Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7862

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 april 2026
Zaaknummer
C/09/697017 / FA RK 25-9978
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beschikking over vervangende toestemming gezagsuitoefening en hoofdverblijfplaats minderjarige kinderen

De rechtbank Den Haag heeft op 4 maart 2026 uitspraak gedaan in een zaak over de gezamenlijke gezagsuitoefening van twee minderjarige kinderen na echtscheiding van hun ouders. De vader verzocht om vervangende toestemming voor onder meer de inschrijving van het oudste kind op een basisschool in zijn woonplaats, herinschrijving bij de oorspronkelijke huisarts en afgifte van de paspoorten. De moeder verzocht eveneens om vervangende toestemming voor inschrijving van de kinderen op een opvang en school in haar woonplaats en voor aanvraag van ID-kaarten.

De hoofdverblijfplaats van de kinderen is bij beschikking van 27 oktober 2025 bij de vader in [plaats 1] vastgesteld, maar de kinderen verblijven doordeweeks overwegend bij de moeder in [plaats 2]. Dit leidt tot praktische problemen, zoals dagelijks reizen voor school en medische afspraken. De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen de hoofdverblijfplaats.

De rechtbank oordeelt dat de verzoeken over schoolinschrijving en huisarts voorlopig worden aangehouden tot 1 juni 2026, in afwachting van de uitkomst van het hoger beroep. De verzoeken over de opvang en paspoorten zijn ingetrokken vanwege overeenstemming tussen partijen. De rechtbank verwacht dat ouders in onderling overleg de praktische zaken zullen regelen en zal de procedure volgen op basis van de voortgang in het hoger beroep.

Uitkomst: Verzoeken tot vervangende toestemming voor schoolinschrijving en huisarts worden aangehouden tot 1 juni 2026, overige verzoeken ingetrokken.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9978
Zaaknummer: C/09/697017
Datum beschikking: 4 maart 2026

Gezagsuitoefening

Beschikking op het op 30 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.A. Hoste te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G. Jagesar te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het F9-formulier van de vader van 22 januari 2026, met als bijlage het aanvullende verzoek;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek.
Op 28 januari 2026 is de zaak op een zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Verzoek en verweer

De vader heeft, na aanvulling, in het kader van artikel 1:253a van het Burgerlijk Wetboek (BW) verzocht:
  • de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 aan te melden voor een basisschool in [plaats 1] ;
  • de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de moeder vervangt, om [minderjarige 1] in te schrijven op een basisschool in [plaats 1] ;
  • de vader vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de moeder vervangt, voor de herinschrijving van de kinderen bij hun oorspronkelijke huisarts, te weten [praktijknaam] aan de [adres 1] ;
  • te bepalen dat de moeder de paspoorten van de kinderen aan de vader dient af te geven;
  • de moeder in de proceskosten te veroordelen;
een en ander met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken en verzoekt:
  • de moeder vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te schrijven, dan wel ingeschreven te kunnen houden voor de [naam opvang] in [plaats 2] aan het [adres 2] ;
  • de moeder vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, om [minderjarige 1] in te schrijven op [basisschool] in [plaats 2] aan het [adres 2] ;
  • de moeder vervangende toestemming te verlenen, welke de toestemming van de vader vervangt, voor de aanvraag van de ID-kaarten van [minderjarige 1] en [minderjarige 2] bij [plaats 1] ;
  • de vader te veroordelen in de proceskosten;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Feiten

