Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:7920

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 maart 2026
Publicatiedatum
5 april 2026
Zaaknummer
C/09/681327 / FA RK 25-1655
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:251a BWArt. 1:253n BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning eenhoofdig gezag aan moeder na beëindiging gezamenlijk gezag

De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de moeder om het gezamenlijk gezag over haar drie minderjarige kinderen te beëindigen en haar het eenhoofdig gezag toe te kennen. De ouders waren gehuwd geweest en oefenden gezamenlijk gezag uit, maar sinds de scheiding zijn de omstandigheden gewijzigd.

De vader verblijft regelmatig in Marokko, waardoor het contact tussen ouders en kinderen verminderd is. De moeder, die niet kan lezen en schrijven, ondervindt grote communicatieproblemen met de vader, die vaak onbereikbaar is. Dit leidt tot spanningen en onwerkbare situaties waarbij de kinderen als communicatiemiddel worden gebruikt.

De vader stemde mondeling in met het verzoek van de moeder. De rechtbank oordeelde dat het in het belang van de kinderen is dat de moeder zelfstandig beslissingen kan nemen en kende haar het eenhoofdig gezag toe. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De rechtbank kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder over de drie minderjarige kinderen en verklaart de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-1655
Zaaknummer: C/09/681327
Datum beschikking: 5 maart 2026

Gezag

Beschikking op het op 4 maart 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. S. Salhi in Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen het verzoekschrift, met bijlagen, namens de vrouw.
Op 5 februari is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de advocaat van de moeder, de vader en [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad). De moeder is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet op de zitting verschenen.
De minderjarigen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] zijn in de gelegenheid gesteld hun mening te geven over het verzoek in een gesprek met de rechter, maar hebben hier geen gebruik van gemaakt.

Feiten

  • De ouders zijn gehuwd geweest van 11 augustus 1998 tot 13 november 2024.
  • Zij zijn de ouders van de volgende nu nog minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats 1] ;
- [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats 1] .
  • De ouders oefenen het gezamenlijk gezag over de kinderen uit.
  • Bij beschikking van 17 januari 2023 van deze rechtbank is – voor zover hier van belang – de door partijen getroffen onderlinge regeling met betrekking tot de minderjarigen zoals neergelegd in het aan de beschikking gehechte ouderschapsplan opgenomen.
  • In het ouderschapsplan zijn de ouders – voor zover hier van belang – overeengekomen dat de minderjarigen hun hoofdverblijf bij de moeder hebben, iedere zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de vader verblijven en dat de vakanties in onderling overleg worden verdeeld.
  • Bij vonnis in kort geding van 5 december 2024 van deze rechtbank is bepaald dat [de minderjarige 3] bij de vader zal zijn iedere zaterdag van 12.00 uur tot 17.00 uur, met uitzondering van de periode(s) dat de vader in Marokko verblijft en dat [de minderjarige 1] en [de minderjarige 2] hun eigen afspraken zullen maken met de vader.

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt te bepalen dat zij voortaan alleen belast zal zijn met het ouderlijke gezag over de minderjarige kinderen [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] , voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De vader heeft op de zitting mondeling aangegeven dat hij instemt met het verzoek van de moeder.

Beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
Aangezien de kinderen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken.
Ontvankelijkheid
Op grond van artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechtbank het gezamenlijk gezag op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of één van hen beëindigen, als er gewijzigde omstandigheden zijn sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag of als bij de beslissing tot gezamenlijk gezag van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Als één van deze gevallen zich voordoet, zal vervolgens beoordeeld moeten worden of er reden is voor beëindiging van het gezamenlijk ouderlijk gezag. Daarbij moet de rechtbank de criteria genoemd in artikel 1:251a BW toepassen en de vraag beantwoorden of er een onaanvaardbaar risico is dat een kind klem of verloren dreigt te raken tussen de ouders en dat niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zal komen, dan wel of wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is. Doet dit zich voor, dan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over de minderjarigen toekomt.
De rechtbank is gebleken dat sinds de aanvang van het gezamenlijk gezag de omstandigheden zijn gewijzigd. De vader verblijft namelijk inmiddels regelmatig in Marokko, waardoor zowel het contact tussen de ouders als tussen de vader en de kinderen verminderd is. De moeder kan daarom worden ontvangen in haar verzoek tot beëindiging van het gezamenlijk gezag over [de minderjarige 1] , [de minderjarige 2] en [de minderjarige 3] .
Inhoudelijke beoordeling
Uit de stukken en dat wat op de zitting is besproken is de rechtbank het volgende gebleken. De moeder kan niet lezen en schrijven. Daarom is de moeder aangewezen op telefonisch contact met de vader wanneer er een gezagsbeslissing genomen moet worden of toestemming door de vader moet worden verleend. Dit levert de moeder dusdanig veel spanning op dat op dit moment de enige vorm van communicatie tussen de ouders via de kinderen plaatsvindt. Daarbij komt dat de vader vaak niet bereikbaar is en veel tijd in Marokko doorbrengt. Door deze communicatieproblemen is het niet mogelijk om voortvarend beslissingen over de kinderen te nemen.
De vader heeft op de zitting aangegeven dat de moeder goed voor de kinderen zorgt en dat hij er vertrouwen in heeft dat zij de juiste beslissing voor de kinderen neemt. Het belangrijkste is voor hem om contact met de kinderen te hebben, zoals nu ook het geval is. De vader heeft dan ook geen bezwaar tegen toewijzing van het verzoek van de moeder.
De rechtbank overweegt als volgt. Het is niet in het belang van de kinderen dat de ouders via hen communiceren en dat de communicatie tussen de ouders spanningen teweegbrengt. De rechtbank acht het hierom in het belang van de kinderen dat de moeder voortaan zelfstandig beslissingen over hen kan nemen. De rechtbank zal daarom het verzoek van de moeder toewijzen.

BeslissingDe rechtbank:

*
bepaalt dat voortaan alleen aan de moeder, [de moeder] , geboren op [geboortedatum 4] 1970
in [geboorteplaats 2] te [land] , het gezag zal toekomen over de minderjarige kinderen:
  • [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2008 in [geboorteplaats 1] ;
  • [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2010 in [geboorteplaats 1] ;
  • [de minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2014 in [geboorteplaats 1] ;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beschikking is gegeven door mr. E.D.A. Geleijns, kinderrechter, bijgestaan door
mr. C.A.E. de Koning als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 5 maart 2026.