ECLI:NL:RBDHA:2026:787
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek wegens ongeloofwaardige dreiging door Taliban en onvoldoende bewijs
Eiser, een Pakistaanse asielzoeker, vordert verlenging van zijn verblijfsvergunning op grond van een vermeende dreiging door de Taliban vanwege zijn vrijwilligerswerk en etnische achtergrond. Hij stelt dat hij telefonisch en schriftelijk bedreigd is, beschoten werd en dat zijn Sjiitische stam, de Turi, vervolgd wordt.
De minister wees de aanvraag af omdat de dreigbrief niet bevoegd was opgemaakt en afgegeven, en de overige verklaringen ongeloofwaardig werden geacht. De rechtbank bevestigt dit oordeel, wijst op het ontbreken van contra-expertise en onvoldoende onderbouwing van de rekruteringspoging en beschieting.
De rechtbank oordeelt dat de Turi-stam niet als risicoprofiel geldt en dat de landeninformatie geen specifieke vervolging ondersteunt. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs voor een gegronde vrees voor de Taliban.