Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7868

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
4 april 2026
Zaaknummer
C/09/673638 / FA RK 24-7195
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 lid 4 Algemene KinderbijslagwetArt. 2 lid 1 Wet op het Kindgebonden Budget
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verdeling zorg- en opvoedingstaken en hoofdverblijfplaats minderjarige na mediation

De rechtbank Den Haag heeft op 4 maart 2026 uitspraak gedaan in een familierechtelijke zaak over de verdeling van zorg- en opvoedingstaken en de hoofdverblijfplaats van een minderjarige. Na een mislukte mediation tussen de ouders heeft de rechtbank de verzoeken van de moeder en vader beoordeeld.

De hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] is vastgesteld bij de vader, aangezien het kind daar het merendeel van de tijd verblijft en de vader geen verweer voerde. De rechtbank wees het verzoek van de moeder af om de ouder die het kind inschrijft ook het recht te geven op kind-gerelateerde toeslagen, omdat dit wettelijk is geregeld en geen co-ouderschap van toepassing is.

Partijen bereikten overeenstemming over de zorgregeling: [minderjarige 1] mag zelf bepalen wanneer zij naar de moeder gaat, met als uitgangspunt één weekend per maand. Voor [minderjarige 2], die medische beperkingen heeft, is een aangepaste regeling vastgesteld waarbij het kind iedere zondag en woensdag bij de vader verblijft, met afspraken over tijdige communicatie bij verhindering.

Ook zijn afspraken gemaakt over de verdeling van vakanties en feestdagen, waaronder Suikerfeest, Offerfeest en de zomervakantie, waarbij de kinderen deels bij beide ouders verblijven. De rechtbank wees het verzoek tot oplegging van een dwangsom af, omdat partijen grotendeels zelf tot overeenstemming zijn gekomen. Proceskosten worden door iedere partij zelf gedragen.

Uitkomst: De hoofdverblijfplaats van de minderjarige is vastgesteld bij de vader en de zorg- en omgangsregeling is vastgelegd met afspraken over vakanties, feestdagen en medische zorg.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-7195
Zaaknummer: C/09/673638
Datum beschikking: 4 maart 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 2 oktober 2024 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.S.M. Oudijk te Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,

Procedure

Bij beschikking van 16 januari 2025 van deze rechtbank is een door de vader aan de moeder te betalen bijdrage aan kinderalimentatie vastgesteld van € 520,- per maand en zijn de verzoeken tot vaststelling van een zorgregeling, de hoofdverblijfplaats, de kind-gerelateerde toeslagen en de proceskosten aangehouden.
Bij beschikking van 17 juni 2025 van deze rechtbank zijn partijen verwezen naar een mediator en zijn de voornoemde verzoeken opnieuw aangehouden, in afwachting van het verloop van de mediation.
De rechtbank heeft opnieuw kennis genomen van de stukken, waaronder nu ook:
- het F9-bericht van de moeder van 20 oktober 2025, met bijlage;
- het F9-bericht van de moeder van 24 oktober 2025, met bijlage;
- het F9-bericht van de moeder van 22 januari 2026, met bijlage.
Op 4 februari 2026 is de behandeling op een zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat en een tolk: A.S. Choukti;
  • de man;
  • [naam] namens de Raad.