  • Partijen zijn gehuwd op [datum 2] 2029 te [plaats 3] .
  • Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2022 te [geboorteplaats] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2023 te [geboorteplaats] .
- Op 27 oktober 2025 heeft deze rechtbank de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en – voor zover hier van belang – bepaald dat:
- de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader is;
- de kinderen van vrijdag 11.30 uur tot maandag 17.00 uur bij de vader verblijven;
- de kinderen van maandag 17.00 uur tot vrijdag 11.30 bij de moeder verblijven.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarigen in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:253a, eerste lid, BW kunnen op verzoek van de ouder(s) geschillen omtrent de gezamenlijke uitoefening van het gezag aan de rechtbank worden voorgelegd. De rechtbank neemt een zodanige beslissing als haar in het belang van het kind wenselijk voorkomt. Op grond van het tweede lid van voornoemd artikel kan de rechtbank op verzoek van de ouders of een van hen een regeling vaststellen inzake de uitoefening van het ouderlijk gezag. Deze regeling kan een toedeling aan ieder van de ouders van de zorg- en opvoedingstaken omvatten.
Ontvankelijkheid
De vader maakt bezwaar tegen het in behandeling nemen van de zelfstandige verzoeken van de moeder, omdat deze te kort van te voren zijn ingediend. Hierdoor heeft de advocaat van de vader de verzoeken van de moeder pas op de dag van de zitting met de vader kunnen spreken.
De moeder stelt dat haar zelfstandige verzoeken inherent zijn aan de motivering van het verweerschrift.
De rechtbank overweegt dat het zelfstandige verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor de inschrijving op een basisschool voortvloeit uit haar reactie op het verzoek van de vader. De overige zelfstandige verzoeken vloeien voort uit de kern van het geschil tussen partijen en hebben daarmee voldoende samenhang met de verzoeken van de vader. De rechtbank zal daarom overgaan tot de beoordeling van zowel de verzoeken van de vader als de zelfstandige verzoeken van de moeder.
Kern van het geschil
De ouders doen over en weer verzoeken tot vervangende toestemming. De kern van het geschil is dat in de echtscheidingsbeschikking van deze rechtbank van 27 oktober 2025 de hoofdverblijfplaats bij de vader in [plaats 1] is bepaald, maar de kinderen doordeweeks overwegend bij de moeder in [plaats 2] verblijven en het oudste kind zodra hij in de loop van dit jaar vier jaar is geworden naar de basisschool zal gaan. De moeder is het niet eens met de bepaling van de hoofdverblijfplaats bij de vader en heeft hoger beroep ingesteld tegen de echtscheidingsbeschikking en het hof verzocht om een schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad verklaring ten aanzien van de hoofdverblijfplaats.
De vader stelt dat de hoofdverblijfplaats niet alleen bij de vader is bepaald vanwege het gebrek aan een eigen woning bij de moeder, maar ook omdat de primaire verzorging voor de kinderen, en met name voor [minderjarige 1] , vooral bij de vader heeft gelegen gedurende het huwelijk van de ouders. Aangezien de hoofdverblijfplaats van de kinderen in [plaats 1] is, zal de moeder (terug) moeten verhuizen naar de regio [plaats 1] . De vader benadrukt hierbij dat de rechtbank in de echtscheidingsbeschikking heeft overwogen dat zij de moeder nadrukkelijk in overweging geeft om zich te vestigen in (de omgeving van) [plaats 1] en dat zij ervan uitgaat dat de kinderen in [plaats 1] bij de vader zullen gaan wortelen. Daarom wil de vader dat de kinderen naar een school in [plaats 1] gaan en daar ook hun huisarts hebben. Volgens de moeder heeft zij inmiddels een woning in [plaats 2] , maar de advocaat van de vader heeft hierover zijn twijfels geuit. In het geval dat zij daadwerkelijk een woning in [plaats 2] heeft, stelt de vader zich op het standpunt dat de moeder een aanvraag zou kunnen doen voor een woningruil. Er is dus geen reden waarom de moeder niet zou kunnen (terug) verhuizen naar de regio [plaats 1] . De vader ziet in de verzoeken van de moeder een verkapt hoger beroep tegen de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen. Volgens de vader moet de rechtbank in haar beslissing uitgaan van de op dit moment geldende situatie, inhoudende dat de hoofdverblijfplaats in [plaats 1] is en dat de kinderen daar naar school moeten gaan en medische behandelingen moeten volgen.
