ECLI:NL:RBDHA:2026:7829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser het griffierecht van € 200,- niet binnen de gestelde termijn van vier weken na ontvangst van de nota en aangetekende brief heeft voldaan.
De rechtbank heeft geen geldige reden ontvangen voor het niet betalen van het griffierecht en is daarom niet bevoegd het beroep inhoudelijk te behandelen. Het beroep wordt derhalve kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank kan geen uitspraak doen over een eventuele verbeurde dwangsom.
De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass, en is op 25 maart 2026 in het openbaar uitgesproken. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.