ECLI:NL:RBDHA:2026:789
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing opvolgende asielaanvraag Iraanse volger soefisme en politieke opposant
Eiser, afkomstig uit Iran, diende een opvolgende asielaanvraag in met het beroep dat hij vanwege zijn geloofsovertuiging als volger van het soefisme en zijn lidmaatschap van de politieke partij 'Restart Opposition' vreest voor vervolging door de Iraanse autoriteiten. Hij voerde aan dat hij in 2018 deelnam aan een protestactie bij de Iraanse ambassade in Nederland, die op video is vastgelegd.
Verweerder erkent de geloofwaardigheid van eisers identiteit en politieke overtuiging, maar acht de geloofsovertuiging ongeloofwaardig en vindt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij vanwege zijn politieke overtuiging gevaar loopt. De rechtbank volgt dit standpunt en oordeelt dat eiser onvoldoende samenhangende en concrete onderbouwing heeft gegeven van zijn geloofsovertuiging en politieke activiteiten.
De rechtbank overweegt uitgebreid dat eisers verklaringen over zijn geloofsovertuiging vaag, tegenstrijdig en onvoldoende onderbouwd zijn, onder meer over zijn kennis van het soefisme en de betrokkenheid bij specifieke religieuze stromingen. Ook acht de rechtbank het niet aannemelijk dat eiser in de video herkenbaar is en dat de Iraanse autoriteiten hem monitoren of dat hij een sterke politieke overtuiging heeft die hem in Iran in gevaar brengt.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en wijst zij het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 9 januari 2026.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.