De moeder is het niet eens met de bepaling van de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader. De rechtbank overwoog in de echtscheidingsbeschikking dat de kinderen baat hebben bij een eigen woning van de moeder en dat dit op korte termijn lastig realiseerbaar is. Gelet hierop is de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij de vader bepaald. Deze overweging is echter onjuist gebleken, omdat zij een week na de echtscheidingsbeschikking een woning in [plaats 2] toegewezen heeft gekregen. Daarnaast is een ingewikkelde situatie ontstaan, doordat de hoofdverblijfplaats weliswaar bij de vader in [plaats 1] is, maar de kinderen doordeweeks overwegend bij de moeder in [plaats 2] verblijven. Dat maakt dat de kinderen doordeweeks heen en weer tussen [plaats 2] en [plaats 1] zouden moeten reizen, dagelijks voor hun school en opvang en ook voor medische afspraken. Dit is een situatie die niet in het belang van de kinderen is en ook praktisch niet houdbaar is.
Vervangende toestemming inschrijving basisschool
De vader verzoekt vervangende toestemming om [minderjarige 1] in te schrijven op een basisschool in [plaats 1] . De vader heeft [minderjarige 1] aangemeld voor een basisschool in [plaats 1] . Als hij [minderjarige 1] daar niet voor 20 februari 2026 inschrijft, vervalt de gereserveerde plaats.
De moeder stelt zich primair op het standpunt dat het nog niet nodig om [minderjarige 1] in te schrijven op een school, omdat hij pas op [datum 1] 2026 vier wordt. Ook wil de moeder met de vader kunnen overleggen over de school. Verder moet rekening worden gehouden met het feit dat de kinderen van maandag 17.00 uur tot vrijdag 11.30 bij de moeder in [plaats 2] verblijven. Het kan niet van de moeder gevergd worden om vier dagen per week met de kinderen van [plaats 2] naar [plaats 1] te reizen en weer terug. De moeder wenst daarom dat [minderjarige 1] wordt ingeschreven op een basisschool in [plaats 2] . Zij wil [minderjarige 1] inschrijven op [basisschool], omdat deze verbonden is aan de peuterspeelzaal waar [minderjarige 1] al ruim een jaar naartoe gaat. De moeder staat uiteraard ook open voor overleg met de vader over een eventuele andere geschikte school in [plaats 2] .
Op de zitting heeft de moeder voorgesteld dat de ouders [minderjarige 1] zowel op een school in [plaats 1] als op een school in [plaats 2] zullen inschrijven. Op deze manier wordt de gereserveerde plek op de school in [plaats 1] veilig gesteld, en is er ook een plek op een school in [plaats 2] , voor het geval de hoofdverblijfplaats in hoger beroep toch bij de moeder wordt bepaald. De vader heeft aangegeven dat hij daarvoor open staat, maar dat hij wel wil worden betrokken in de keuze voor een school in [plaats 2] .
De rechtbank gaat er daarom vanuit dat de ouders [minderjarige 1] zullen inschrijven op een school in [plaats 1] en op een school in [plaats 2] , waarbij zij in onderling overleg zullen bepalen welke school in [plaats 2] dat zal zijn. Dat maakt dat er op dit moment geen noodzaak is om te beslissen op de verzoeken ten aanzien van de vervangende toestemming voor de inschrijving op een school. De rechtbank sluit echter niet uit dat, zodra er meer duidelijkheid is in de hoger beroep-procedure, een situatie kan ontstaan waarbij die noodzaak wel bestaat. De rechtbank zal de verzoeken daarom aanhouden, zodat partijen in dat geval niet opnieuw een procedure aanhangig hoeven te maken.
De rechtbank zal het verzoek aanhouden tot 1 juni 2026 pro forma en verwacht dat partijen de rechtbank zullen informeren over het verloop van de hoger beroep-procedure en de gewenste voortgang van de onderhavige procedure.
Vervangende toestemming inschrijving huisarts
De vader stelt dat de moeder de huisarts van de kinderen zonder overleg en zonder toestemming heeft gewijzigd. Hij verzoekt vervangende toestemming om de kinderen opnieuw in te schrijven bij hun oorspronkelijke en vertrouwde huisarts in [plaats 1]. De vader heeft bij beschikking van 27 oktober 2025 vervangende toestemming verkregen voor het laten verwijderen van de neusamandelen van [minderjarige 2] . Het is logisch en passend dat deze medische behandeling plaatsvindt binnen de zorgmomenten van de vader en in een ziekenhuis in de directe omgeving van de hoofdverblijfplaats van de vader. Voor een behandeling in een ziekenhuis in [plaats 1] is echter een nieuwe verwijzing van de huisarts noodzakelijk. Het ziekenhuis heeft expliciet aangegeven dat het voor de nazorg na de operatie van groot belang is dat [minderjarige 2] een huisarts in de nabijheid heeft.
