hebben van illegaal vuurwerk is in strijd met de huurovereenkomst en daarmee een tekortkoming. De kantonrechter overweegt dat het door de politie aangetroffen vuurwerk volgens de bestuurlijke rapportage van 29 december 2025 van de politie tot de zwaarste categorie vuurwerk behoort, namelijk categorie F4 van het Vuurwerkbesluit. Dit vuurwerk is enkel bestemd voor gebruik door personen met gespecialiseerde kennis. Het aanwezig hebben van dergelijk vuurwerk in het gehuurde is niet alleen een overtreding van diverse wettelijke voorschriften, de huurovereenkomst en de algemene voorwaarden, maar brengt ook een reëel gevaar met zich mee voor [gedaagde partij] , haar kinderen en de omwonenden van het gehuurde. Het gehuurde is gelegen op een woonwagenkamp. Ontploffing van het vuurwerk had tot enorme gevolgen kunnen leiden.
5.7.
Gelet op het voorgaande heeft [gedaagde partij] zich naar het oordeel van de kantonrechter niet als goed huurder gedragen. [gedaagde partij] heeft aangevoerd dat zij niet wist van de aanwezigheid van het vuurwerk. Daargelaten dat bij dit standpunt de nodige vraagtekens kunnen worden gezet, gelet op de grote hoeveelheid illegaal vuurwerk en het gegeven dat het op meerdere plaatsen in het gehuurde is aangetroffen, maakt dit naar het oordeel van de kantonrechter het voorgaande niet anders. [gedaagde partij] is als huurder immers op grond van artikel 7:219 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) ook verantwoordelijk voor de gedragingen van haar inwonende zoon in het gehuurde. Dat er een grote hoeveelheid illegaal en zwaar vuurwerk in het gehuurde is opgeslagen komt in beginsel dus voor rekening en risico van [gedaagde partij] , ook als zij daarvan geen weet had.
Het belang van Portaal tegenover het belang van [gedaagde partij]
5.8.
De vraag is of de tekortkoming van [gedaagde partij] , gelet op de omstandigheden van het geval, waaronder het concrete belang van [gedaagde partij] bij het voortduren van de huurovereenkomst, van voldoende gewicht is om de ontruiming van het gehuurde te rechtvaardigen. Bij beoordeling van deze vraag zal de kantonrechter de belangen van beide partijen afwegen.
5.9.
Het aanwezig hebben van 62 kilogram illegaal en zwaar vuurwerk, dat (deels) flitskruit bevat, is naar het oordeel van de voorzieningenrechter onmiskenbaar gevaarzettend en op zichzelf al een voldoende ernstige tekortkoming en daarmee naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel reden om de ontruiming in kort geding toe te wijzen.
5.10.
Portaal heeft, als sociale woningbouwvereniging, de taak om de veiligheid van haar huurders en de leefbaarheid van de gebieden waarin haar woningen zijn gelegen, te bevorderen. Zoals eerder overwogen betreft het gehuurde een woonwagen op een woonwagenkamp. [gedaagde partij] heeft door een grote hoeveelheid illegaal en zwaar vuurwerk in het gehuurde te houden, een risico veroorzaakt dat het gehuurde beschadigd raakt dan wel omliggende woningen. Ook heeft zij daarmee een risico veroorzaakt voor zichzelf, haar kinderen en omwonenden. Portaal hoeft niet toe te staan dat een dergelijke gevaarlijke situatie wordt gecreëerd. De kantonrechter acht het op zichzelf redelijk dat Portaal een sterk signaal wil afgeven naar al haar huurders dat het hebben van (illegaal en zwaar) vuurwerk niet wordt getolereerd en wordt gesanctioneerd.
5.11.
Daartegenover staan de belangen van [gedaagde partij] en haar (deels minderjarige) kinderen bij behoud van het gehuurde. [gedaagde partij] heeft aangevoerd dat de zoon in wiens slaapkamer het vuurwerk is aangetroffen sindsdien niet meer in het gehuurde woont. Ook heeft [gedaagde partij] aangevoerd dat zij niet over een alternatieve woonruimte beschikt als het aankomt op ontruiming van het gehuurde. Als het gehuurde wordt ontruimd, wordt het gezin dakloos.
5.12.
