ECLI:NL:RBDHA:2026:7852
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opheffing gijzeling en betalingsregeling wegens onvoldoende betalingsonmacht
Eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf en schadevergoedingsmaatregelen wegens diefstal met geweld. Na onherroepelijke veroordeling is het dwangmiddel gijzeling toegepast wegens niet-nakoming van betalingsregelingen. Eiser verzocht om opheffing van de gijzeling en uitstel van betaling, stellende dat hij betalingsonmachtig is en onvoldoende middelen heeft om te voldoen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende openheid van zaken heeft gegeven over zijn financiële situatie en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij niet kan betalen. Het CJIB heeft meerdere betalingsregelingen aangeboden die niet zijn nagekomen. Eiser heeft geen overtuigend bewijs geleverd voor zijn uitgaven en inkomsten, waardoor het CJIB terecht de betalingsonmacht heeft betwist.
De rechtbank benadrukt dat de Staat verplicht is om veroordelingen ten uitvoer te leggen en dat het dwangmiddel gijzeling gerechtvaardigd is zolang niet aannemelijk is gemaakt dat betaling onmogelijk is. Ook het verzoek om uitstel van betaling wordt afgewezen omdat eiser door de gijzeling geen inkomen kan verwerven en eerdere betalingsregelingen niet zijn nagekomen.
De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten. De beslissing is genomen door de voorzieningenrechter D.R. Glass en uitgesproken op 2 april 2026.
Uitkomst: De vorderingen tot opheffing van de gijzeling en het verlenen van een betalingsregeling worden afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van betalingsonmacht.