De moeder betwist dat zij de huisarts van de kinderen zonder overleg met de vader heeft gewijzigd. Gelet op de zorgregeling, waarbij de kinderen doordeweeks overwegend in [plaats 2] verblijven, is het bovendien logischer een huisarts in [plaats 2] te hebben en de operatie in [plaats 2] te laten plaatsvinden. Indien sprake is van spoed dient een huisarts immers binnen een straal van 15 kilometer aanwezig te kunnen zijn.
De rechtbank overweegt dat een huisarts alleen doordeweeks beschikbaar is. In het weekend moet een huisartsenpost worden bezocht. Aangezien de kinderen doordeweeks overwegend in [plaats 2] verblijven, is het praktisch dat zij in [plaats 2] een huisarts hebben. De rechtbank ziet daarom op dit moment geen aanleiding om het verzoek van de vader toe te wijzen. De rechtbank zal ook dit verzoek aanhouden tot 1 juni 2026 pro forma in afwachting van de procedure bij het hof en verwacht dat partijen de rechtbank zullen informeren over het verloop van de hoger beroep-procedure en de gewenste voortgang van de onderhavige procedure.
Vervangende toestemming inschrijving opvang
De moeder verzoekt om vervangende toestemming om [minderjarige 1] en [minderjarige 2] in te schrijven, dan wel ingeschreven te kunnen houden, voor de [naam opvang] in [plaats 2] . Tot een paar maanden geleden gingen de kinderen naar deze opvang, maar dit is inmiddels gestopt omdat de benodigde toestemming van de vader ontbreekt.
De vader heeft op de zitting aangegeven dat hij al meerdere keren per e-mail zijn toestemming aan de moeder heeft gegeven. Hij heeft er geen bezwaar tegen dat de kinderen naar deze opvang gaan, wanneer zij bij de moeder in [plaats 2] verblijven.
Op de zitting is besproken dat de vader zijn toestemming rechtstreeks aan de opvang moet doorgeven. Daarom is afgesproken dat de advocaat van de moeder het e-mailadres van de opvang zal doorgeven en dat de vader de opvang zal berichten dat hij toestemming geeft voor de (her)inschrijving van de kinderen. Gelet op de overeenstemming tussen partijen beschouwt de rechtbank het verzoek van de moeder tot vervangende toestemming voor de inschrijving als ingetrokken.
Afgifte paspoort en vervangende toestemming aanvraag ID-kaarten
De vader stelt dat de paspoorten van de kinderen bij hem in beheer dienen te zijn, omdat de hoofdverblijfplaats van de kinderen bij hem is bepaald. De vader heeft verzocht te bepalen dat de moeder de paspoorten van de kinderen aan de vader dient af te geven, omdat zij dit tot op heden heeft geweigerd.
De moeder stelt dat zij herhaaldelijk heeft aangegeven dat zij het paspoort van [minderjarige 1] niet in haar bezit heeft. Zij verzoekt al jaren aan de vader om het paspoort af te geven. Gelet op het co-ouderschap acht de moeder het van belang dat beide ouders een paspoort dan wel een ID-kaart van de kinderen bij zich heeft. Daarom verzoekt zij om vervangende toestemming voor de aanvraag van de ID-kaarten.
Op de zitting is besproken dat beide ouders het paspoort van [minderjarige 1] niet in hun bezit hebben. Zij zullen daarom aangifte van vermissing doen, zodat een nieuw paspoort voor [minderjarige 1] kan worden aangevraagd. De vader is het eens met het voorstel van de moeder dat er ook ID-kaarten voor de kinderen worden aangevraagd. De ouders hebben afgesproken dat de vader de paspoorten bij zich zal houden en de moeder de ID-kaarten. De rechtbank gaat ervan uit dat de ouders in staat zijn om dit in onderling overleg te regelen, eventueel met behulp van hun advocaten en de begeleiding vanuit Enver. Daarom beschouwt de rechtbank de verzoeken van de ouders omtrent dit onderwerp als ingetrokken.

Beslissing

De rechtbank:
houdt iedere verdere beslissing ten aanzien van
de vervangende toestemming voor de inschrijving op een basisschool en de inschrijving bij een huisartsaan tot
1 juni 2026 pro forma.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken op een openbare zitting van 4 maart 2026.