De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek tot wijziging van de zorgregeling voor twee minderjarige kinderen, waarbij de bijzondere curator en de Raad voor de Kinderbescherming betrokken waren. Voor het oudste kind wordt de bestaande zorgregeling gehandhaafd, waarbij het kind en de vader positieve stappen hebben gezet en het kind meer flexibiliteit wenst.
Voor het jongste kind is vastgesteld dat zij moeite heeft met slapen bij de vader en alleen in het weekend contact wil, zonder overnachtingen. Er is een ondertoezichtstelling van kracht en een beschermingsonderzoek gestart. De speltherapie is gestopt vanwege het ontbreken van toestemming van de vader.
De rechtbank benadrukt dat de ouders hun eigen aandeel in de problematiek moeten erkennen en passende psychologische hulp moeten inschakelen. De huidige omgangsregeling voor het jongste kind wordt vastgesteld zonder overnachtingen, met halen en brengen in onderling overleg, en de jeugdbeschermer krijgt de regie over eventuele aanpassingen.
De beschikking wijzigt de eerdere regeling van november 2020 en is uitvoerbaar bij voorraad. Het verzoek tot meer of andere aanpassingen wordt afgewezen.