Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7908

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
5 april 2026
Zaaknummer
C/09/667119 / FA RK 24-3830
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:250 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Behouden en wijziging zorgregeling voor twee minderjarige kinderen

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot wijziging van de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen, waarbij de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming betrokken waren. Voor het oudste kind wordt de bestaande zorgregeling gehandhaafd, waarbij het kind en de vader positieve stappen hebben gezet en het kind meer flexibiliteit wenst.

Voor het jongste kind is vastgesteld dat zij moeite heeft met slapen bij de vader en alleen in het weekend contact wil, zonder overnachtingen. Er is een ondertoezichtstelling van kracht en een beschermingsonderzoek gestart. De speltherapie is gestopt vanwege het ontbreken van toestemming van de vader.

De rechtbank benadrukt dat de ouders hun eigen aandeel in de problematiek moeten erkennen en passende psychologische hulp moeten inschakelen. De huidige omgangsregeling voor het jongste kind wordt vastgesteld zonder overnachtingen, met halen en brengen in onderling overleg, en de jeugdbeschermer krijgt de regie over eventuele aanpassingen.

De beschikking wijzigt de eerdere regeling van november 2020 en is uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek tot meer of andere aanpassingen wordt afgewezen.

Uitkomst: De zorgregeling voor het oudste kind wordt gehandhaafd en voor het jongste kind vastgesteld zonder overnachtingen, met regie bij de jeugdbeschermer.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 24-3830
Zaaknummer: C/09/667119
Datum beschikking: 5 maart 2026

Informele rechtsingang

Beschikking op het op 29 mei 2024 ingekomen verzoek van:

de minderjarigen:
- [kind 1]geboren op [geboortedatum 1] 2011 in [geboorteplaats],
- [kind 2]geboren op [geboortedatum 2] 2017 in [geboorteplaats],
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
in rechte vertegenwoordigd door mr. I.J. Pieters, advocaat in Leiden,
in de hoedanigheid van bijzondere curator.
Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R. van Venetiën te Alphen aan den Rijn.

Procedure

Bij beschikking van 30 oktober 2024 van deze rechtbank is mr. I.J. Pieters benoemd tot bijzondere curator om [kind 1] en [kind 2] op grond van artikel 1:250 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) te vertegenwoordigen en is iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling aangehouden tot 1 januari 2025 pro forma.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • de brief van 15 januari 2025 namens de moeder;
  • de brief van 17 januari 2025 van de bijzondere curator;
  • de brief van 25 maart 2025 van de vader;
  • de brief van 3 april 2025 van de bijzondere curator;
  • de e-mail van 15 april 2025 namens de moeder;
  • de brief van 19 juni 2025 van de bijzondere curator;
  • de e-mail van 2 juli 2025 namens de moeder;
  • het verslag van 15 september 2025 van de bijzondere curator;
  • de e-mail van 24 september 2025, met bijlage, namens de moeder;
  • de e-mail van 25 september 2025 van de bijzondere curator;
  • de e-mail van 29 september 2025 van de bijzondere curator;
  • de brief van 27 januari 2026, met bijlagen, namens de moeder;
  • de e-mail van 2 februari 2026, met bijlagen, van de vader.
De vader heeft – naast bovengenoemde e-mail – meerdere e-mails met bijlagen naar de rechtbank gestuurd. De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting in een e-mail aan de vader en ook op de zitting aangegeven dat de stukken die door de vader zelf zijn opgesteld in deze procedure buiten beschouwing worden gelaten.
Op 5 februari 2026 is de behandeling op de zitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vader, de moeder met haar advocaat, de bijzondere curator en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). Door de vader zijn pleitnotities overgelegd.