Beoordeling

Mediation
In de voorgaande beschikking is aan partijen de mogelijkheid geboden om hun geschil op te lossen via mediation. Zij zijn hierin niet geslaagd. Op de zitting zijn daarom alsnog de voorliggende verzoeken besproken. Aan de rechtbank liggen nog voor de verzoeken van de moeder tot vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] , de zorgregeling, de verdeling van de vakanties en feestdagen, de doktersafspraken van [minderjarige 2] en de dwangsom. Zoals in het navolgende zal blijken, zijn partijen er daarbij deels alsnog in geslaagd om tot afspraken te komen.
Hoofdverblijfplaats
De moeder heeft verzocht om de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij de vader te bepalen, nu zij daar ook feitelijk het merendeel van de tijd verblijft. Er is inmiddels wel weer contact tussen de moeder en [minderjarige 1] . Zij komt regelmatig langs, op een moment dat haar uitkomt.
De vader heeft geen verweer gevoerd tegen de vaststelling van de hoofdverblijfplaats van [minderjarige 1] bij hem. De rechtbank zal dit verzoek daarom toewijzen.
De moeder heeft daarnaast verzocht om ook te bepalen dat de ouder bij wie de minderjarige op het adres staat ingeschreven, ook gerechtigd is tot het innen van de kind-gerelateerde toeslagen. Dat betekent dat de moeder aanspraak zou kunnen maken op de toeslagen voor [minderjarige 2] en de vader op die voor [minderjarige 1] . Volgens artikel 18 lid 4 van Pro de Algemene Kindersbijslagwet ontvangt de ouder tot wiens huishouden het kind behoort – in geval twee personen recht hebben op kinderbijslag voor een kind – de kinderbijslag. Omdat geen sprake is van een co-ouderschap, bestaat geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken. Ten aanzien van het kindgebonden budget geldt op grond van artikel 2 lid 1 van Pro de Wet op het Kindgebonden Budget dat de ouder die de kinderbijslag ontvangt, ook aanspraak kan maken op het kindgebonden budget (en eventueel de alleenstaande ouderkop).
Nu de aanspraak van elk van de ouders op kinderbijslag en kindgebonden budget voor respectievelijk [minderjarige 1] en [minderjarige 2] uit de wet volgt, heeft de moeder geen belang bij haar verzoek. De rechtbank zal dit daarom afwijzen.
Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken
Partijen zijn erin geslaagd om op de zitting grotendeels overeenstemming te bereiken over de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken. Ten aanzien van [minderjarige 1] geldt daarbij dat aan haar – mede gelet op haar leeftijd – de vrijheid zal worden gegeven om naar de moeder te gaan wanneer zij dat wil. Beide ouders hebben op de zitting aangegeven dat zij haar stimuleren en ondersteunen in het contact met de andere ouder. De moeder hecht er daarbij wel aan dat [minderjarige 1] in ieder geval één weekend in de maand bij haar is, zodat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] ook samen tijd met de moeder kunnen doorbrengen. De rechtbank zal dit vastleggen, met dien verstande dat – zoals ook door de vader naar voren is gebracht – [minderjarige 1] vanwege haar leeftijd niet meer kan worden gedwongen als zij liever niet gaat.
Met betrekking tot [minderjarige 2] geldt dat partijen op de zitting tot een specifieke zorgregeling zijn gekomen. [minderjarige 2] verbleef in de afgelopen periode een volledig weekend per twee weken bij de vader, maar door gezondheidsproblemen aan zijn zijde, waardoor hij meerdere keren per week moet dialyseren, is dit niet meer haalbaar. Partijen zijn daarom overeengekomen dat [minderjarige 2] in ieder geval iedere zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur bij de vader zal zijn. Daarnaast haalt de vader [minderjarige 2] op woensdag uit school en haalt de moeder haar om 19.00 uur op bij de vader. Daarbij geldt wel dat indien de vader – bijvoorbeeld door medische afspraken – niet in staat is om [minderjarige 2] op woensdag op te halen, hij dit steeds uiterlijk een week van tevoren (dus de woensdag voorafgaand) per e-mail aan de moeder zal laten weten. Op deze wijze wordt ook tegemoet gekomen aan het verzoek van de moeder om een afzegging tijdig te communiceren. De vader heeft daarbij op de zitting naast een ander e-mailadres ook zijn telefoonnummer aan de moeder gegeven. Het telefoonnummer is enkel bedoeld voor noodgevallen.
Nu de rechtbank deze verdeling van de zorg- en opvoedingstaken en daarbij behorende afspraken ook in het belang van de kinderen vindt, zal zij deze vastleggen.
Verdeling van de vakanties en feestdagen
