ECLI:NL:RBDHA:2026:7829

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
3 april 2026
Zaaknummer
NL26.4706
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 8:41 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens niet tijdig betalen griffierecht bij aanvraag machtiging voorlopig verblijf

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister op zijn aanvraag van een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis. De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser het griffierecht van € 200,- niet binnen de gestelde termijn van vier weken na ontvangst van de nota en aangetekende brief heeft voldaan.

De rechtbank heeft geen geldige reden ontvangen voor het niet betalen van het griffierecht en is daarom niet bevoegd het beroep inhoudelijk te behandelen. Het beroep wordt derhalve kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling en de rechtbank kan geen uitspraak doen over een eventuele verbeurde dwangsom.

De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier J.B. Thépass, en is op 25 maart 2026 in het openbaar uitgesproken. Eiser wordt gewezen op de mogelijkheid tot het indienen van een verzetschrift binnen zes weken na verzending van deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig betalen van het griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.4706
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiser

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. O.F. Aydogan), en
de minister van Asiel en Migratie,de minister.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend, omdat de minister volgens hem niet op tijd heeft beslist op zijn aanvraag van 29 juni 2025 om een machtiging tot voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis (de aanvraag).

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in deze zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1

Is het beroep van eiser ontvankelijk?

2. Iemand die in beroep gaat moet griffierecht betalen. Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort.2 In dit geval bedraagt het griffierecht
€ 200,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
4. De rechtbank heeft de gemachtigde van eiser op 29 januari 2026 een nota gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Op 31 januari 2026 heeft de rechtbank de gemachtigde van eiser een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat eiser het griffierecht binnen vier weken moet betalen aan de rechtbank. Volgens de Track & Trace gegevens van PostNL is deze aangetekende brief op 3 februari 2026 op het kantooradres van de gemachtigde ondertekend en bezorgd.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 8:41, vijfde lid, van de Awb.
5. De rechtbank heeft het bedrag niet tijdig ontvangen. Eiser heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het beroep zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld en de rechtbank zal geen uitspraak over het beroep doen. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk.
7. Voor proceskostenveroordeling bestaat gelet op het voorgaande geen aanleiding.
Heeft de minister een bestuurlijke dwangsom verbeurd?
8. Omdat het beroep niet-ontvankelijk is, kan de rechtbank de hoogte van de op grond van afdeling 4.1.3 van de Awb verbeurde dwangsom niet vaststellen.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van mr. J.B. Thépass, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
25 maart 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.