Omdat - ook afgezien van de zoon die volgens [gedaagde partij] sinds de vondst niet meer in het gehuurde woont - een minderjarig kind in de te ontruimen woning woont, brengt artikel 3 lid 1 van Pro het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) mee dat de belangen van deze minderjarige in kaart moeten worden gebracht. Bij de beoordeling of de tekortkoming van de huurder ontbinding van de huurovereenkomst rechtvaardigt, moeten deze belangen als ‘eerste overweging’ in aanmerking worden genomen. Dat betekent niet dat, indien het in het belang van de minderjarige is dat hij in het gehuurde kan blijven wonen, een ontruimingsvordering steeds moet worden afgewezen, maar wel dat die belangen bijzonder gewicht in de schaal leggen.
5.13.
De kantonrechter acht het aannemelijk dat ontruiming van de woning niet alleen voor [gedaagde partij] , maar ook voor haar (minderjarige) kinderen negatieve gevolgen zal hebben. Hoewel deze belangen zwaar wegen, behoeven zij niet de doorslag te geven. Zij moeten worden afgewogen tegen de overige belangen, met inachtneming van alle omstandigheden van het geval. [2] In dat kader overweegt de kantonrechter dat dakloosheid van een kind maatschappelijk niet aanvaardbaar wordt geacht en het gescheiden raken van ouders en kind in beginsel moet worden voorkomen. Een dergelijk gevolg, of de kans daarop, brengt echter niet altijd mee dat een vordering tot ontruiming moet worden afgewezen. Het voorkómen van dergelijke gevolgen ligt immers niet in de eerste plaats op de weg van Portaal als verhuurder, maar op de weg van de ouders en de overheid. Daar komt bij dat Portaal ook rekening heeft te houden met belangen van derden - waartoe ook kinderen kunnen behoren.
5.14.
De kantonrechter is van oordeel dat in dit geval het belang van Portaal bij ontruiming zwaarder weegt dan het belang van [gedaagde partij] bij behoud van het gehuurde. De kantonrechter is van oordeel dat de ernst van de tekortkoming zonder meer een ontruiming rechtvaardigt en dat er aanleiding bestaat om vooruitlopend op de uitkomst in een bodemprocedure een veroordeling tot ontruiming van het gehuurde uit te spreken. Naar het oordeel van de kantonrechter valt met voldoende mate van waarschijnlijkheid te verwachten dat de huurovereenkomst in een bodemprocedure zal worden ontbonden, ook als rekening wordt gehouden met de persoonlijke omstandigheden van [gedaagde partij] en de gevolgen die ontbinding en ontruiming voor haar en haar kinderen teweegbrengt. De vordering van Portaal zal daarom worden toegewezen op de hierna bepaalde wijze.
5.15.
Gebruikelijk wordt er een ontruimingstermijn opgelegd van veertien dagen. Gelet op de aanwezigheid van de minderjarige zoon in het gehuurde acht de kantonrechter het redelijk om de ontruimingstermijn vast te stellen op één maand na betekening van dit vonnis. Daarnaast overweegt de kantonrechter dat Portaal heeft aangegeven dat zij niet tot uitvoering van een ontruimingsvonnis zal overgaan voordat er alternatieve woonruimte voor de minderjarige kinderen is geregeld. De kantonrechter gaat ervan uit dat deze toezegging door Portaal gestand zal worden gedaan.
De proceskosten
5.16.
[gedaagde partij] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Portaal worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
126,46
- griffierecht
139,00
- salaris gemachtigde
577,00
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
950,96

6.De beslissing

De kantonrechter
6.1.
veroordeelt [gedaagde partij] om binnen een maand na betekening van dit vonnis het gehuurde aan [adres] te ontruimen en te verlaten met alle zich daarin en/of daarop bevindende personen en/of zaken, voorzover deze laatste niet het eigendom van Portaal zijn, en onder afgifte van alle sleutels ter vrije en algehele beschikking van Portaal te stellen,
6.2.
veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten van € 950,96, onverminderd de eventueel over de verschotten verschuldigde btw, te vermeerderen met de kosten van betekening voor het geval het vonnis wordt betekend,
6.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J. Nomen en in het openbaar uitgesproken op
3 april 2026.

Voetnoten

1.HR 28 september 2018, ECLI:NL:HR:2018:1810
2.HR 28 november 2025, ECLI:NL:HR:2025:1799