ECLI:NL:RBDHA:2026:7860
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot wijziging verblijfsvergunning van humanitair tijdelijk naar niet-tijdelijk
Verzoekster had een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met de beperking 'humanitair tijdelijk' en verzocht om wijziging naar 'humanitair niet-tijdelijk'. De minister weigerde dit, en na verschillende procedures verklaarde de minister het bezwaarschrift ongegrond. Verzoekster stelde beroep in en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 24 februari 2026 in aanwezigheid van verzoekster, haar gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister. Omdat de rechtbank bij uitspraak van dezelfde dag het beroep gegrond verklaarde, achtte de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer nodig en wees het verzoek af.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de minister tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op € 934,-, voor de kosten die verzoekster maakte met het indienen van haar verzoekschrift. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de minister wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.