Partijen zijn er eveneens in geslaagd om tot afspraken te komen over de verdeling van de (Islamitische) feestdagen. Tijdens Suikerfeest zijn de kinderen in de ochtend bij de moeder en vanaf de lunch bij de vader. Tijdens het Offerfeest zijn de kinderen de eerste dag bij de moeder, op de tweede dag vanaf de lunch bij de vader en zijn zij de derde dag bij de vader.
Voor de schoolvakanties geldt – met uitzondering van de zomervakantie – dat de reguliere zorgregeling zal doorlopen, mede omdat de vader gebonden is aan de dialyse. Het is de ouders niet gelukt om overeenstemming te bereiken over de verdeling van de zomervakantie. Ze gaan dan beiden vaak voor langere tijd naar hun eigen familie in Marokko, waarbij de vader [minderjarige 1] doorgaans meeneemt en de moeder [minderjarige 2] . De rechtbank zal daarom vastleggen dat de vader in de zomervakantie vrij is om met [minderjarige 1] weg te gaan en de moeder met [minderjarige 2] . Als [minderjarige 1] liever bij de moeder aansluit, dan is dat ook mogelijk. Partijen zullen daarbij steeds op ieders verzoek de benodigde toestemmingsformulieren ondertekenen, voorzien van een kopie van het paspoort van de ouder die niet met het kind reist.
Doktersafspraken [minderjarige 2]
Bij [minderjarige 2] is sprake van medische beperkingen, zodat zij regelmatig medische afspraken heeft. De moeder heeft verzocht om te bepalen dat partijen steeds samen naar de doktersafspraken van [minderjarige 2] gaan. Op de zitting hebben de ouders afgesproken dat de moeder het steeds per e-mail aan de vader zal laten weten als er een afspraak is. De vader laat vervolgens aan de moeder weten of hij er wel of niet bij aanwezig kan zijn. De moeder kan dan beoordelen of bij die specifieke afspraak wel of niet de toestemming (of handtekening) van de vader mede vereist is. Bij spoedgevallen zullen de ouders direct contact met elkaar opnemen.
Dwangsom
Tot slot heeft de moeder verzocht om het opleggen van een dwangsom aan de vader, indien hij de zorgregeling niet nakomt. Hoewel de vader op de zitting heeft ingestemd in het geval andersom ook een dwangsom zal gelden, zal de rechtbank geen dwangsom opleggen. Niet alleen heeft de vader geen formeel verzoek ingediend tot oplegging van een dwangsom, de rechtbank ziet ook geen aanleiding voor de oplegging van een dwangsom nu de ouders voor het overgrote deel zelf tot overeenstemming zijn gekomen. De rechtbank gaat er daarom van uit dat zij deze afspraken ook zelf, zonder dwangsom, zullen nakomen. De rechtbank wijst dit verzoek daarom af.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
bepaalt dat de minderjarige: [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum] 2011 te [geboorteplaats] ,
de hoofdverblijfplaats zal hebben bij de vader;
stelt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vast, waarbij:
  • ten aanzien van [minderjarige 1] geldt dat zij – in overleg met haar ouders – zelf beslist wanneer zij naar de moeder gaat, met dien verstande dat het uitgangspunt is dat zij in ieder geval één weekend per maand bij de moeder verblijft;
  • ten aanzien van [minderjarige 2] geldt dat zij bij de vader verblijft:
­ iedere zondag van 10.00 uur tot 18.00 uur, waarbij de vader haar bij de moeder ophaalt en de moeder haar vervolgens weer bij de vader ophaalt;
­ iedere woensdag, waarbij de vader haar uit school haalt en de moeder haar om 19.00 uur weer bij de vader ophaalt, met dien verstande dat indien de vader niet in staat is om de omgang op woensdag doorgang te laten vinden, hij dit uiterlijk een week van tevoren aan de moeder per e-mail doorgeeft;
stelt een verdeling van de vakanties en feestdagen vast, waarbij:
  • tijdens Suikerfeest: de kinderen in de ochtend tot aan de lunch bij de moeder zijn en vanaf de lunch bij de vader zijn;
  • tijdens Offerfeest: de kinderen op de eerste dag tot de tweede dag tot lunchtijd bij de moeder zijn en vanaf de lunch tot en met de derde dag bij de vader zijn;
  • tijdens de zomervakantie: de vader vrij is om met [minderjarige 1] op vakantie te gaan en de moeder met [minderjarige 2] , waarbij [minderjarige 1] ook vrij is om bij de moeder aan te sluiten;
  • tijdens de overige schoolvakanties de reguliere zorgregeling doorloopt;
stelt vast dat partijen zijn overeengekomen dat de moeder de vader steeds direct per e-mail op de hoogte zal stellen van de medische afspraken van [minderjarige 2] , waarna de vader zo snel mogelijk per e-mail laat weten of hij wel of niet aanwezig zal zijn, een en ander met uitzondering van spoedgevallen;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. A. Emmens, kinderrechter, bijgestaan door mr. S.B. Boekema als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.