Beoordeling

De rechtbank handhaaft al hetgeen bij beschikking van 30 oktober 2024 is overwogen en beslist, voor zover in deze beschikking niet anders wordt overwogen of beslist.
Aan de rechtbank ligt nu nog voor om een beslissing te nemen over de zorgregeling tussen [kind 1] en [kind 2] en de vader.
Uit het verslag van de bijzondere curator en dat wat op de zitting is besproken blijkt het volgende. [kind 1] en [kind 2] verbleven achtereenvolgend negen dagen bij de moeder en vijf dagen bij de vader. Inmiddels wordt deze regeling door [kind 1] en de vader weer uitgevoerd en [kind 1] wil dat voortzetten, maar hij wil de vrijheid hebben dat als het minder goed gaat, hij zelf kan besluiten om minder naar de vader te gaan. [kind 1] wil niet aangesproken worden op volwassen zaken, vooral als het niet goed met hem gaat. Dan wil hij dat er naar hem geluisterd wordt. De bijzondere curator adviseert om de zorgregeling voor [kind 1] in stand te houden. [kind 2] wil de vader alleen in het weekend zien, omdat zij moeite heeft met slapen bij hem en minder nachten achter elkaar bij de vader wil zijn. Sinds augustus 2024 is via het Jeugd- en Gezinsteam voor het gezin Oog voor Thuis ingeschakeld. Er zijn twee overleggen geweest met de bijzondere curator, Oog voor Thuis, de speltherapeut van [kind 2] en de ouders. Oog voor Thuis heeft een verzoek tot onderzoek gedaan, met de uitkomst dat een beschermingsonderzoek naar [kind 2] is gestart. Bij beschikking van 23 december 2025 van deze rechtbank is [kind 2] onder toezicht gesteld. Er is nog geen vaste jeugdbeschermer voor [kind 2]. De speltherapie van [kind 2] is inmiddels gestopt, omdat de vader hier geen toestemming voor geeft.
Met betrekking tot [kind 1] overweegt de rechtbank als volgt. De vader en [kind 1] hebben allebei en samen positieve stappen gezet. Inmiddels voeren zij de oude zorgregeling weer uit. [kind 1] heeft aangegeven wat meer flexibiliteit in de zorgregeling te willen. De bijzondere curator heeft op de zitting aangegeven te denken dat deze flexibiliteit op termijn tot de mogelijkheden behoort, als het vertrouwen in de zorgregeling met de tijd is gegroeid. De rechtbank acht het, net als de bijzondere curator, in het belang van [kind 1] dat de regeling wordt voortgezet zoals hij liep en weer loopt. De rechtbank zal daarom de zorgregeling zoals bepaald bij de beschikking van deze rechtbank van 27 november 2020 niet wijzigen, zodat deze van kracht blijft voor [kind 1].
Ten aanzien van [kind 2] is de rechtbank gebleken dat zij na de beschikking van 30 oktober 2024 een periode geen contact heeft gehad met de vader. Met behulp van de betrokken hulpverlening en de bijzondere curator is het contact weer hersteld. Sinds september 2025 hebben zij alleen overdag contact op de dagen dat [kind 2] volgens de zorgregeling bij de vader is en overnacht [kind 2] niet meer bij de vader. Dit brengt veel overdrachtsmomenten tussen de ouders met zich mee. Ook is er geen vaste regeling voor het halen en brengen, wat ervoor zorgt dat hier continue en steeds wisselende afspraken voor moeten worden gemaakt door de ouders. De vader heeft op de zitting aangegeven dat dit hen aardig lukt. De moeder heeft een andere beleving en geeft aan dat dit voor veel spanning bij [kind 2] zorgt. De vader herkent dat [kind 2] gespannen is rond wisselmomenten, wanneer zij weer terug naar de moeder moet. De rechtbank is van mening, zoals ook is genoemd in de beschikking van deze rechtbank van 23 december 2025, dat de sleutel tot de oplossing van het probleem bij de ouders zelf ligt. De hulp die tot nu toe is ingezet is naar het oordeel van de rechtbank te licht. Het is aan de ouders om te kijken naar hun eigen aandeel in de problematiek die is ontstaan, hiervoor gepaste hulpverlening van een psycholoog in te zetten en aan de slag te gaan met zichzelf.
Gelet op de uitgesproken ondertoezichtstelling en de (nog in te zetten) hulpverlening voor zowel [kind 2] als de ouders kan de rechtbank niet vooruitlopen op wanneer [kind 2] klaar is voor overnachtingen bij de vader en verdere stappen in de omgang. De rechtbank ziet aanleiding om een eindbeschikking wijzen en niet vooruit te lopen op hoe de omgang zich op termijn ontwikkelt. De rechtbank acht het, samen met de Raad en de bijzondere curator, in het belang van [kind 2] om voor haar op dit moment de huidige regeling, zoals daar nu uitvoering aan wordt gegeven, in stand te laten, waarbij de jeugdbeschermer de regie over de omgang voert. De rechtbank zal daarom de huidige zorgregeling tussen de vader en [kind 2] vaststellen, zonder overnachtingen en waarbij het halen en brengen in onderling overleg gebeurt. Daarbij zal de rechtbank vaststellen dat de regie over een eventuele aanpassing van de zorgregeling volledig bij de jeugdbeschermer ligt, waarbij de jeugdbeschermer de wijze, de duur en de frequentie van de omgang kan uitbreiden of afbouwen.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van
27 november 2020 – :
*
bepaalt dat [kind 2], geboren op [geboortedatum 2] 2017 te [geboorteplaats], bij de vader zal zijn tijdens de schoolweken eenmaal per veertien dagen:
  • op donderdag en vrijdag uit school tot 19.00 uur;
  • op zaterdag en zondag van 10.00 uur tot 20.00 uur,
waarbij het halen en brengen in onderling overleg gebeurt en waarbij de jeugdbeschermer de volledige regie over eventuele aanpassingen heeft;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door
mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 5 maart 2026.